Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in bezit genomen had, afgestaan, in 1834 werd de slavernij opgeheven, waarna de plantagebouw sterk achteruitging.

Secher, Wilhelm Adolf, een Deensch schrijver over de geschiedenis van het recht, werd den 17d®n Augustus 1851 bij Aalborg geboren, promoveerde in 1885 tot doctor in de rechtswetenschappen en werd in 1892 chef van het Deensche provinciale archief en in 1903 chef van het bestuur der Deensche archieven, voor wier reorganisatie hij zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt. Zijn voornaamste werken zijn: ,,Kong Kristian V's Danske Lov" (2de druk, Kopenhagen, 1891), „Kong Kristian V's Danske Lov og de tidligere Forsög padat tilvejebringe en almindelig Lovbog"(1885), „Corpus constitutionum Daniae. Forordninger, Recesoer m. m. 1558—1660' (tot nu toe 5 dln., 1887—1903).

Seckèndorff is de naam van een adellijk geslacht, hoofdzakelijk in Franken en Saksen gevestigd. Als stamvader wordt Ludwig von Seckendorff vermeld, die in het midden der 13de eeuw leefde. Thans bloeien nog 3 hoofdlijnen van dit geslacht. Van de leden noemen wij:

Seckendorff, Veit Ludwig von, staatsman en geleerde, geboren den 208ten December 1626 te iïerzogenaurach in Opper-Franken, studeerde te Straatsburg en trad als custos der bibliotheek in dienst bij Ernst denVrome.In 1651 werd hij hof- en justitieraad, waarna hij als gezant werkzaam was, in 1656 geheim hof- en kamerraad, in 1657 tevens hofrechter te Jena en in 1663 geheimraad in werkelijken dienst en kanselier werd. In 1664 werd hij bij hertog Moritz von Sachsen-Zeilz wederom geheimraad, kanselier en president van het consistorie. In 1681 legde hij zijn betrekking neder en betrok zijn riddergoed Meuselwitz bij Altenburg, in 1691 vertrok hij als geheimraad naar Berlijn en werd nog in hetzelfde jaar kanselier van de nieuw opgerichte universiteit te Halle. Hij overleed den 18den December 1692. Van zijn geschriften noemen wij: „Der Deutsche Fürstenstaat" (1655 en later), „Compendium historiae ecclesiasticae" (1660—1664), „Der Christenstaat" (1685), „Jus publicum Romanorum" (1686) en vooral „Commentarius historicus et apologeticus de Lutheranismo" (3 dln., 1688, voltooid 1692).

Seckendorff, Friedrich Heinrich, rijksgraaf von, keizerlijk veldmaarschalk en staatsman, geboren den 5den Juli 1673 te Koningsbergen in Franken, studeerde te Jena, Leipzig en Leiden in de rechten, trad in 1693 als vrijwilliger in Engelsch-Nederlandschen en later in Keizerlijken krijgsdienst en streed onder prins Eugenius tegen de Turken. In den Spaanschen Successie-oorlog was hij aanvoerder van het regiment Ansbach en veroverde in den slag bij Höchstadt aan het hoofd zijner dragonders 16 vaandels. Daarop werd hij tot kolonel bevorderd, streed bij Ramillies en Oudenaarde en nam deel aan de belegering van Rijssel. Vervolgens trad hij als generaalmajoor in dienst van Augustus II, koning van Polen, en voerde bevel over de Saksische hulptroepen in Vlaanderen. Als Poolsch gezant te 's Gravenhage woonde hij in 1713 de onderhandelingen bij van den Vrede van Utrecht, nam als bevelhebber van genoemde troepen in 1715 een belangrijk aandeel aan de verovering van Straalsund en zag zich in 1717 benoemd tot keizerlijk luitenant-veldmaarschalkgeneraal. Onder het opperbevel van Eugenius stond hij bij Belgrado aan het hoofd van twee regimenten

van Ansbach, streed in 1718 in Sicilië voorspoedig tegen de Spanjaarden en noodzaakte hen in 1720 tot een verdrag, dat hen dwong het eiland te verlaten. Li 1719 werd hij rijksgraaf en in 1721 veldtuigmeester. In 1726 vertrok hij als keizerlijk gezant naar het hof te Berlijn, waar hij de gunst verwierf van Friedrich Wilhelm I en in 1728 het geheim verdrag tusschen Oostenrijk en Pruisen tot stand bracht. Ook werkte hij aan verschillende hoven voor de erkenning van de Pragmatieke Sanctie. Als rijksgeneraal der cavalerie bracht hij in den Poolschen Successieoorlog den 20sten October 1735 den Franschen een nederlaag toe bij Klausen. In den nieuwen oorlog tegen de Turken werd hem, op aanbeveling van den stervenden Eugenius, na zijn benoeming tot Oostenrijksch veldmaarschalk, het opperbevel over het leger bij Belgrado toevertrouwd. Hier streed hij eerst voorspoedig, maar moest weldra achter de Save terugtrekken, tengevolge waarvan hij op aanstoken van zijn vijanden aangeklaagd en in de vesting Graz gevangen gehouden werd. Maria Theresia echter stelde hem op vrije voeten. Daarop trad hij in Beierschen dienst, werd opperbevelhebber van het Beiersche leger, ontzette München en wierp in 1744 de Oostenrijkers terug naar Bohemen, waarna hij het commando nederlegde. Na den dood van Iiarel VII werkte hij mede tot het sluiten van den Vrede te Füssen (22 April 1745). Na dien tijd leefde hij afgezonderd op zijn landgoed Meuselwitz bij Altenburg, totdat hij aldaar in December 1758 op bevel van Friedrich II, onder verdenking, dat hij een voor Pruisen nadeelige briefwisseling onderhouden had, in hechtenis genomen en een half jaar te Maagdenburg gevangen gehouden werd. Hij overleed op bovengenoemd landgoed den 238ten November 1763.

Seclusie, Acte van, noemt men de overeenkomst met Engeland, in de vergadering der Staten van Holland den 4den Mei 1654 aangenomen,waarbij genoemde Staten verklaarden (onder protest van de steden Haarlem, Leiden, Alkmaar, Enkhuizen en Edam), dat zij noch den prins van Oranje, noch iemand van zijn nakomelingen ooit zouden benoemen tot stadhouder of admiraal van hun provincie, noch tot kapitein-generaal der Unie. Deze overeenkomst werd op verlangen van Cromwell onder geheimhouding vastgesteld. De protector nam er genoegen in, dat die zaak in het eigenlijke vredestractaat onbesproken bleef, indien slechts een afzonderlijke acte van uitsluiting door Holland werd opgemaakt. Holland ging hiertoe over, en deze maatregel, door de overige gewesten afgekeurd, werd door De Witt op een meesterlijke wijze verdedigd in een deductie. De acte bleef bestaan tot den 298ten September 1660, maar werd toen, na de troonsbeklimming van Karet 11, door Holland ingetrokken.

Secoio, II, Gazelte di Milano, een Italiaansch dagblad, werd opgericht in 1865 te Milaan en uitgegeven door de uitgeversmaatschappij Sonzogno. Dit blad wordt van alle Italiaansche couranten het meest in het buitenland gelezen. Zijn richting is republikeinsch, de redactie treedt echter niet vijandig op tegen de regeering. Er wordt sedert 1888 wekelijks een bijblad uitgegeven onder den titel „II Secoio illustrato della Domenica".

Second, Aïbéric, een Fransch dichter, geboren den 17d(!n Juni 1817 te Angoulême, werd secretarisgeneraal in het departement Charente en onderprefect te Castellane in het departement Beneden-

Sluiten