Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Scientific writings of James Smithson" werden door Rhees uitgegeven (1879).

Smithsonian instituut. Zie Smithson, James.

Smithsont is een zeestraat in arktisch Amerika, gelegen tusschen Ellesmereland in het W. en het Groenlandsche schiereiland Proedhoeland in het O., die de Baffinsbaai met het Kanebekken verbindt. Hieruit voeren het Kennedy- en het Robesonkanaal naar de Poolzee. De Smithsont werd in 1616 door Bylot en Baffln ontdekt en in 1852 door Inglefield tot 78°30' N. Br. bevaren. Later beproefden vele poolvaarders, zooals Kane (1854), Hayes, Hall (1871), Nares (1875), Greely (1881), Peary (1891, 1898 en 1905) en Sverdrup (1898) door de Smithsont naar de Pool door te dringen, totdat dit eindelijk aan Peary in 1908—1909 gelukte (zie de kaart bij het artikel Noordpoollanden).

Smitter-Lénian-metaal is een legeering van koper, nikkel, zink, tin, ijzer en bismuth, waarvan verschillende snuisterijen vervaardigd worden. Zij is wit van kleur, gemakkelijk te bewerken en oxydeert niet.

Smokkelhandel (Sluikhandel) noemt men het in strijd met bestaande bepalingen invoeren van goederen (contrabande) in het gebied van een vreemden staat, of het ontduiken van de bij den invoer verschuldigde rechten. De handelshuizen van het buitenland, die zulke waren verzenden, loopen hierbij geen gevaar, daar zij niet tegen de wetten van hun land handelen. De afnemers van binnengesmokkelde goederen loopen eveneens betrekkelijk weii ig of geen gevaar, daar zij zich er in het geheel niet over behoeven te bekommeren, hoe en wanneer de goederen in het land zijn gekomen. Het gevaar treft hoofdzakelijk de personen, die zich leenen tot het binnensmokkelen der goederen (smokkelaars)-, zij moeten de straf voor contrabande dragen. De smokkelaar doet te kort aan de schatkist. Hoe hooger de tarieven zijn, waarmee de in- en uitvoer belast is, hoe drukkender de formaliteiten van de tariefwetten worden, des te grooter wordt de bekoring van dit de gemeenschap schadende en vooral op de bewoners der grensdistrikten demoraliseerend werkende bedrijf. Ter bestrijding van den smokkelhandel bestaan tusschen de grensstaten dikwijls bijzondere conventies.

Ook het ontduiken van belastingen in het algemeen, bijv. van de belasting op het geslacht enz., wordt veelal met den naam smokkelen bestempeld.

Smolensk, een Russisch gouvernement, tusschen de gouvernementen Pskow, Twer, Moskou, Kaloega, Orel, Tsjernigow, Mohilew en Witebsk gelegen, heeft een oppervlakte van 56042,6 v. km. Het land is het hoogst in het N.O., waar men de bronnen en de waterscheiding aantreft van drie rivierstelsels (Wolga, Dnjepr enDuna). Tot het stelsel van de eerste behooren de voor vlotten bevaarbare Wasoesa met de Gshatj en de Oegra; naar de Duna stroomen de Mesha en Kasplja en naar den Drjepr de Wopj, Wjasma, Sosh en Desna. Talrijke meren en moerassen bevorderen de ruwheid en vochtigheid van het klimaat (temperatuur gemiddeld jaarlijks: 4,9° C ). Ofschoon men het vellen van hout met kracht voortzet, is het zuidelijk gedeelte van dit gouvernement nog met uitgestrekte wouden bedekt. Smolensk telt 1626 279 inwoners, die deels Groot-, deels Wit-Russen zijn en waarvan meer dan 98 % tot de GriekschOrthodoxe Kerk behooren. 31,2 % van den bodem

is bouwland en levert rogge, haver, gerst, erwten, boekweit en aardappelen. Zeer aanzienlijk is verder de vlasbouw; Smolensk levert van alle Russische gouvernementen de grootste opbrengst aan vlasvezels. Ook de ooft- en tuinbouw (kool en augurken) moet vermeld worden. In 1903 telde men: 430 000 paarden, 570 000 runderen, 740 000 schapen en 250 000 varkens. De nijverheid is van weinig beteekenis; men telde in 1900: 1821 ondernemingen met 12 689 arbeiders en een produktiewaarde van 8,7 millioen roebel. Uitgevoerd (grootendeels naar Riga) worden; lijnzaad, vlas, hout, houten gereedschappen, haver, leer en olie. Smolensk is in 12 distrikten verdeeld. Door dit land liep vroeger de groote weg der Waragen naar Byzantium, en het hier gevestigde volk der Kriwitsjen onderhield handelsbetrekkingen met verwijderde gewesten, zooals blijkt uit de aldaar gevonden Arabische munten uit de 8ste, gde en 10de eeuw.

Sedert den dood van Jaroslaw I had Smolensk tot aan 1395 zijn eigen vorsten, maar onderwierp zich toen aan Witowt, vorst van Lithauen. Gedurende de eeuwenlange veete tusschen Moskou en Lithauen bleef het land met de steden meestal in het bezit der Lithauers, totdat het in 1680 voor goed ten deel viel aan Rusland. Sedert 1796 is het een zelfstandig gouvernement.

Smolensk, de hoofdstad van het gelijknamige Russische gouvernement, ligt aan beide oevers van den Dnjepr, is een kruispunt van spoorwegen (n.1. de oude stad met een vestingmuur en torens op de linkerzijde van de rivier) en bezit 43 kerken, waaronder de kathedraal Maria Hemelvaart (uit de 12de eeuw), verschillende inrichtingen voor middelbaar onderwijs, een geestelijk seminarium en 32 lagere scholen, 2 banken, 5 tijdschriften en een gedenkteeken van den componist Glinka. Het telt (1900) 57 405 inwoners, drijft een niet onbelangrijken handel in graan, lijnzaad en vlas en bezit een stedelijk electriciteitswerk, een electrischen tram en vele fabrieken.

Smolensk is een van de oudste steden van Rusland en was de hoofdplaats der Kriwitsjen. Er werd veel om het bezit van deze stad gestreden, totdat zij in 1654 voor goed aan Rusland kwam, tevens was zij een sterke vesting en telde in haar bloeitijd meer dan 100 000 inwoners. Den 17dcn Augustus 1812 behaalde Napoleon 1 er een overwinning op de Russen en opende zich daardoor den weg naar Moskou, doch zijn leger leed er, in November daarop volgende, bij den terugtocht de nederlaag.

Smolka, Fram, een Oostenrijksche staatsman, geboren den 5den November 1810 te Kaloesz in Galië, studeerde te Lemberg in de rechten en vestigde zich in 1840 aldaar als advocaat. Als een der leiders van het „Jonge Polen" werd hij na een vierjarig proces ter dood veroordeeld, doch ontving genade. In Maart 1848 plaatste hij zich aan het hoofd van de nationale Poolsche beweging in Galicië en was in het belang daarvan werkzaam op den Rijksdag te Weenen, waar hij eerst tot vice-president en vervolgens tot president gekozen werd. Na de ontbinding van den Rijksdag keerde hij terug tot de rechtspraktijk te Lemberg. In 1861 werd hij weder naar den Rijksraad afgevaardigd en voegde er zich bij de Poolsche en Czechische Foederalisten. In 1863 nam hij zijn ontslag uit den Rijksraad, liet zich echter in 1867 daarin herkiezen en behoorde tot de leiders der

Sluiten