Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukking en door een streng doorgevoerde terminologie. Misschien heeft Panini geleefd in de 4de eeuw n. Chr. Wegens zijn diepzinnigheid is dat werk reeds vroeg van aanteekeningen voorzien; ook van deze zijn eenige bewaard gebleven, en van volgelingen van Panini bezitten wij eveneens eenige geschriften. Daarenboven zijn later andere taalkundige stelsels ontstaan met een eigenaardige terminologie, zooals de „Moegdhabhoda" van Wopadewa, de „S&raswata' van Anoebliütiswarüpatsjarja en de „Katandra" van Sarwarwarman. De spraakkunst der Prakrietdialecten werd behandeld door Wararoelsji en Hematjsandra, ook een woordenboek van Armarasinlia en verschillende leerboeken zijn tot ons gekomen.

De liisotrische werken der Indiërs zijn zoozeer met fabelen doorweven, dat zij nauwelijks dien naam verdienen; dit geldt vooral van de „Radsjataranginï" van Kalhana, een geschiedenis van Kasjmir bevattend. Van geschriften over aardrijkskunde zijn tot nu toe alleen de titels bekend. De sterrenkunde en haar hulpwetenschappen werden reeds in het eerste tijdperk beoefend, maar hebben zich eerst onder den invloed der Grieken tot een aanmerkelijken trap ontwikkeld. De Indische sterrenkundigen betuigen zeiven, dat de Jawana (Grieken) hun leermeesters zijn, en dit wordt door hun astronomische terminologie bevestigd. Door de Arabieren, die in de 8ste en 9de eeuw onzer jaartelling op hun beurt de leerlingen der Indiërs werden, hebben deze laatsten grooten invloed geoefend op liet Westen.

Zeer groot is in het Sanskriet het aantal geneeskundige werken, van welke sómmige een volkomen stelsel der wetenschap, andere enkele onderzoekingen omvatten. Vooral de heelkunde werd met vrucht door de Indiërs beoefend, ook legden zij zich vooral op de pharmacie toe. Belangrijke werken bestaan er over de wiskunde. De geschriften over het recht, de zeden en den eeredienst, vereenigd onder den naam van „Dharma", berusten op de talrijke „Dharmasoetra's" uit den Vedischen tijd. Het belangrijkste is de aan Manoe toegeschreven „Dharma<;astra", dat uit de 2de of 3de eeuw n. Chr. of uit een eerder tijdperk dagteekent.

Voor de literatuur verwijzen wij naar Lassen „Indische Altertumskunde" (4 dln., Bonn 1844—1861, van dl. 1 en 2, 2d<> druk, Leipzig 1867 en 1873). Macdonell „History of Sanskrit literature"(Londen, 1900), Winternitz „Geschichte der indischen Literatur"(Leipzig, 1905), Au/recht „Catalogus catalogorum. An alphabetical register of Sanskrit works and authors"(3 dln., Leipzig, 1891—1903).

Sansovino. Zie Contucci en Tatti.

Saussouci, een koninklijk kasteel bij Potsdam vóór de Brandenburger poort, is beroemd als de geliefkoosde verblijfplaats van Frederik den Groote, later als het zomerverblijf van Friedrich Wilhelm IV. Het werd in 1745 gebouwd en in 1747 naar het ontwerp van Knobelsdorf voltooid. Het verheft zich op het terras van Sanssouci, een heuvel ter hoogte van 20 m. Het hoofdgebouw is 973 m. lang en 15 diep. Het eene front is Versierd met een koepel, die door reusachtige karyatiden gedragen wordt, en het andere met een in een halven cirkel geplaatste colonnade van 88 Corinthische zuilen. De aanleg rondom het kasteel is zeer fraai, en vóór het terras bevindt zich een groot bassin met een fontein. Voorts heeft men in het park het Japansche Huis, den Tempel der Vriendschap, het Mausoleum met het marmeren

beeld van koningin Louise, de grot van Neptunus enz. Ten W. van het kasteel staat de bekende molen. Daarop volgen de Siciliaansche en de Noordsche tuin en de in 1856 voltooide oranjerie ter lengte van 298 m. Hier heeft men een verzameling van 45 uitmuntende kopieën van stukken van Raffaël. Aan het W. uiteinde van het park ligt het prachtige nieuwe paleis, van 1763—1770 gebouwd.

San Stefano (Santo Slefano), een dorp, 10 km. ten W. van Konstantinopel, niet ver van de Zee van Marmora, ligt aan den spoorweg naar Adrianopel en was na de bezetting van Roemelië in den oorlog van 1877—1878 langen tijd een Russisch hoofdkwartier. Bekend werd het door den voorloopigen vrede van den 3de® Maart 1878 tusschen Rusland en Turkije, welke bij het Verdrag van Berlijn werd gewijzigd. In 1898 werd hier een kerk, gewijd aan de nagedachtenis van de Russische gesneuvelden in genoemden oorlog, gesticht.

Santa Ana,de hoofdplaats van het departement Santa Ana in Salvador, telt (1901) 48 210 inwoners en is metAcajoetla door een spoor verbonden. De bewoners drijven handel in indigo, koffie en suiker. In den omtrek liggen ijzer, koper, zilver en zinkmijnen.

Santa Anna, Antonio Lopez de, ook wel Santana geheeten, president van Mexico, geboren te Jalapa den 10del1 Juni 1797, diende in 1821 onder Iturbide, maar stond na de troonsbeklimming van dezen tegen hem op en droeg veel bij tot zijn val. Hij werd in 1829 onder Guerrero minister van oorlog. In 1832 kwam hij te Veracruz aan het hoofd van de bezetting in opstand tegen Bustamente. Nadat hij den l8ten October bij Puebla een overwinning behaald had, riep hij Pedraza uit tot president en werd in Maart 1833 diens opvolger. Hij droeg wel is waar spoedig het voorzitterschap op aan den vice president Farias, maar kwam in 1834 tegen hem in verzet, maakte zich meester van de dictatuur en liet in October 1835 een zeer centralistische constitutie afkondigen. Gedurende een veldtocht tegen Texas viel hij den 21stel> April 1836 in handen van zijn vijanden, maar werd in 1837 vrijgelaten. Nadat hij in 1838 bij de verdediging van Veracruz een been verloren had, verwierf hij in 1841 weder de onbeperkte dictatuur. In 1844 werd hij echter ten val gebracht en voor zijn leven verbannen. Santa-Anna begaf zich naar Cuba, maar reeds in 1846 werd hij teruggeroepen, door het Voorloopig Bewind tot generalissimus benoemd, en hoewel den 22°*™ en 23sten Februari 1847 bij Buenavista door generaal Taylor geslagen, tot president gekozen. Toen den 18den April van dit jaar generaal Scott hem bij Cerro Gordo nogmaals een nederlaag had toegebracht, liet hij zich ter beteugeling der voorstanders van den vrede tot dictator benoemen. Nadat generaal Scott de hoofdstad Mexico den 15de* September 1847 ingenomen had, vluchtte SantaAnna naar Jamaica, doch de toenemende regeeringloosheid in Mexico gaf aanleiding, dat hij in 1853 teruggeroepen werd, en nadat hij de rust hersteld had, verklaarde hij zich tot levenslang president der republiek en wist zich tot Augustus 1855 staande te houden. Daarop vertoefde Santa-Anna eerst in Venezuela en vervolgens op St. Thomas. Toen hij in 1.867 trachtte, zich weer van de macht meester te maken, werd hij in Yucatan gevangen genomen, maar spoedig weer vrijgelaten. De verdere door hem beproefde opstanden hadden geen resultaat. Hij overleed den 20flten Juni 1876 te Mexico.

Sluiten