Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenwereld, in hoofdzaak met dat van Java overeen, alleen is de temperatuur er iets hooger. In den Oostmoeson treden er moeraskoortsen op. De voornaamste produkten zijn rijst, maïs, katjang suikerriet, bamboe, katoen, kokospalmen en verschillende houtsoorten. In het wild leven er een soort wilde katten, slangen en krokodillen, verder treft men er paarden, wilde en tamme buffels, geiten, herten, varkens en pluimvee aan. De bevolking is van Maleische afkomst; in het W. komt zij echter meer met de Sasaks van Lombok, in het O. met de Makasaren overeen. Zij belijdt, met uitzondering van enkele Christenen en heidenen, den Islam. Het eiland is verdeeld in de rijken Soembawa, Bima (zie aldaar), Dompo (zie aldaar)en Sanggar; vóór 1815 vond men er nog de rijken Tambora en Papekat, die door de uitbarsting van deTambora verwoest werden. Het grondgebied van Tambora, dat nog woest en onbewoond is, behoort thans tot Sanggar. Ook Sanggar is zeer schaars bevolkt.

Het rijk Soembawa heeft een oppervlakte van ongeveer 5400 v. km., de binnenlanden zijn bijna onbewoond, de meeste kampongs liggen op een afstand van 1—3 uur van de kust. De hoofdplaats Soembawa ligt aan de baai van denzelfden naam; van de overige plaatsen noemen wij; Boegis, Kowangko, Mata, Ampang, Plampang, Boeer en Alas. De bewoners van het rijk Soembawa spreken een eijen taal. Hun bezigheden zijn in hoofdzaak dezelfde als van de bewoners van Bima (zie aldaar). Het rijk wordt bestuurd door een sultan. Administratief vormt het gelieele eiland Soembawa thans tijdelijk een afdeeling van de residentie Timor en Ooderhoorigheden, die verdeeld is in de onderafdeelingen Bima, Soembawa en Taliwang.

Van de vroegere geschiedenis van Soembawa is alleen bekend, dat het eens tot het rijk van Madjapaliit behoorde. In 1674 trad de vorst tot het Bonggaaisch tractaat toe.

Soembing-, een vulkaan op Java in de residentie Kedoe, ligt ten Z. van den Sindoro en bereikt een hoogte van 3336 m. De berg heeft een breeden voet en een grooten kraterrand, die bijna Vi van den omtrek van een cirkel met 1000 m. middellijn beslaat. Waar de rand ontbreekt, treedt een breede lavastroom te voorschijn. Da top is tamelijk effen, overigens is de berg door een aantal ravijnen vrij regelmatig gegroefd. Tot een hoogte van 1000 m. liggen op de helli ig vele dorpen en sawahs, tot 1400 m. vindt men nog droge velden met verschillende gewassen, daarboven is men sedert 1891 met de herplanting van bosschen begonnen, wat uitstekende resultaten heeft opgeleverd. Uitbarstingen van dezen vulkaan zijn niet bekend.

Soemedang, een afdeeling van de residentie Preanger Regentschappen op Java, ligt in het N.O. van deze residentie en bevat de distrikten Soemedang, Tandjoengsari, Tjibeureum, Tjonggeang en Darmaradja. In het O. vindt men brecciën en mergel. in het Z.\V. is de bodem vulkanisch. Aldaar bevinden zich de Tampomas (1683 m.), de Kareumbi (1681 m.) en de Tjalantjang (1666 m.), wier hellingen de kleine hoogvlakten van Soemedang insluiten, de Tjakraboeana (1720 m,) en de Boekit Toenggoel (2208 m.). Het O. van Soemedang wordt door de Tji Manoek doorstroomd, die de Tji Peles en de Tji Loetoeng opneemt. Voor de scheepvaart is deze rivier hi 'r van geen belang. Over de Tji Manoek en

de Tji Loetoeng zijn bruggen geslagen. In het Z.O. vindt men eenige landbouwondernemingen op gronden in erfpacht, die bijna uitsluitend thee en kina verbouwen. Verder zijn er nog een paar cassavemolens van Chineezen. De vroegere tabakscultuur heeft opgehouden te bestaan. De inlandsche landbouw heeft betrekking op rijst en tweede gewassen.

Soemedang;, de hoofdplaats van de gelijknamige afdeeling (zie aldaar), telt (1905) 8175 inwoners, waaronder 53 Europeanen, 7944 Inlanders en 198 Chineezen. Zij ligt 460 m. hoven den zeespiegel in een fraaie omgeving op de hoogvlakte van Soemedang en bezit een aangenaam klimaat. Door den aanleg van den spoorweg van Bandoeng naar Tjilatjap is de plaats achteruitgegaan.

Soemenep, een afdeeling van de residentie Madoera, waartoe ook een aantal eilanden behooren, beslaat het oostelijkste gedeelte van het eiland Madoera en bevat de distrikten Soemenep, Timoerlaoet, Baratlaoet, Manding, Baratdaja, Timoerdaja, Kangean en Sapoedi. De bodem bestaat voornamelijk uit jong tertiaire heuvels, in het midden uit mergel, ten X. en ten Z. daarvan uit kalk. De hoofdplaats Soemenep ligt op een smalle strook kwartaire grond, ten Z. hiervan vindt men een alluviale vlakte, die voor een groot deel door zoutpannen wordt ingenomen, langs de noordkust vindt men duinvorming. De heuvels nemen naar het W. toe in hoogte, de hoogste, de Tamboekoe, is 470 m. hoog. De voornaamste rivier is de Pajo dan, die een lengte heeft van 40 km. en onder den naam Saroka in de Baai van Soemenep uitm indt. De overige riviertjes zijn van weinig belang. De bevolking houdt zich bezig met landbouw, zeevaart, vischvangst, v eteelt en hindel. De zoutbereiding geschiedt van regee ingswege. Tot Soemenep behooren de eilanden Gilijang. Poeteran, Giligenteng, Giliradja, de Sapoedieilanden en de Kangeaneilanden. De totale oppervlakte van de afdeeling Soemenep bed'aagt 209129 H.A.

Soemenep, de hoofdplaats van de gelijknamige afdeeling op het eiland Madoera, telt (1905) 17 930 inwoners, waaronder 217 Europeanen, 15 956 Inlanders, 936 Chineezen, 752 Arabieren en 69 andere Vreem le Oosterlingen. Zij is zeer uitgestrekt. De woning van den regent is uit 3 om elkaar heen gebouwde muren met poorten omringd.Verder vindt men er een nieuwe mosk e en de fraaie begraafplaats Asta. Behal- e de inlandsche wijk heeft Soemenep een Ara'iische wijk, een Chineesche wijk, een Europee ch; wijk en de wijk Marengan, die vroeger door Europeesche ambtenaren bewoond werd, doch thans gedeeltelijk ledig staat. In Soemenep is de inlandsche nijverheid tamelijk ontwkkeld. De plaat; ligt aan den stoomtram.

Soenda-eilanden, Groote, is een door de Portugeezen ingevoerde benaming, waaonede de eila den Sumatra, Java, Borneo en Celebes worden samengevat.

Soenda-eilanden, Kleine, is een benaming, die, naar analogie van de Groote Soenda-eilanden, in de eerste helft der I91e teuw ontstond voorde reeks eilanden, die zich van Bali tot en met Timor ten O. v.in Java uit trekt. Er behooren dus toe: Bali, Lombok, Soembawa, Soemba, Flores, Timor, de Solor- en de Aloreilanden.

Soenda-landen i< de naam voor het gedeelte van Java ten W. van de rivieren Tji Losari en

Sluiten