Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1444 was zij weder een der aanzienlijkste steden van Lithauen, verkreeg in 1544 het Maagdenburger recht en werd het volgende jaar eene prooi der vlammen. In 1606 werd zij nogmaals door de Tataren verwoest, maar kwam weder tot bloei onder de Poolsche heerschappij, die aan haar als hoofdstad van het woiwodeschap Kiew dezelfde rechten toekende als aan de residentie. In 1778 werd zij met Rusland vereenigd en in 1804 de hoofdstad van het gouvernement.

Sjiwa. Zie Qiwa.

Sjoa, een Christen koninkrijk in het zuidoosten van Abessinië, dat sedert 1889 met Abessinië verbonden is, heeft een oppervlakte van 40 000 v. km. en telt 1,5—2 millioen inwoners. Het is een hoogland waarin de Wariro (3900 m.) in het Goeragebergte de grootste hoogte bereikt. In het Z. en O. van het land stroomt de Hawasj, in het noordoosten de Blauwe Nijl; de voornaamste rivier is de Djemma. De geologische, botanische en zoölogische gesteldheid van Sjoa gelijkt op die van Abessinië (zie aldaar). Ook de bewoners zijn Abessiniërs van den stam der Amhara's of heidensche en Mohammedaansche Galla's. De weinig beteekenende handel gaat door de woestijn Adal naar Tadsjoerra. De vroegere hoofdstad Ankober stierf in 1892 door cholera en hongersnood bijna uit; in haar plaats verhief keizer Menelik Addis Abeba tot hoofdstad, dat in den regentijd met Antoto verwisseld wordt.

Sj öberg' Erik, een Zweedsch dichter (pseudoniem Vilalis), geboren den 14den Januari 1794 in Södermanland, was een lyrisch dichter van diepe melancholie, die echter ook over een scherpe satire en veel humor beschikte. Hij overleed den 4den Maart 1828 te Stockholm. Aldaar verschenen in 1828 zijn „Verzamelde werken".

Sjoemen (Turksch.'iS/oejn&i), eendistriktshoofdstad in Bulgarije, ligt 194 m. boven den zeespiegel in een dal van den Afisjkbalkan, en aan de spoorlijnen Roestsjoek-Warna en Sjoemen-Plewna. Het bezit 47 moskeeën en minarets, 4 Christelijke kerken en een synagoge. De voornaamste takken van nijverheid zijn weverij en looierij. Het telt (1900) 23102 inwoners. Sjoemen heeft een sterk garnizoen en is een punt van strategisch gewicht, doordat de groote wegen van de Donauvestingen over den Balkan naar Roemelië zich hier vereenigen en men vanhier meester is van de oostelijke Balkanpassen, van de Donau-overgangen bij Roestsjoek en Silistria en van de havenplaatsen Warna en Baltsjik. De vestingwerken bestaan hoofdzakelijk uit gedetacheerde forten, die een groote legerplaats beveiligen en zijn tamelijk vervallen. Driemaal zijn de Russische legers door dit bolwerk in hun tocht gestuit, n.1. onder Romanzow (1774), Kamenskij (1810) en Wittgenstein (1828). Bij laatstgenoemde gelegenheid werd de vesting verdedigd door Hoessein-Pasja, doch Dicbitsj trok haar in 1829 om.

Sjoemla werd in 811 door Keizer Nikephoros verwoest, in 1087 door Keizer Alexios 1 belegerd, in 1388 door de Turken onder AH-Pasja bij verdrag ingenomen, in 1649 en 1768 uitgelegd en versterkt. In het voorjaar van 1854 was deze stad het hoofdkwartier van Omar-Pasja en het centraalpunt der Turksche armee. In September 1878 werd zij door de Turken ontruimd.

Sjoemla. Zie Sjoemen.

Sjoerds, Foeke, een Friesch geschiedschrijver, geboren te Ee in Friesland den 2den Juni 1713, werd in 1739 onderwijzer en voorzanger te Ljeussens en in 1742 te Nijkerk (in Oostdongeradeel), in 1745 dorpsrechter en zag zich in 1748 benoemd tot afgevaardigde naar den prins van Oranje. Na zijn terugkeer vervaardigde hij onderscheiden gedichten, vooral gelegenheidsgedichten, van meer belang waren echter zijn geschiedkundige nasporingen. Hij schreef: „Kort vertoog van den staat en de geschiedenis der Kerke des Nieuwen Testaments"(3 dln., 1761—1765), terwijl van een 4de deel van dit werk in 1771 de tweede druk verscheen, „Algemeene beschrijving van Oud- en Nieuw-Friesland"(2 dln. in 4 stukken 1765—1768) en „Historische jaarboeken van Oud- en NieuwFriesland van de vroegste geheugenissen tot op den tegenwoordigen tijd"(1768—1771). Hij overleed den 18den December 1770.

Sjoesja, een arrondissementshoofdstad in het Russische gouvernement Jelissawetpol, ligt 1550 m. boven den zeespiegel, op een hooge, steile rots aan de rivier Sjoesja, bezit een citadel, een hoogere burgerschool, katoen- en zijdeweverij en tapijtenfabricage. Het telt 25 656 inwoners.

Sjoesjter, bij Plinius Sostra en in de Middeleeuwen Toestra, is een stad in de Perzische provincie Choesistan of Arabistan. Zij ligt aan den Karoen en telt 20 000 inwoners. Men heeft er een burcht, een prachtige moskee, grootsche waterwerken uit den tijd der Sassaniden, een vruchtbare omgeving en een gezond klimaat. In de zandsteenbergen in het N. zijn vele „Dachme"(terrassen voor het neerleggen der lijken) behouden. De handel is van weinig beteekenis.

Sjoewalow is de naam van een geslacht van Russische graven. Het onderscheidde zich het eerst door Iwan Sjoewalow, die in de dagen van Peter den Groote als generaal en commandant van Wiborg in hooge mate het vertrouwen van den Czaar genoot. Zijn zonen Alexander en Peter Iwan werden in 1747 door keizerin Elizabeth in den gravenstand opgenomen en door Peter III tot maarschalken des rijks benoemd. Peter Iwan vond een bepaalde soort van houwitsers uit en overleed als minister van Oorlog den 16den Januari 1762.

Sjoewalow, Iwan Iwanowitsj, een neef der bovengenoemde broeders, geboren den 12deD November 1727, was eveneens een gunsteling van keizerin Elizabeth, stichtte in 1755 de universiteit en twee gymnasia te Moskou, evenals in 1758 de academie van schoone kunsten te St. Petersburg en overleed aldaar den 25Bten November 1798.

Sjoewalow, Paul Andrejewitsj, graaf, geboren den 31sten Mei 1776, een bloedverwant van de voorgaanden, diende onder Soeworaw in Polen en Italië, eveneens in 1807 en 1809, toen hij over de Torneü in Zweden rukte en Shelefte;! innam, waarna hij tot adjudant-generaal des keizers bevorderd werd. Van 1812—1815 vergezelde hij den keizer, onderhandelde in 1813 met Caulaincourt over den wapenstilstand van 4 Juni. In 1815 werd hij belast met de taak, keizerin Maria Louisa naar Weenen en vervolgens Napoleon I naar Fréjus te vergezellen. Hij overleed den l8ten December 1825.

Spewalow, Peter Andrejewitsj, graaf, geboren den 15den Juli 1827 te St. Petersburg, de zoon van den opperhofmaarschalk Andreas Sjoewalow,

Sluiten