Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hindostan, van de Japansche schrijftaal enz., een aantal woordenboeken en „Transvaal, die siidafrikanische Republik", „Sitten und Gebrauche des Bakwirivolks in Kameran nebst einera Abrisz der Bakurrisprache" (1902), „Das Geistesleben der afrikanischen Negervölker" (1904). „Deutsch-Kamerun" (1906) enz. Met Fitzner en Iiirchoff richtte hij de „Bibliothek der Landerkunde" (1898) op, redigeerde de „Zeitschrift für afrikanische nnd ozeanische Sprachen" (1895—1903), de „Beitrage zur Kolonialpolitik und Kolonialwirtschaft" (1899— 1903) en richtte het tijdschrift „Aus fernen Landen" (1903) op.

Seidieten, een tot de Sjiieten (zie aldaar) behoorende partij, noemt zich naar Seid, die een kleinzoon van Husein en een zoon van den imam Sein aV Abidin was, en is de meest verdraagzame van alle Mohammedaansche secten. In West- en Zuid-Arabië zijn zij vrij talrijk.

Seidlitz, Waldemar von, een schrijver over de geschiedenis der kunst, den l8ten Juni 1850 te Petersburg geboren, studeerde te Dorpat en Heidelberg, waar hij promoveerde in de staathuishoudkunde, maar legde zich daarna, onder leiding van A. Springer, op de studie der kunstgeschiedenis toe. Van 1878—1884 werkte hij als assistent van het kabinet van kopergravures der koninklijke musea te Berlijn en werd in 1885 tot lid van het hoofdbestuur der koninklijke musea te Dresden benoemd. Behalve opstellen en kritieken in vaktijdschriften en dagbladen, schreef hij o. a.: „Allgemeines historisches Portratwerk" (2de druk., 6 dln., Münclien, 1893—1897), „Kritisches Verzeichnis der Radierungen Rembrandts" (Leipzig, 1895), „Die Entwickelung der modernen Malerei" (Hamburg, 1897) en „Die Kunst auf der Pariser Weltausstellung" (Leipzig, 1901). Hij streeft er naar de moderne kunst in al haar uitineen te bevorderen. Met dit doel schreef

hij ook een reeks opstellen in het kunsttijdschrift „Pan" (1895—1900).

Seiffert, Max, een Duitscli muziekgeleerde, den 9den Februari 1868 in Beeskow aan de Spree geboren, studeerde te Berlijn onder Spitta muziekwetenschap en promoveerde aldaar op een verhandeling over: „J. P. Schweelinck und seine deutschen Schüler" (Leipzig, 1891). In de uitgaven van de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst publiceerde hij de volledige werken van Schweelinck (12 dln., Leipzig), het „Tabulatuurboek" van van Noordl en de „Psalmen" van Boscoop. Hij behoort tot de grootste beoefenaars van de muziekwetenschap. In 1907 werd hij tot hoogleeraar benoemd en woont te Berlijn.

Sejjid (Arabisch = meester, bij de Arabieren sjerif) is de titel der afstammelingen van Falima, de echtgenoote van AU en de dochter van den profeet Mohammed, die uitsluitend het recht hebben een groenen tulband en een groen opperkleed te dragen. Het aantal Seijids is aanzienlijk; in de meeste landen staan ze niet in hoog aanzien. Is een seijid overleden, dan wordt in zijn grafsteen de tulband uitgehouwen en deze, evenals de koepel van zijn grafmonument, wordt groen geverfd.

Seigneur (Fransch, afgekort: sieur en sire, Latijn: senior = de oudere), noemde men in Frankrijk dengene, die een leen van de Kroon met alle daaraan verbonden rechten over personen en eigendommen bezat. Zulk een heerlijkheid heette een

seigneurie, en het geheel der vermelde rechten seigneuriage, terwijl men den seigneur ook met den naam justicier bestempelde, omdat hij de hooge en lage rechtsmacht uitoefende. Sedert de opheffing van het leenrecht evenwel (3 Augustus 1789) heeft dit alles opgehouden t» bestaan, zoodat het woord seigneur een bloote tit^l is van souvereine vorsten, bisschoppen enz. Ook geeft men gewoonlijk aan dengene, die op grooten voet leeft, den naam van grand seigneur. Bovendien is Le Grand-Seigneur de Fransche naam voor den Turkschen sultan. In den Franschen kerkdienst is le Seigneur het Opperwezen en Notre Seigneur Christus.

Seille, een rechter zijrivier van de Moezel in Duitsch Lotharingen, ontspringt bij Mezières, is boven Marsal door eén kanaal met de Saar verbonden, vormt gedeeltelijk de grens met het Fransche departement Meurthe-et-Moselle en mondt, na een loop van 130 km., bij Metz in de Moezel uit.

Sein of Signaal is een overeengekomen teeken, geschikt om de aandacht van het oog (optisch) of van het oor (acoustisch) te trekken. In den krijgsdienst worden de seinen of signalen meestal met hoorn, trompet of trommel gegeven. Zij worden voornamelijk bij den inwendigen dienst gebruikt; in den oorlog bedient men zich, met uitzondering van de bereden wapens, slechts weinig van signalen. De aanvoerders maken gebruik van signaal-

fluitjes. Verder gebruikt men op grootere alstanüen bij dag seinvlaggen en iti het donker seinlichten. Bij het zeewezen maakt men gebruik van seinvlaggen (zie aldaar) en op groote afstanden, als men niet de kleur, maar nog wel den vorm kan onderscheiden, van afstandsseinen. Bij duisternis vinden seinlichten toepassing, terwijl bij mistig weer de seinen met behulp van stoomfluit, sirene of misthoorn gegeven worden. Liggen schepen voor anker, dan gebruikt men kloksignalen. Bij de driehoeksmeting maakt men gebruik van rood en wit gekleurde palen en van vierhoekige houten piramiden, uit palen bestaande en wier topeinde, ter wille van de zichtbaarheid, door planken is afgesloten. Zie verder Loodsvaartuigen, Onderwatersignalen, Spoorwegen en Tijdseinen.

Sein. Zie Vischtuigen.

Seinboek of Seincode is een register, waarin de beteekenis van bepaalde seinen of die van verkortingen en van bijzonder overeengekomen woorden is opgenomen. In de telegrafie maakt men gebruik van den telegraaf-code (zie aldaar en Chiffreeren). Bij het zeewezen dient het tusschen 1850 en 1860 door Engeland en Frankrijk ingevoerde, later door de andere zeevarende naties overgenomen, Internationaal seinboek (laatste druk van 1901). Het is een omvangrijk werk in 3 dln. met bijvoegsels, waarin de standaarden en vlaggen der regeerende vorstenhuizen, de commando- en onderscheidingsvlaggen en wimpels, de vlaggen, gevoerd door oorlogs- en koopvaardijschepen der verschillende landen, de cholera-, gele koorts- en pestvlag, de beteekenis van gekleurde seinvlaggen en het hijschen daarvan, benevens de loods- en noodseinen zijn opgenomen. Elke oorlogsmarine gebruikt bovendien een geheim seinboek, dat taktische en geveclitsseinen bevat.

Seincode. Zie Seinboek en Telegraaf code.

Seine, (bij de Ouden Sequana), een der hoofdrivieren van Frankrijk, ontspringt 471 m. boven de oppervlakte der zee in het departement Cöte d'Or o]>

Sluiten