Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had van 50 gewone stemmen, vandaar stentorstem.

Stenzier, Adolf Friedrich, een Duitsch sanskrietist, geboren te Wolgast in Voor-Pommeren den 9den Juli 1807, promoveerde in 1829 te Berlijn, bezocht daarna de voorlezingen van Cliézy, S. de Sacy en A. Rémusat te Parijs, was daarna tot 1833 werkzaam te Londen op de bibliotheek van het EastIndia-House en werd nog in hetzelfde jaar hoogleeraar in de Oostersche talen te Breslau, waar hij tot 1872 tegelijk als custos en tweede bibliothecaris aan de universiteitsbibliotheek werkzaam was. Hij overleed den 278ten Februari 1887 te Breslau. Zijn

voornaamste werken zijn uitgaven (voor een deel

met Latijnsche vertaling) van dichtwerken van Külidasa en van het drama „Mrittschhakatika", verder van teksten, welke betrekking hebben op recht en zeden van Indië: „IJajnavalkyas Gesetzbuch" (Sanskriet en Duitsch, 1849), „Indische Hausregeln" (Sanskriet en Duitsch, l8te afdeeling: „A<;val§,yana", 2 dln., 1864—1865; 2de afdeeling: „Paraskara", 2 dln., 1876—1878) enz. Zijn „Elementarbuch der Sanskritsprache" (laatste druk, 1902) wordt veel gebruikt.

Stephan, Heinrich von, een Duitsch staatssecretaris van het postwezen, geboren den 7den Januari 1831 te Stolp in Pommeren, werd in 1848 geplaatst bij de posterijen. Hij maakte spoedig vorderingen en werd in 1867 geheim opperste postraad. Als decernent van de buitenlandsche afdeeling, sloot hij verdragen met België, Nederland, Spanje en Portugal, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Italië en den Kerkelijken Staat. In 1867 loste hij het postwezen van Thurn en Taxis af en sloot postverdragen met de Zuid-Duitsche staten en Oosten rijkHongarije, waardoor een uniform tarief tot stand kwam. In 1870 werd hij directeur-generaal van den Noord-Duitschen Bond, waarvan hij het postwezen organiseerde; hij voerde de briefkaart in en voor den oorlog van 1870 de veldpost. Na den oorlog tot directeur-generaal van Duitschland benoemd, maakte hij het postwezen van het geheele rijk (nadat ElzasLotharingen en Baden in het gebied der rijkspost waren opgenomen) tot een homogene organisatie en regelde het postwezen geheel in modernen geest. Hij bracht het aantal postkantoren van 4520 op (1895) 28000. Ook zorgde hij voor de invoering van wetten en stichtingen tot verbetering van het lot der ambtenaren en hun nagelaten betrekkingen. Hij schiep de school voor posterijen en telegrafie en stichtte het postmuseum te Berlijn. Zijn belangrijkste daad is echter de stichting der vereeniging voor de wereldpost, waaraan zich verschillende stoomvaartlijnen aansluiten. Hij breidde het bovenaardsche telegraafnet aanmerkelijk uit en legde een onderaardsch kabelnet aan. De telegraaf en telefoon stelde hij in dienst van de regeering en het algemeen belang. Het rijk heeft aan hem postkantoren te danken, welke modellen zijn van doelmatigheid en architectonische schoonheid. De inrichting van de pneumatische post te Berlijn is zijn werk; met Werner Siemens stichtte hij in 1880 de electrotechnische vereeniging; in 1877 nam hij het beheer der staatsdrukkerij op zich, welke hij tot een modelinstituut maakte. In 1880 werd hij tot staatssecretaris van het Postwezen benoemd; in 1885 werd hem de erfelijke adelstand, in 1895 de rang van Pruisisch minister van Staat verleend. Hij was gevolmachtigde naar den Bondsraad, lid van het Pruisische Heerenhuis en van den Staatsraad. Hij

overleed den 8sten April 1897 te Berlijn. Behalve onderscheiden verhandelingen in tijdschriften, schreef hij: „Geschichte derpreuszischen Post"(1859), „Das heutige Aegypten"(1872) en „Weltpost und Luftscliiffahrt"(1874). Hij stichtte het „Archiv für Post und Telegraphie" en gaf het „Poststammbuch"(3d<> druk, 1877) uit.

Stephani, Ludolf, een Duitsch letterkundige en archaeoloog, geboren den 29BleD Maart 1816 te Beucha bij Leipzig, studeerde aldaar, was korten tiid

huisonderwijzer te Athene, reisde sedert 1843 door Noord-Griekenland, Kléin-Azië, Beneden-Italië en Sicilië, werd in 1846 hoogleeraar te Dorpat en in 1850 gewoon lid van de Academie van Wetenschappen te St. Petersburg, waar hij als conservator der klassieke oudheden een omvangrijke werkzaamheid ontwikkelde. Zijn voornaamste werken, vooral belangrijk door het in platen weergeven van de gedenkteekenen zijn: „Der ausruhende Herakles"(1854), „Antiquités du Bosphore Cimmérien"(een prachtwerk met platenatlas, 1854), „Nimbus und Strahlkranz in den Werken der alten Kunst"(1859), „Die Vasensammlung der kaiserlichen Eremitage"(2 dln., 1869) en „Die Antikensammlung zu Pawlowsk" (1872). Talrijke verhandelingen van zijn hand komen voor in de „Comptes rendus" der keizerlijke archaeologische commissie. Stephani overleed den llden Juni 1887 te Pawlowsk.

Stephanie. een Belgische prinses, een dochter van Leopold 11, koning van België, geboren den 2isten Mei 18C4, trad den 10de= Mei 1881 in het huwelijk met Rvdolf, aartshertog en kroonprins van Oostenrijk Den 2den September 1883 werd uit dit huwelijk aartshertogin Elisabeth geboren, die in 1902 met Otto, prins van Windiseh-Gratz in het huwelijk trad. Na den plotselingen dood van kroonprins Rudolf (1889) trad aartshertogin Stephanie den 22B,en Maart 1900 in het huwelijk met Ekmir, graaf van Lonyay. Tengevolge vau dit huwelijk ontstond er een verwijdering tusschen de prinses en koning Leopold.

Stephanotis, een plantengeslacht uit de rijke familie der Asclepiadaeeae, met 14 soorten, afkomstig van Madagaskar. De soort S. floribunda geeft mooie bloemen, met tuberoosachtigen geur, die wel 14 dagen duren. De plant behoort in de warme kas thuis. — De vermeerdering geschiedt door stekken van voorjarig of „gedreven" hout.

Stephanus is de naam van eenige heiligen der R. Katholieke Kerk, n.1.: Stephanus, een der zeven eerste diakenen der Christelijke gemeente te Jeruzalem, een ijverig verkondiger van het Evangelie, die door het dweepzieke volk als een godslasteraar in het jaar 36 of 37 gesteenigd werd. Hij wordt beschouwd als de eerste Christenmartelaar en zijn gedenkdag valt op den 26sten November. — Stephanus I, koning van Hongarije, die het Christendom invoerde in zijn rijk. Hij leefde in de tiende eeuw.

Stephanus is de naam van negen pausen, n.1.: Stephanus I, een Romein, die in 253 den Heiligen Stoel beklom, den doop door ketters geldig verklaarde en den 13den Maart 257 overleed. — Stephanus (II), gekozen den 278ten Maart 742, doch weinige dagen daarna overleden, zoodat hij gewoonlijk niet wordt meegeteld. — Stephanus II, die paus werd in 752, keizer Constantijn Copronymos vruchteloos te hulp riep tegen Aistulf, koning der Longobarden, zich toen tot Pepijn, koning der Franken, wendde en

Sluiten