Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterk achteruit gegaan. Hoewel de mijnbouw nog niet veel beteekent, zijn er toch onderscheiden mijnen, vooral goud- en zilvermijnen. De industrie is onbelangrijk. De handel, welke goud, koffie, gouden zilverertsen, indigo, suiker, balsem, hout enz. uitvoert (1904: 16 588 611 peso's) en geweven stoffen, ijzerwaren, spiritualiën enz. invoert (3 690 377 peso's) is aanzienlijk. Het spoorwegnet heeft een lengte van 156 km. Het land bestaat uit 14 departementen, waarvan de gouverneurs door den president worden benoemd. De hoofdstad is San Salvador. Volgens de grondwet van 1864 (in 1886 gewijzigd) wordt de president voor 4 jaar, de Wetgevende Kamer jaarlijks direct, door het volk gekozen. De begrooting bedroeg in 1904 ruim 8 millioen, de staatsschuld ruim 9 millioen peso's.

Geschiedenis. Dit land werd in 1525 en 1526 door Pedro Alvaredo veroverd en San Salvador genoemd. Het bleef tot 1821 onder Spaansche heerschappij en behoorde daarna tot 1839 tot de „Vereenigde Staten van Centraal-Amerika''. Door het verdrag van 7 October 1842 verbond San Salvador zich met Guatemala, Nicaragua en Honduras tot een Vereenigden Staat, die echter korten tijd bestond. In 1845 ontstond er een oorlog tusschen San-Salvador en Honduras. In 1847 scheidde Guatemala onder Carrera zich van de Unie af. Daarentegen kwamen in 1851 de afgevaardigden van San Salvador, Honduras en Nicaragua bijeen tot een Congres te Chinandega. Daar Guatemala weigerde toe te treden, rukten de Verbonden Staten onder Vasconeellos, den president van San Salvador, naar Chiquimula op, maar leden den 2den Februari 1851 een beslissende nederlaag bij Arada. Na een poging tot het vormen van een federatie, welke nogmaals mfclukte, verklaarde San Salvador zich in 1853 tot een souvereinen staat. In 1858 had de staatsgreep van generaal Barrios plaats, die den president Santin del Castïllo dwong zijn ontslag te nemen en in 1860 zijn verkiezing tot president doordreef. In 1863 verklaarde Guatemala op nieuw den oorlog aan San Salvador en had Nicaragua en Costarica tot bondgenooten. Na hardnekkigen tegenstand moest Barrios de vlucht nemen uit de hoofdstad, en den 12den Februari 1854 hield de vroegere president Duenas er zijn intocht. Een poging van Barrios, om het bewind te herkrijgen, eindigde den 29sten Augustus 1864 met zijn terechtstelling. Daarop volgde een vrij lange periode van staatkundige rust, waarin het land materieel vooruit ging en in 1886 zijn tegenwoordige democratische grondwet kreeg. In 1890 werd president Menendez door generaal Carlos Ezeta ten val gebracht. De overwinnaar stelde een militaire dictatuur in, maar werd na een hebzuchtige en wreede heerschappij in 1894 door generaal Gulierrez ten val gebracht. Nadat deze in 1895 tot constitutionneel president was gekozen, trad hij toe tot de „Republiek van Centraal-Amerika", werd echter door de onafhankelijkheidspartij onder Regalado verdreven, die in 1898 zijn verkiezing tot president doordreef en de Centraal-Amerikaansche Republiek deed uiteenspatten. In 1903 werd hij opgevolgd door J. Escalon. In 1904 sloten San Salvador, Honduras en Nicaragua een verbond tegen Guatemala. De revolutie van 1906 in dit land, welke door San Salvador werd aangewakkerd, leidde tot een oorlog, waarin Honduras zich bij San Salvador aansloot. De voorloopige vrede kwam echter in 1906, de vrede zelf in 1907 tot stand. In 1908 werd

een oorlog tusschen Guatemala en de kleine republieken door Mexico verhinderd, in Maart 1909 kwam het echter tot een oorlog met Nicaragua.

San Salvador, de hoofdstad van de gelijknamige republiek in Middel-Amerika, ligt 667 m. boven den zeespiegel aan den Z.O. voet van den Vulkaan van San Salvador (1270 m.) en staat door een spoorweg met de haven La Libertad in verbinding. Het is de zetel van een bisschop, bezit een kathedraal en een schouwburg (beide van hout), het paleis van den president, het nationale paleis, de universiteit, een seminarium, een middelbare school voor meisjes, een hospitaal en uitgebreiden handel in koffie en indigo en telt (1901) 59 544 inwoners. De stad werd in 1854 verwoest, in 1858 herbouwd en in 1872 en 1879 door aardbevingen geteisterd.

Sansculottes noemde men in het begin der Groote Revolutie in Frankrijk de omwentelingsgezinden uit de heffe des volks en hun volgelingen, omdat zij geen culottes (kniebroeken), zooals de hoogere standen, maar lange broeken droegen.

Sansculottides, Jours Sanseuloltides of Jours Complémcntaires,, noemde men in den Franschen republikeinschen kalender de 5 (in een schrikkeljaar 6) schrikkeldagen op het einde van het jaar, die feestelijk gevierd werden.

San Sebastian, de hoofdstad van de Spaansche provincie Guipuzcoa, een zomerverblijf van den koning, ligt schilderachtig op een smalle landtong aan de Golf van Biscaye, aan de monding van den Rio Uruma en aan een tweetal spoorwegen, en werd na de verwoesting van 1813 regelmatig opgebouwd. Op de plaats van de vroegere vestingwerken in het Z. bevinden zich mooie plantsoenen, verder bezit het een door mooie gebouwen met arcaden omringd plein met een monumentale fontein, een kerk Santa Maria in barokstijl, een Gotische kerk San Vincente, een citadel, een koninklijke villa, een stadhuis, een gedenkteeken van admiraal Antonio de Oquendo, een handels- en een scheepvaartschool, druk bezochte zeebaden, een casino, een arena voor stierengevechten, onderscheiden fabrieken, zeevisscherij en levendigen handel. Het telt (1900) 37 812 inwoners en heeft een goed beschermde haven. De stad is do zetel van den kapitein-generaal der Baskische provincies, van een bisschop, van een gouverneur en van onderscheiden buitenlandsche consulaten. In 1719 werd San Sebastian door den hertog van Berwick ingenomen, maar bij den vrede aan Spanje terug gegeven. De Engelschen en Portugeezen bestormden en verwoestten het den 318ten Augustus 1813. In 1839 werd het nogmaals door de Engelschen bezet, maar in 1840 weer ontruimd.

San-Severo, een arrondissementshoofdstad in de Italiaansche provincie Foggia, aan de spoorlijn Ancona-Brindisi, is de zetel van een bisschop, bezit een kerk uit de 13ae eeuw, oude muren, een gymnasium, een technische school, een seminarium, veehandel en oliebereidirg en telt (1901) 28 871 inwoners. Het werd in 1799 door de Franschen verwoest.

Sanskaras is in de Hindoesche wijsbegeerte een naam, die gebezigd wordt om de indrukken aan te duiden, welke op het denkvermogen door persoonlijke handelingen of uiterlijke omstandigheden achtergelaten worden en die in staat zijn zich bij een toekomstige gunstige gelegenheid, ook in een later leven, te ontwikkelen.

Sanskriet (eigenlijk Samskrita = goed ge-

Sluiten