Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge gevallen kan men schadeloosstelling (zie aldaar) eischen.

Schadelijke ruimte noemt men bij stoommachines, compressoren en luchtpompen de ruimte tusschen den op hot doode punt staanden zuiger en het deksel of den bodem van den cylinder, evenals die in de kanalen, welke bij den cylinder behooren, tot aan de afsluitorganen (kranen, ventielen kleppen enz.). r

, Schadeloosstelling' of schadevergoeding is in t algemeen verschuldigd, wanneer door een rechtskrenking aan een ander schade is toegebracht. Die rechtskrenking kan van tweeërlei aard zijn: zij kan bestaan in niet-nakoming van een bestaande verbintenis om iets te geven, te doen of niet te doen of zij kan op zich zelf een onrechtmatige daad opleveren, onafhankelijk van eenige bestaande verbintenis. Het eerste geval wordt behandeld in de artt. 1272 en volgende Burgerlijk Wetboek; het tweede in artt. 1401 en volgende. Bij een verbintenis om iets te geven of iets te doen is in den regel schadevergoeding eerst dan verschuldigd, indien de schuldenaar, na in gebreke of in mora te zijn gesteld, nalatig blijft om de verbintenis te vervullen; bij een verbintenis om iets niet te doen, is degene die daartegen handelt uit hoofde van die overtreding alleen tot schadevergoeding — of, zooals de wet het uitdrukt, tot vergoeding van kosten, schaden en interessen — gehouden. Ingebrekestelling geschiedt door een bevel of sommatie of een andere soortgelijke akte; zoodanige akte is evenwel onnoodig, wanneer de verbintenis meebrengt, dat de schuldenaar in gebreke zal ziin door het enkel verloop vanden bepaalden termijn.Ook kan zonder sommatie schadevergoeding gevorderd ' worden, indien hetgeen de schuldenaar verplicht was ' te geven of te doen, slechts kon gegeven of gedaan i worden binnen zekeren tijd, welken hij heeft laten < voorbijgaan. Het vorenstaande betreft gevallen 1 waarin de verbintenis in het geheel niet of niet tijdi» < is nagekomen, doch de overtreding kan ook hierin bes e staan, dat de schuldenaar in de uitvoering te kort i schiet, b.v. door voor de zaak, die hem is toever- c trouwd of die hij moet leveren, niet behoorlijk te zor- a gen. In 't algemeen is de zorg die van hem gevergd kan worden, die van een goed huisvader. Geen scha- li devergoeding is verschuldigd, als het niet of niet tij- t dig uitvoeren voortkwam uit vreemde oorzaken, die t den schuldenaar niet konden worden toegerekend, a Als zoodanig noemt de wet overmacht en toeval Is v de schuldenaar evenwel in gebreke gesteld, dan n wordt hij ook aansprakelijk voor een daarna gevolgd o te niet gaan der te leveren zaak door toeval. J

Omtrent de schadevergoeding ingeval van onrecht- v matige daad zegt de wet: Elke onrechtmatige daad waardoor aan een ander schade wordt toegebracht' vi stelt dengene door wiens schuld die schade veroor- m /^r^ylichting om dezelve te vergoeden, te (Art. 1401 Burg. W etb.). Over de vraag, wat men on- .1. der „onrechtmatige daad" moet verstaan, is veel \\ verschil van gevoelen. In het algemeen kan men 11 twee opvattingen onderscheiden: de eene beschouwt re alleen datgene als onrechtmatig wat door de wetten w en verordeningen verboden is, de andere datgene v( wat in strijd is met de wijze waarop een fatsoenlijk te man zich pleegt te gedragen. In de praktijk komt het de verschil tusschen beide opvattingen vooral aan het ot iT" 1,",geva n van oneerlijke concurrentie. Waar- Zi schijnlijk zal eerlang het begrip „onrechtmatige pr

daad nader in de wet worden omschreven. Onze tegenwoordige wet zegt nog, dat men verantwoordelijk is met alleen voor de schade, door zijn daad, maar

„j,, „aaugueiu oi onvoorzichtigheid veroorzaakt; dat men ook verantwoordelijk is voor schade, veroorzaakt door personen voor welke men aansprakelijk is of door zaken, welke men onder zijn opzicht heeft. Als voorbeelden worden genoemd de aansprakelijkheid der ouders voor hun inwonende minderjarige kinderen, van de meesters voor hun dienstboden en ondergeschikten, van de schoolon-

aerwnzers pn wprVmoncfn™ t.a^„ "u— 1 t

i A -- - ..waiuvvoKxo vuui mui ïeerungen en knechts. \ erder worden nog bijzondere bepalingen

CPffPVOTI -\jnr\f nnVn/]/...» J; i •• 1 .... D .

atoiaucveigoeuing dij moedwilligen of onvoorzichtigen doodslag, kwetsing of verminking en beleedigmg.

De schadevergoeding omvat èn het geleden verlies (damnum emergens) èn de winstderving (lucrum cessans). Betwist is, of alleen materieele schade dan wel ook moreele schade (verdriet, krenking in goeden naam) voor vergoeding in aanmerking komt.

(Jok hllltfin hpf. o-nxrnl von •

, , , >c*n iG^iiuaiviciiiUI]£eu IS SOIÏLS

schadeloosstelling verschuldigd. Zoo kan volgens onze Grondwet: (art 1M1 fTDon rinfm'iv/inino. .11 \

wiiucigciuiig aiuaarj geschieden zonder schadeloosstelling. Ook waar in

11 pf n rmmnnn • j i ,

— ucittng ogenoom aoor net openbaar

gezag moet worden vernietigd of hetzij voortdurend hetzij tijdelijk onbruikbaar gemaakt, geschiedt dit tegen schadeloosstelling, tenzij de wet het tegendeel bepaalt (art. 152 der Grondwet, waarvan de werking door art \ der additioneefe artikelenis opgeschort.)

Een vraag die in de laatste jaren op den voorgrond is gekomen, is, of van Staatswege schadevergoedmg moet worden verleend aan gevangenen,

»xvi unouiuiu iiun verooraeeimg blijkt, of aan degenen, die, in preventieve hechtenis verkeerende rechter worden vrijgesproken. Ofschoon de' billijkheid hiervan in vele gevallen erkend wordt is een algemeene regeling moeilijk te treffen, vooral omdat veler rechtsgevoel zich verzet tegen toekenning van vereneriino- in CrfllTn 11 nn mn r. ,, A I 1 1

A- J s 1 ° • 1& ov,ttm'i' waai 111 U« UfSCIlUI-

aigcle, oischoon ieder van de schuld overtuigd is vrijgesproken wordt bij gebrek aan wettig bewijs

Cnli O A /-» -7 ^ . J '

w, u uitunn uoujnea, een Uuitsch beeldhouwer, geboren te Berlijn den 208ten Mei 1764 bezocht een gymnasium aldaar, ontving tevens teekenonderwijs en studeerde vervolgens in het atelier van den beeldhouwer Tassaert. Weldra echter vluchtte hij met zijn beminde, een Oostenrijksche naar Weenen, trad met haar in het huwelijk en deed

nn Irncfor» von ««1,^ j • J ■»•...

^ ^..11 ,an ^ijn ooiiuunvauur een reis naar Italië. Hier wijdde hij' zich aan de studie der antieken en verwierf het volgende jaar den prijs met zijn groep„Perseus en Andromeda". In 1788 werd hij in plaats van den overleden Tassaert tot hofbeeldhouwer benoemd. Zijn eerste groot werk was een gedenkteken van den als knaap gestorven graaf ion der Mark een onwettigen zoon van koning Friedrich Wilhelm, II, in de Dorotheakerk te Berlijn (1790). In 1795 modelleerde hii Vipf irir»rcr»or« imn,- A„—

j — .*w^i*ii vuui uc uiis verrezen X) rand fin nu riypr Pnnrf rlof i'v, ,1 r

a wxw, utu ui ivupci uuur j urii

werd uitgevoerd. Verder vervaardigde hij basreliëfs

voor verschillenrle 7.n]pn van "hnf Ir/Miinlri;,"!» 1 j_„ ï

4- T> 1 *' l i Awiiuijuijn. luisieei

te -oerlijn, het marmeren standbeeld van Frederik denGroote te Stettin, dat van generaal Von Ziethen op het W ïlhelmsplein te Berlijn, de groep der Twee

Zusters fYlfi Ifl.flPrP Irnnirtirin T 1 i

■ri • 7—. cu iittar zuster

pnnses Friederike), het gedenkteeken van generaal

Sluiten