Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn terugkeer uit Spanje werd hij in 205 tot consul benoemd, werd belast met het beheer van Sicilië en ontving de hem betwiste bevoegdheid, naar Afrika over te steken. Hij landde dan ook in 204 in de nabijheid van l'tica, bracht in 203 aan de Carthagers en hun bondgenoot Syphax, koning van Numidië, een beslissende nederlaag toe, vernietigde nog andere vijandelijke legers en versloeg in 202 Eannibal bij Zama, zoodat de Carthagers genoodzaakt waren, vrede te sluiten. Hij vierde daarop een schitterenden triomf en ontving den erfelijken eerenaam van Africanus. In 199 werd hij censor, in 194 ten tweeden male consul en nam in 190 als legatus van zijn broeder Lueius deel aan den oorlog tegen Antiochos, koning van Syrië. In 187 werd hij aangeklaagd van verduistering van oorlogsbuit, maar ofschoon zijn onschuld bleek, onttrok hij zich aan het openbaar leven en begaf zich naar Liternum, waar hij in 183 overleed. Zijn kinderen waren: Publius, de pleegvader van Africanus Minor, en Cornelia, de moeder der Gracchen. ,

Zijn broeder Julius Cornelius Scipio was in 1J3 praetor, in 190 consul en verkreeg als zoodanig het opperbevel in den strijd tegen Antiochos, hetwelk hem echter niet werd toevertrouwd voordat zijn broeder Publius aanbood, hem als legatus te vergezellen. Na de voorspoedige voleindiging van dezen oorlog vierde hij een triomf, ontving den eernaam van Asiaticus of Asiagenes, doch werd later van verduistering van gelden beschuldigd en tot een zware boete veroordeeld.

Publius Cornelius Scipio Africanus (Minor), een zoon van Lucius Aemilius Paulus, om die reden ook

Aemilianus geheeten, tevens aangenomen zoon van Publius, den zoon van Africanus Major, werd geboren in 185, verwierf reeds door dappere daden een roemrijken naam en werd, ofschoon hij den vereischten leeftijd nog niet bereikt had, in 147 tot consul gekozen, om den strijd tegen Carthago tot een goed einde te brengen. Hij beantwoordde volkomen aan het in hem gestelde vertrouwen en veroverde Carthago in 146. Daarop bekleedde hij in 142 de betrekking van censor en werd in 134 ten tweede male tot consul benoemd en met het opperbevel in den oorlog tegen de Numantijnen belast.Hij maakte zich in 133 meester van Numantia en ontving den eernaam Numantinus. De dood van zijn zwager Tiberius Oracchus (zie aldaar) werd door hem openlijk goedgekeurd, daar hij van verandering van de bestaande wetten gevaar voor den staat duchtte. | Daarom trachtte hij ook de door Gracchus ingestelde wetten weder op te heffen. Hij werd op den morgen van een dag, waarop een gewichtig besluit zou worden genomen, dood op zijn legerstede gevonden, waarschijnlijk gedood door zijn tegenpartij. Hij hield zich meer nog dan Africanus den Oudere met letterkundige studiën bezig.

Een andere tak van deze familie, afkomstig van den in 212 in Spanje gesneuvelden veldheer Cnaeus Scipio, onderscheidde zich door den bijnaam Vasica. Daartoe behoorden de volgenden, die allen den naam van Publius Cornelius Scipio Nasica droegen: de zoon van Cruxeus, consul in 191, door de uitspraak der goden de beste man van Rome, zijn zoon met den bijnaam Corculum, consul in 162 en 155 en uitblinkende door welsprekendheid en rechtskennis, de zoon van den voorgaande, Serapio bijgenaamd, consul in 136, die aanleiding gaf tot het vermoorden

van Tiberius Gracchus en de achterkleinzoon van dezen, ook Quintus Caeeilius Metellus Scipio geheeten (zie Metellus, Quintus Caecilius).

Scirpus. Zie Bies.

Scitamineeën is de naam van een plantenorde, welke tot de groote afdeeling der Eenzaadlobbigen behoort.Zij wordt verdeeld in de families der Musaceeën, Zingiberaceeën, Cannaceem en Marantaceeën. Men kent daarvan omstreeks 450 soorten, die grootendeels tusschen de keerkringen groeien. Het zijn kruiden, die gedeeltelijk een aanmerkelijke hoogte bereiken en zich op een rolronden of knolvormigen wortelstok verheffen. De groote, onverdeelde, breede bladeren hebben scheeden, die den stengel meestal geheel omgeven. De bloemen zijn tweeslachtig en onregelmatig. Zij bestaan uit een bloemdek, dat bloemkroonachtig gekleurd is en uit drie buitenste en drie binnenste bladeren is samengesteld. Verder zijn bij veel soorten de meeldraden tot bloemkroonbladeren vervormd. Gewoonlijk vindt men slechts één meeldraad. Het onderstandig vrachtbeginsel is driehoktóg en draagt een onverdeelden stijl. De vrucht is doorgaans driehokkig en van een vleezigen wand voorzien. Tot deze orde behooren onderscheiden nijverheids-, artsenij- en specerijgewassen, zooals de gember, de curcuma, de banaan enz.

Sclater, Philipp Lutley, een Engelsch dierkundige, geboren den 4den November 1829, studeerde te

Oxtorcl m üe recnten, was sedert löoo wentzaam aan Lincolns Inn, werd in 1859 secretaris van de Zoological Society te Londen en bepaalde zich meer en meer bij de beoefening der natuurlijke historie, inzonderheid bij die der ornithologie. Behalve onderscheiden verhandelingen in tijdschriften schreef hij: „Catalogue of American birds" (1862), „Zoological sketches" (2 dln., 1861—1862), „Jacamars and puffbirds" (1880) en „Guide to the gardens of the Zoological Society of London". Ook redigeerde hij de eerste serie van „Ibis", alsmede de „Natural History Review." Van 1877—1882 was hij algemeen secretaris van de British Association for the Advancement of Science.

Sclerauthïis. Zie Hardbloem.

Scleroderma is de naam van een zwamsoort uit de orde der Gastromyceten. Het zijn boven- of half onder den grond groeiende, tamelijk groote, knolvormige zwammen, met dik, leder-tot houtachtig peridium en met wortelvormige myceliumdraden. Ongeveer zeven soorten komen in Europa en Amerika voor.

Sclerodermi (Hoorn visschen). Zie V astlcakigen.

Sclerotium is een knolachtig lichaam, dat uit ineengestrengelde zwamdraden bestaat en in den regel tamelijk hard is. Waarschijnlijk is het een rusttoestand van zwamsoorten. De meest bekende vorm van sclerotium is het zoogenoemde moederkoren (zie aldaar).

Sclopis di Salerano, Federico, graaf, een Italiaansch rechtsgeleerde en geschiedschrijver, geboren te Turijn den 10den Januari 1798, werd na het voleindigen van zijn studiën geplaatst bij het ministerie van Binnenlandsche Zaken, vervolgens lid van het Hooggerechtshof, in 1847 president der commissie voor de censuur, alsmede van de commissie tot het ontwerpen van een wet op de drukpers, en ontving in 1848 de portefeuille van Justitie in het ministerie Balbo.Na het aftreden van genoemd ministerie bleef hij eerst als afgevaardigde naar het Par-

Sluiten