Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mis". Hij schreef verder nog: „Elementa physiologiae specialis corporis humani"(1838), „Grondbeginselen der bijzondere natuurkunde van den mensch" (1839), „Physiologia generalis''(1839) en „Over de overeenkomst en het verschil tusschen de jicht en de scrophulosis, vooral met betrekking tot de longtering"(1838). In 1849 nam hij zijn ontslag wegens de weigering van de regeering om een adsistent aan te stellen en vestigde zich als practiseerendgeneesheerte Amsterdam. Het hem aangeboden lidmaatschap van de Koninklijke Academie van Wetenschappen wees hij van de hand. Hij overleed den 8sten April 1861.

Sebastiani, Horace Francais de la Porta, graaf, maarschalk van Frankrijk, geboren den 10den November 1772 te Porta bij Bastia op Corsica, trad in 1792 in dienst bij de Fransche armee en werd in 1796 kapitein en in 1799 kolonel. Nadat hij aan Napoleon bij den staatsgreep van den 18den Brumaire als bevelhebber der dragonders belangrijke diensten bewezen had, woonde hij in 1800 den slag van Marengo bij en vertrok na den Vrede van Amiens als gezant van Napoleon naar Konstantinopel, Egypte, Syrië en de Ionische Eilanden. Een bericht van hem aan Napoleon was een van de hoofdoorzaken tot den hernieuwden Engelsch-Franschen oorlog van 1803. Bij Austerlitz werd hij zwaar gewond. Hij werd tot divisie-generaal bevorderd en in Mei 1806 als gezant naar Konstantinopel gezonden, waar hij Selirn III tot een oorlogsverklaring aan Rusland wist te bewegen. Van 1809—1811 was hij in Spanje, in 1812 bij de voorhoede van het groote leger. In 1813 werd hij bij Leipzig gewond en baande zich bij Hanau met zijn divisie een doortocht door de vijandelijke gelederen, waarop hij aan het hoofd van het 5de armeekorps den linker oever van den Rijn dekte. Hij moest echter in 1814 naar Champagne terugtrekken. In 1816 werd hij op half-tractement gesteld. In 1819 werd hij lid van de Kamer, waar hij zich bij de liberale oppositie voegde. Na de Juli-omwenteling van 1830 werd hij eerst minister van Marine en kort daarop van Buitenlandsche Zaken. Den lsten April 1834 trad hij af, werd gezant te Napels en vervolgens te Londen, en in 1840 hier opgevolgd door Guizot. Daarna zag hij zich tot maarschalk bevorderd, bemoeide zich alleen met de handelingen der Kamer en overleed den 21Btcn Juli 1851. Zijn dochter werd door haar echtgenoot, den hertog de Praslin, vermoord.

Sebastopol of Sewastopel, een oorlogshaven in het Russische gouvernement Taurië, aan den zuidwestelijken uithoek van den Krim en aan den spoorweg naar Charkow en Koersk, ligt aan den zuidelijken oever van een baai, die een van de schoonste reeden van de wereld vormt en steeds ijsvrij blijft. De lengte van deze baai bedraagt 7 km., de grootste breedte meer dan 1 km. en de diepte 11—18 km. De stad heeft een modern voorkomen. Men vindt er 19 Grieksch-orthodoxe kerken, 2 kloosters, 4 synagoges, een lioogere burgerschool, 2 gymnasia, een zeevaartschool, 2 banken, scheepstimmerwerven, dokken, kazernes, een militair-historisch museum, een biologisch station, standbeelden van Nachimow, Lazarew en Kornilow en eenige gebouwen, die aan de belegering van 1854 herinneren. Het aantal inwoners bedraagt 60 710. Door den spoorweg naar Feodosia is de handel van Sebastopol achteruitgegaan. De stad wordt wegens haar gezond klimaat en haar baden veel bezocht.

De plaats, waar deze stad zich thans verheft, was

in de Oudheid door Grieken bewoond, die er de kolonie Chersones-Herakleia deden verrijzen. Later behoorde zij tot het rijk van den Bosporus en Pontus en kwam vervolgens onder de heerschappij der Romeinen. Reeds vroeg werd er uit Byzantium het Christendom gepredikt, als koopstad was zij aan de Russen onder den naam van Korsoenj bekend. Onder de heerschappij der Mongolen kwam de stad in verval.

Toen het khanaat van den Krim in 1783 aan Rusland kwam, werd door Potemkin de oorlogshaven Sebastopol gesticht, deze werd vervolgens onder keizer Nicolaas aanmerkelijk verruimd ten behoeve der Zwarte Zeevloot. De stad verkeerde in een bloeienden toestand bij den aanvang van den Krimoorlog, waarin zij van den 5den October 1854 af door de vereenigde troepen van Frankrijk, Engeland, Turkije en Sardinië te land en te water werd ingesloten en gebombardeerd. De buitengewoon sterke vestingwerken verhieven zich hoofdzakelijk aan de zijde der zee, want met de versterking naar de landzijde was bij het begin van den strijd nauwelijks een aanvang gemaakt. De toegang tot de reede werd aan de zuidzijde verdedigd door het Quarantaine- en het Alexandersfort, aan de noordzijde door het fort Konstantijn, de toegang tot de zuidelijke baai door de forten Nikolaas en Paul, en tegenover deze waren aan de noordzijde 2 batterijen opgeworpen. In het geheel werd de haven bestreken door 700 stukken geschut van het zwaarste kaliber. De forten waren van kalksteen gebouwd, 2 of 3 verdiepingen hoog en van kazematten voorzien. De verdedigingslinie aan de landzijde bestond bij de komst der vijandelijke troepen uit een vrijstaanden, gecreneleerden muur, hier en daar door defensieve kazernes versterkt. Behalve enkele andere versterkingen was alleen de Malakowtoren geheel voltooid. Aan de noordzijde verhief zich, 1200 schreden van den oever, het Noorderfort, en ten westen daarvan de Wolochowtoren. Alle andere werken werden meestal onder het vuur van den vijand onder de leiding van den uitstekenden generaal Totlébm aangelegd. Door bestorming van den Malakowtoren den 8sten September 1855 viel Sebastopol na een belegering van 11 maanden in de handen der Verbonden Mogendheden. Bijna de geheele stad was in een puinhoop herschapen en de nog ongerept gebleven forten en dokken aan de zuidzijde van de reede werden door de veroveraars verwoest. Na den Vrede van Parijs werd de stad allengs herbouwd, maar zij bereikte haar voormalige welvaart niet weder. Sedert 1885 werden de vestingwerken en dokken hersteld en werd Sebastopol weder de oorlogshaven voor de Zwarte-Zeevloot.

Sebenico, een stad in Dalmatië, ligt aan de Kerka en is door het kanaal Sant' Antonio met de Adriatische zee en door een spoorweg met PerkovicSlivno verbonden. Zij verheft zich amphitheatersgewijs aan de helling van een rots en wordt door 3 forten beheerscht en naar de landzijde door een ringmuur omgeven. De stad is de zetel van een bisschop en bezit een fraaien dom, een doopkerk, een voormalig stadhuis met een loggia, een park met een standbeeld van Tommaseo, een aantal kloosters, een haven en 10 072, als gemeente 24 747 inwoners, die zich met vischvangst, scheepvaart, handel, wijn- en oliebouw en nijverheid bezighouden.

Seboe, de grootste rivier van Marokko, heet in het begin Sigoe, daarna Boe el Mam, stroomt 5 kin. ten O. van Fez, neemt hier den Mekas op en mondt

Sluiten