Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken, dat jaarlijks 20 millioen ton anthraciet levert 1 (een vierde gedeelte van de geheele produktie van Pennsylvanië), doorbreekt bij Port Clinton de Blue 1 Mountains, vormt boven Philadelphia watervallen . en mondt 12 km. verder stroomafwaarts, na een loop van 240 km., in den Delaware uit. Schepen van < 300—400 ton kunnen de rivier stroomopwaarts tot Philadelphia bevaren. Een kanaal begeleidt haar over 176 km. stroomopwaarts tot Pottsville, een ander (126 km.) verbindt haar van uit Reading met de Susquehanna.

Schvarcz, Julius. Zie Schwarz, Julius. Schwab, Gustav, een Duitsch dichter, geboren te Stuttgart den 19den Juni 1792, studeerde van 1809 —1814 te Tübingen in de wijsbegeerte en godgeleerdheid en maakte reeds vroeg kemiis met Uhland. die veel invloed op hem uitoefende. Verder knoopte hij betrekkingen aan met Varnhagen en Kerner en gaf met hen in 1813 den „Deutsche Dichterwald" in het licht, In 1815 reisde hij naar Berlijn en kwam er in aanraking met Fouqué, Fram Hom, Chamisso enz. In 1817 werd hij professor aan het gymnasium te Stuttgart. Langer dan 20 jaar bekleedde hij deze betrekking, in 1837 werd hij predikant te Gomaringen, volbracht vervolgens een reis naar Zweden en Denemarken en werd daarna eerste predikant aan de St, Leonhardskerk te Stuttgart en in 1845 „Oberstudienrat" en „Oberkonsistorialrat". Hij overleed den 4den November 1850. Met Uhland en Kerner is hij de voornaamste vertegenwoordiger der Schwabische dichtschool. Als redacteur van het „Morgenblatt" (1827—1837)en van den„DeutscheMusenaimanach" heeft hij menigen jongen dichter bij hetpubliek ingeleid. Zijn verstrooide gedichten werden in 1828— 1829 in 2 deelen tot een bundel verzameld, die later onder den titel van „Neue Auswahl" bij herhaling verscheen. Van zijn overige geschriften vermelden wij: „Die Schwabische Alp"(1823), „Der Bodensee, ein Handbuch für Reisende und Freunde der Natur, Geschichte und Poesie"(1827,2dedruk,1839), „Wanderungen durch Schwaben" (1837—1838), „Die Schweiz in ihren Ritterburgen und Bergschlössern" (1839, met Hottinger), „Schillers Leben"(1840), „Der Kultus des Genius"(1840), „Deutsche Volksbücher" (löde druk van Klee, 1894), „Fünf Bücher deutscher Lieder und Gedichte von Halier bis auf die neueste Zeit"(5de druk, 1871), „Die deutsche Proza von Mosheim bis auf unsereTage"(2de druk, 3 dln.,1860), „Der Wegweiser durch die Literatur der Deutschen" (1846), „Die schönsten Sagen des klassischen Altertums"(3 dln., 1838—1840, 24"te druk, 1894) en een aantal vertalingen uit de werken van buitenlandsche dichters.

Schwab, Hermann, een Nederlandsch tooneelspeler, geboren den 2den Juli 1861 te Amsterdam, ontving zijn opleiding van mevrouw Kleine-Gartman, debuteerde in 1882 bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel en vertrok in 1891 naar de Rotterdamsche Schouwburgmaatschappij, onder directie van Alexander Saaïbom. Na de debacle van dit gezelschap, ging hij naar het Paleis van Volksvlijt, directie Charles de la Mar, vervolgens naar de NederlandscheTooneelvereeniging,onder leidingvan L. H. Chrispijn, later naar het Grand Thé&tre van gebroeders Van IAer, en is nu verbonden aan het gezelschap van de Hagespelers, onder leiding van Eduard Verlcade. Hij is gehuwd met de tooneelspeelster Mina Weiman. Tot zijn voornaamste rollen

behooren: de industrieel van Pont-Avesnes, Loris Ipanoff in „Fedora", Narciss, Uriël Acosta, Hamlet, Croffts in „Vrouw Warrens bedrijf", „Scarpia" in „Tosca", Tholosan in „Vrienden van ons", Mozes in „Paaschlam", de koning in „Vorstenschool" en de kapelaan in „Jeugd".

Sohwabe, Carloz, een Zwitsersch schilder en teekenaar, geboren in 1866 te Genève, vertrok op achttienjarigen leeftijd naar Parijs, waar hij zich door eigen "studie ontwikkelde. Zijn richting is mvstiek. Wij noemen van hem: „Le Son des cloches", „La Douleur", „La Mort du fossoyeur", „Le Destin", „L'Eternelle chimère", „La Jalousie et la Haine" en „La Passion". Hij illustreerde o.a. „Evangile de 1'enfance", Zola's „Rêve", „Les Fleurs du mal" van Baudelaire, „LesParoles d'un croyant", van Lamennais, „Au jardin de 1'infante" van Samain en „Vovage du Pélerin" van Bunyan.

Schwaben en Schwabenspiegel. Zie Zwaben en Zwabmspiegel.

Schwaner, C. A. L. M. een NederlandschDuitsch ontdekkingsreiziger en geoloog, geboren te Mannheim in 1817, werd in 1841 lid van de Natuurkundige Commissie in Nederlandsch-Indië en vertrok in 1842 naar Batavia. Van 1843—1848 deed hij ontdekkingsreizen op Borneo. In 1850 werd hem een nieuwe reis naar Bomeo opgedragen, maar hij overleed vóór zijn vertrek, den 30sten Maart 1851. Hij onderzocht de kolenlagen in het Baritogebied, de bevaarbaarheid van de Barito en het stroomgebied van de Kapoeas Moeroeng. Het gelukte hem. langs de Katingan, over het grensgebergte, dat later door Molengraaff Schwanergebergte werd genoemd, de Melawi te bereiken. Zijn werk „Borneo. Beschrijving van het stroomgebied van de Barito en reizen langs eenige voorname rivieren van het zuidoostelijk gedeelte van dat eiland" werd op last van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Landen Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, door J. Pijnappel Gz. uitgegeven (2 dln., 1853). Hij schreef verder: „Resultaten van een onderzoek naar den Baritostroom", „Reis naar en aanteekeningen betreffende de steenkolen van Batoe Belian", „Aanteekeningen betreffende Tanah Boemboe" en „De dood van George Muller".

Schwann, Theodor, een Duitsch natuuronderzoeker, geboren te Neusz den 7den December 1810, studeerde te Bonn, Würzburg en Berlijn, was van 1834—1838 adsistent van Johann Muller, werd in 1839 professor in de ontleedkunde te Leuven en vertrok in 1848 in die betrekking naar Luik, waar hij in 1858 een leerstoel in de physiologie aanvaardde. Hij schreef: „De necessitate aëris atmosphaericiad evolutionem pulli in ovo incubito"(1834), „Mikroskopische Untersuchungen über die Uebereinstimmung in der Struktur und dem Wachstum der Tiere und Pflanzen"(1839), en „Anatomie du corps humain"(2 dln., 1855). Hij deed een aantal onderzoekingen over de beteekenis van de cellen, schreef over het belang van de gal voor het dierlijk organisme en vond een toestel uit om in bedorven lucht adem te halen. Hij overleed te Keulen den 1 lden Januari 1882.

Schwanthaler, Liidmg von, een Duitsch beeldhouwer, geboren te München den 26st<>n Augus; tus 1802, bezocht er de academie van schoone kun[ sten, genoot vervolgens het onderwijs van den schil• der Allrecht Adam, kwam in 1821 aan het hoofd der i beeldhouwerswerkplaats van zijn vader en leverde

Sluiten