Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1808, vestigde zich als geneesheer in zijn geboortestad en bestuurde van 1843 tot 1859 het orthopaedisch instituut, door Carus aldaar gesticht.Hij overleed den 10 den November 1861. Van zijn geschriften noemen wij: „Die planmaszige Scharfung der Sinnesorgane"(1859), „Das Buch der Gesundheit" (1839), „Kallipadie oder Erziehung zur Scliönheit" (1858), „Anthropos. der Wunderbau des menschlichen Organismus"(1859), „Ueber Volkserziehung" (1860), en „Pangymnastikon"(1863; 2de druk, 1875).

Schreckhorn, één van de hoogste toppen van het Berner Oberland, verheft zich ten zuidoosten van Grindelwald en ten noorden van den Finsteraarhorn als een steile, indrukwekkende rotspyramide ter hoogte van 4080 m. boven de oppervlakte der zee. Hij is den 16den Augustus 1861 voor de eerste maal beklommen.

Schredeteller. Zie Hodometer.

Schregel, Bernardus Petrus, een Hollandscli oVtilrlor vn.n landsfihannfin en interieurs, werd ge¬

boren te 's Gravenhage den 17den Mei 1870, alwaar

hij nog woonachtig is. ilij volgde net onderriem van de Haagsche Teekenacademie, vooral van Frits Jansen en Jan Vrolijk. Zijn werken trekken de aan¬

dacht door hun tnscnneid van meur.

Schreiner, William Phüipp, een Z. Afrikaansch staatsman, geboren in 1857 in de toenmalige reservation voor inboorlingen „Wittebergen"(Kaapkolonie), als zoon van een Lutherschen zendeling, studeerde te Londen en Cambridge en werd advocaat te Kaapstad. Rhodes benoemde hem in 1893 tot attorney-general, daar hij een aanhanger van een Zuid-Afrikaanschen statenbond was. In 1898 deed Schreiner echter het ministerie sir Gordon Spriggs vallen en trad hij zelf aan het hoofd. Toen in 1899 de Zuid-Afrikaansche oorlog uitbrak, bewaarde hij onder groote moeilijkheden de neutraliteit, nam echter, wegens verschil van meening met den gouverneur Milner, in Juni 1900 zijn ontslag. Hij is met een zuster van den ex-president fleife (Oranje-

Vrijstaat; genuwd.

Schreiner, Olive, een Engelsch schrijfster, een zuster van den vorige, kwam omstreeks 1875 te Londen om zich aan physiologische studiën te wijden, en gaf hier in 1883, aangemoedigd door George Meredith, onder het pseudoniem Ralph lron, haar, reeds in Afrika geschreven, roman: „Story of an African farm" uit. Wat zij persoonlijk beleefd en gestreden heeft, wordt hierin met hartstochtelijken ernst beschreven. Op dit werk volgden in 1891 onder den

titel: „JJreams uc urua, j-oöv) allegorische vertellingen, waarbij zich een tweede verzameling onder den titel: „Dreamlifeandreallife" (1893) aansloot. In 1894 huwde zij den Afrikaanschen kolonist Cronwright, met wien zij in het vervolgende jaar een vooral tegen de gewelddadige staatkunde van Cecil Rhodes gericht geschrift: „The political situation" uitgaf. Daarop volgden nog de vertelling „Trooper Peter Halket of Mashonaland"

(1897) en „An En<rlish Soutli African's view of the situation"(1899). Zij woont te Hannover (Kaapkolonie).

is een landbouwgereedschap, dat

Schrepel. Schrepel

voor het hakken van den grond wordt gebruikt en te hpsr-Vinnwnn is als een kleine lioinv. voorzien van een

korten steel. Ze wordt met één hand gebruikt.

scnreveiius, uorneaus, eigennjK zomens Schrevel, een Nederlandsch geleerde, een zoon van den Haarlemschen, later Leidschen, rectorTheodorus Schrevelius (1572—1649), werd geboren te Leiden

den Zo8"111 maart ibUö, studeerde aiuaar en m Frankrijk in de letteren en in de geneeskunde en vestigde zich als arts te 's Gravenhage, doch werd weldra rector der Latijnsche school te Leiden, waar hij den 5den November 1669 overleed. Hij heeft een lange reeks van klassieke Latijnsche en Grieksche geschriften in het licht gegeven, alsmede de „Colloquia" van Erasmus en een Latijnsche vertaling van de „Ilias" en „Odyssee" en maakte zich inzonderheid verdienstelijk als lexicograaf door zijn „Lexicon manuale Graeco-Latinum et Latino-Graecum" (1654), dat in verschillende landen een reeks van uitgaven heeft beleefd.

Schrey, Ferdinand, een Duitsch stenograaf en koopman, geboren den 19den Juli 1850 te Elberfeld, werd in 1881 bezitter van een fabriek te Barmen,

verkreeg in lööö den alleenverKoop van de Ham¬

mond schripmachine in jjuitscniano, later ook m Duitscli-Oostenrijk en Zwitserland en woont sedert 1891 te Berlijn. Sedert 1874 vertegenwoordiger van de Gabelsbergsche stenografie, waarvan hij de ontwikkeling door de zoogenaamde „Solinger Thesen" (1877) bevorderde, schreef hij in 1887 een eigen „Vereinfachte deutsche Stenographie". Bij het opbouwen daarvan hadden de letterkundige Adolf Socin en de rechtsgeleerde Christian Johnen hem geholpen (vandaar de naam „Stelsel Schrey-John enSocin"). Het stelsel vond spoedig verbreiding en werd in 1895 in Baden, in 1896 in Württrmberg aan de hoogere scholen toegelaten. In 1897 vond de vereeniging van de Schreysche stenografie met do stenografische scholen van Stolze en Velten, op grond van het „Einigungssystem Stolze-Schrey," plaats. Schrey was tot 1899 tweede voorzitter van de stenografenvereeniging Stolze-Schrey en is thans voorzitter van de vertegenwoordiging van het stelsel pii van He commissie voor de onderwiizersexamens

van deze vereeniging. Behalve leerboeken voor de stelsels Gabelsberger, Schrey en Stolze-Schrey schreef hij o. a.: „Der kiirzeste Weg zur stenographischen Praxis"(4de dmk, 1902), „Das neustolzesche Stenographiesystem"(1886) en „Welches Stenographiesystem ist das beste?"(1891). Van 1879—1880 redigeerde hij het stenografische tijdschrift „Rhenania," in 1886 de „Deutsche Stenographen-Zeitung" en gaf van 1888—1890 het tijdschrift „Die Wacht" uit.

Schrieck, Otto Marsens van, een Ilollandsch schilder van planten en insecten, werd geboren te Nijmegen in 1619 of 1620 en overleed te Amsterdam in 1678. Hij bezocht Engeland, schilderde te Florence voor den Groot-Hertog van Toscane en te Parijs voor de koningin-moeder. In 1652 woonde hij te Rome, waar hij onder de daar wonende schildersbende rlnn Hi-inanm van Snuffelaar" had. omdat hii altiid

naar insecten zocht, die hij voor model zou kunnen gebruiken. Willem van Aelst (zie aldaar) was zijn leerling. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam en in het Mauritshuis te 's Gravenhage.

Schrift noemt men de teekens, waarmee men

Sluiten