Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwijzeressen. Het telt (1900) 23 267 inwoners, die zich met levendigen handel en nijverheid bezig houden.

Springfield, de hoofdstad van het graafschap Clark in Ohio in de Vereenigde Staten van NoordAmerika, ligt in een rijke landbouwstreek bij de samenvloeiing van den Mad River met den Lagonda Creek, is een kruispunt van spoorwegen en bezit het Lutliersche Wittenberg College en de Warder-bibliotheek. Het telt (1900) 38 263 inwoners, die zich met levendigen handel in graan en vee en met nijverheid bezig houden.

Springgranaat. Zie Geschut.

Springhaas. Zie Springmuizen.

Springkever (Elater L.) is de naam van een familie en van een geslacht van Kevers, dat zich onderscheidt door gezaagde sprieten en een langgerekt lichaam, verder door een uitsteeksel aan de buitenzijde van den eersten ring van het borststuk, dat met kracht in een holte van den tweeden borstring kan gedrukt worden. Deze familie telt ook in ons land onderscheiden soorten, zooals de springkever (E. lineatus L.), waarvan de larve onder den naam van ritnaald bekend is en veel verwoestingen aanjplantenwortels aanricht, de bloedroode springkever (E. sanguineus L.) enz.

Springkomkommer. Zie Ecballium.

Springmiddelen beteekent hetzelfde als explosieve stoffen. Zie aldaar.

Springmuis (Dipus Schreb.) is de naam van een klein dier met gedrongen lichaam, zeer korten hals, haasachtigen kop, groote oorschelpen en oogen, lange snorharen en staart, korte voorpooten met vier teenen en zesledige achterpooten met drie teenen. De voetzool is met een veerkrachtigen springbal voorzien. Zij behoort tot de familie der knaagdieren en komt voor in N. O. Afrika, Midden-Nubië en W.Azië (woestijnspringmuis), in O. Mongolië, de steppen van den Don en den Krim (paardenspringer) en in Z. en Duitsch O. Afrika (springhaas).

Springstaarten (Collembola) vormen een insektengroep der Aptergogenea (zie aldaar). Het zijn kleine, langgerekte dieren, met stevige, vier tot zesledige sprieten, enkelvoudige oogen, en stevige pooten. Het 4"0 of 5de lid van het achterlijf is voorzien van een lange springvork, die met geen der achterlijfsaanhangsels van andere insekten kan worden vergeleken. Hiermede kunnen zij reusachtige sprongen doen. Zij leven op vochtige plaatsen, sommige zelfs tijdelijk of voortdurend aan de oppervlakte van het water en voeden zich met kleine zwammen of algen.

Springvloed. Zie Getijden.

Springzaad. Zie Balsamineeën,

Sprinkhanen (Saltatoria) vormen een familie uit de orde der Rechtvleugeligen (Orthoptera). Men onderscheidt de sabelsprinkhanen (Locusta), de veldr sprinkhanen (Arcidium) en de krekels (Gryllidae). Alle hebben tot springen ingerichte achterpooten, doch de eerste onderscheidt zich door zeer lange sprieten, die uit een menigte geledingen bestaan, terwijl de wijfjes van een lange, sabelvormige legboor voorzien zijn, waarmede zij de eieren in den grond brengen, en de mannetjes gewoonlijk op den rechter voorvleugel een vliezige plek hebben, waarmede zij een schel en doordringend geluid maken. De tweede heeft korte sprieten, nooit langer dan de halve lengte van het lichaam. De wijfjes missen de

lange legboor en de mannetjes geven geluid door de achterschenen tegen de dekschilden te wrijven. Voor de krekels: zie aldaar. Alle sprinkhanen leven van plantaardige stoffen.

Tot de eerste familie behoort onze inlandsche groene sprinkhaan (Locusta viridissima), geheel groen. Men ziet hem zelden, maar des zomers zingen de

mannetjes van den middag tot den avond en bevinden zich dan in wilgenen elzenstruiken langs weiden en bouwlanden. Iets kleiner is de groote bruine sprinkhaan (Decticus verrucivo-

vleugels met brui- Sprinkhaan.

ne en gele blokjes

versierd zijn. Tot het geslacht Acridium behoort de treksprinkhaan(Pachytylus migratorius),die nog grooter is dan onze groene. Deze laatste is vooral in Azië, Z. Afrika en het 0. van Europa een geweldige plaag, daar hij soms met millioenentallen verschijnt en alle planten vernietigt, waar de zwerm nederstrijkt.

Sprokkelmaand is een andere naamvoorde maand Februari. Het woord sprokkel is afgeleid van het Middel-Latijnsche spurcalia, waarmee heidensche feesten, die in Februari gevierd werden, werden aangeduid.

Spronck, Charles, Henri, Hubert, een Nederlandsch bacterioloog werd in 1858 te Beek in Limburg geboren. Hij werd in 1876 student te Amsterdam en promoveerde daar den ls,en October 1886 tot doctor in de geneeskunde op een proefschrift, getiteld: „Over ischaemie van het ruggemerg." Als doctorandus was hij intusschen reeds den 19aen Januari 1886 benoemd tot lector in de ontleedkunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, waar hij ruim twee jaar later tot hoogleeraar bevorderd werd. Hij aanvaardde dit ambt den 24stcn September 1888 met een redevoering, getiteld: „De onsterfelijkheid in de levende natuur" en doceerde: ziektekundige ontleedkunde, algemeene ziektekunde en bacteriologie. Hij legde zich in het bijzonder toe op bacteriologische onderzoekingen. Onder zijn persoonlijke leiding wordt te Utrecht het diphterithisserum bereid. De regeering erkende zijn verdiensten door zijn benoeming tot ridder in de orde van den Nederlandschen leeuw. Hij is sedert 1903 lid der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, voor wier werken hij belangrijke verhandelingen schreef.

Sprookjes noemt men die volksverhalen, waarin het wonderbaarlijke en fantastische de overhand heeft. In tegenstelling met het epos en de sage, knoopen zij niet bij historische personen of gebeurtenissen aan; de verhaler weet, dat datgene, wat hij verhaalt, niet met de werkelijkheid overeenstemt. In een sprookje worden de natuurwetten door feeën, toovenaars, dieren of onbezielde voorwerpen tot voor- of nadeel van de handelende personen opgeheven. Het eindigt daarmee, dat de held of de heldin over de omstandigheden zegeviert. Naast deze feeën- of tooversprookjes moeten ook de dierensprookjes genoemd worden, waarin uitsluitend dieren optreden. In ruimeren zin kan men ook volkslegenden, anecdoten en sprookgeschiedenissen tot

Sluiten