Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scliichte toskanischer Skulptur"(Zürich, 1863), „Donatello, seine Zeit und seine Schule"(2de dr., Wee- 1 nen, 1875), „Wanderungen und Kunststudiën in ) Tirol" (Innsbrück, 1894), „Altes und Neues in < Rhythmus und Reim"(Leipzig, 1005) en „Das Fort- < leben der Antike in der Kunst des Abendlandes ( (Stuttgart, 1906).

Semper, Karl, een Duitscli natuurvorscher, i geboren den 6^en Juli 1832 te Altona, bezocht sedert 1848 de zeecadettenschool te Kiel en de polytechnische school te Hannover, studeerde te Würzburg in de zoölogie, begaf zich in 1858 naar Manila, vertoefde van 1859—1861 op de Philippijnen, bezocht in 1862 de Palaoe-eilandeti en in 1864 Mindanao. In 1866 vestigde hij zich te Würzburg als privaatdocent in de zoölogie, werd er in 1868 hoogleeraar in die wetenschap en in de vergelijkende ontleedkunde en belastte zich in 1872 met de leiding van het pas gesticht zoölogisch-anatomisch instituut. In 1877 reisde hij door NoordAmerika, leidde in 1888 en 1889 den bouw van het nieuwe zoölogisch-zoötomisch instituut^ te Würzburg en overleed aldaar den 30Bten Mei 1893. Hij schreef: „Die Philippinen und ihre Bewolmer' (1869), „Die Patauinseln"(1873), met andere geleerden het nog niet voltooide werk: „Reisen im Archipel der Philippinen, zweiter Teil: Wissenschaftliche Resultate"(dl. 1—10,1868—1906), verder alleen „Entwickelungsgescliichte der Ampullaria polita nebst Mitteilungen über die Entwickeiungsgeschichte einiger anderen Gastropodeu aus den Tropen"(Utrecht, 1862), „Die Verwantschaftsbeziehungen der gegliederten Tiere"(1876) Die natürlichen Existenzbedingungen derTiere"(2 dln., 1880) en „Die Niere der Pulmonaten"(1894). Ook gal hij de „Arbeiten aus dem zoölogisch-zoötomischen Institut in Würzburg" uit, terwijl hij in 1877 in een „Offener Brief" als tegenstander van Haeckel optrad.

Sempervivum. Zie Dalcenloolc en Huislook.

Sempronius is de naam van een patricisch, later Plebejisch Romeinsch geslacht, waartoe de beroemde Gracchussen behoorden.

Semsem of Zemzem. Zie Mekka.

Semstwo (Russisch = landschap) heeten de sedert 1864 tot zelfbestuur gekomen distrikten in Europeesch Rusland. Later is het voornamelijk de naam van hun gekozen vertegenwoordigende lichamen (gouvernements- en districtssemstwo). In 1'JIO is hun zelfstandigheid echter zeer beperkt geworden (Zie Rusland).

Semur is de arrondissementshoofdstad van het Fransclie departement Cöte d'Or. Het ligt 250 279 m. boven den zeespiegel op een rotsachtige hoogte, die naar den Armapon afhelt, aan den spoorweg Parijs—Middellandsche zee en aan den lokaalspoorweg Semur—Saulieu. Het heeft een Gotische kerk (13de eeuw), ruïnen van een versterkt en kasteel en vestingwerken, een handelsrechtbank, een Kamer van Landbouw, een gymnasium, bibliotheek (16000 dln), teekenschool, museum, molens, zagerijen en handel in landbouw-produkten. Het heeft (1901) 3510 (als gemeente 3655) inwoners.

Sen of Seng is de naam van de kleinste Japansche munt = 2,5 cent nominaal en bij postwissels = 1.24 cent.

Sedert 1873 wordt zij uit brons geslagen. Verder heeft men stukken van 5 sen van nikkel, van 10, 20 en 50 sen van zilver.

Senaat (Senatus), de Raad der Ouden, stond in de republieken van de Oudheid de uitvoerende macht en de volksvergaderingen als raadgevend en leidend lichaam ter zijde. Als zoodanig zijn in de Oudheid vooral bekend geworden die te Sparta (Gerousia), te Athene (Boulê) en te Carthago.

De Romeinsche Senaat, volgens de overlevering door Romulus ingesteld, bestond oorspronkelijk uit 100, later uit 300 leden (senatores of •patres) en werd door de koningen bij belangrijke openbare aangelegenheden geraadpleegd. De laatste koning, Tarquinius Superbus, verminderde het aantal, dat na zijn verdrijving uit de plebejers door de zoogenaamde conscripti (vandaar de later gemeenschappelijke term patres conscripti)werd aangevuld. De werkkring van den Senaat breidde zich nu van zelf uit, daar de jaarlijks wisselende consuls en de andere overheidspersonen hem slechts als uitvoerende macht ter zijde stonden. Vandaar berustte de beslissing over oorlog en vrede, de geheele buitenlandsche staatkunde, het toestaan van geld, het oppertoezicht op het godsdienstwezen, over Italië en de wingewesten en alle bezittingen van den staat, de voorbereiding van de volksbesluiten, de hoogste rechtspraak enz. bij den Senaat. Vooral sedert Sulla werden slechts personen, die zeer hooge ambten hadden bekleed, lid van den Senaat, terwijl een leeftijdsgrens van 25—30 jaar bestond. Het aantal Senatoren wisselde in den tijd van de republiek; in de laatste eeuw van haar bestaan bedroeg het 400—500 en steeg onder Caesar tot 900, werd echter door Augustus tot 600 teruggebracht. In den oudsten tijd werd de Senaat tot een vergadering in een gewijde ruimte door de koningen, later door de consuls of hun plaatsvervangers, die ook de^ vergadering leidden, bijeengeroepen. Onder de keizers bleef de Senaat bestaan; hoewel de buitenlandsche staatkunde, de beschikking over het leger en een gedeelte van het financieel beheer thans bij de keizers berustte, scheen zijn macht toch uitgebreid, daar de Senaat de verkiezingen van hoogere ambtenaren en de wetgeving, in plaats van de volksvergadering, daarenboven het recht van benoeming (of bevestiging) van den keizer ontving; ook op het gebied der rechtspraak werd zijn macht uitgebreid. De uitoefening van deze bevoegdheden hing echter van den goeden wil der keizers af: de Senaat was datgene, wat de keizers hem veroorloofden te zijn. Daarom werd hij langzamerhand een rangklasse, waartoe niet alleen de senatoren zelf, maar ook de bloedverwanten behoorden, wanneer zij aan de onder Augustus vastgestelde voorwaarde van een vermogen van 1 millioen sestertiën (130510 gld) te bezitten en enkele andere voorwaarden voldeden. Naast den Senaat en in zekeren zin in plaats daarvan werd reeds door Augustus een uit een beperkt aantal personen bestaande Raad ingesteld, consilium, later consilium principis genoemd, die langzamerhand steeds meer invloed verkreeg en onder Diocletianus en Conslaniinus bijna de geheele werkelijke macht, behalve de , rechtspraak, in zijn hand vereenigde.

Naar het voorbeeld van Rome noemdo men sedert ■ de Middeleeuwen de overheidscolleges van de voornaamste steden, Senaten, eveneens echter andere " hooge colleges (bijv. van een universiteit). Ook verschillende staatslichamen, overeenstemmende met onze Tweede of Eerste Kamer, dragen nog den naam

Sluiten