Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landen deelnemen. Tevens zou door uitmeting der photografische opnamen een sterrencatalogus vervaardigd worden, welke de posities van alle sterren tot de llde grootte bevatten zal.

Literatuur: Behalve de oudere klassieke werken van Ptolemaeos, Copernicus, Galilei, Brahe, Kepler, Newton enz. noemen wij: Lalande: „Traité d'astronomie"(3 dln., 3ae druk, 1792), Gausz, „Theoria motus corporum coelr stum"(1809), Laplace „Mécanique céleste"(5 dln., 2ae druk, 1878—1882), Chauvenet, „Manual of spherical and practical astronomy"(6ae druk, 1863), Klinkerfues „Theoretische Astronomie" (2de druk, 1899), Tisserand, „Traité de mécanique céleste"(4 dln., 1888—1896), Poincaré, „Les méthodes novelles de la mécanique céleste"(3 dln., 1892— 1897),~Fafewiiwer„Handwörterbuch der Astronomie" (4 dln., 1897—1902) en Wolf „Handbuch der Astronomie, ihrer Geschichte und Literatur"(2 dln., 1890 —1892).

Populaire werken: J. J. von Littrow „Die Wunder des Himmels"(8ste druk, 1897), Gylden „Grundlehren der Astronomie"(1877), Newcomb „Popular Astronomy", Schweiger-Lerclienfeld „Atlas der Himmclskunde"(1898) en Kaiser-Oudemans „Do sterrenhemel".

Van de tijdschriften vermelden wij de „Vierteljahrsschrift der Astronomisch en Gesellschaft", „Monthly Notices of the Royal Astronomical Society", „Bulletin astronomique", „Astronomical Journal" en „Astrophysical Journal".

Over de geschiedenis der sterrenkunde handelen: Delambre „Histoire de l'astronomie"(5 dln., 1817— 1827), Grant, „History of physical astronomy" (1852), R. Wolf „Geschichte der Astronomie"(1877) en Clerke „History of astronomy in the nineteenth century" (1886).

Sterrenkundige instrumenten. Zie Astronomische instrumenten.

Sierrenkijker. Zie Astronomische instrumenten.

Sterrenkijker of Teleskoopvisch (Uranoscopus). Zie Trachinidae.

Sterrenlijsten bevatten de aanwijzing der vaste sterren en der plaatsen, waar zij zich op een aangewezen tijdstip bevinden met de opgave van die grootheden, welke noodzakelijk zijn, om de plaatsen op andere tijden te berekenen. Reeds Hipparchos vervaardigde een lijst van 1080 sterren, en later zijn dergelijke lijsten geleverd door Tycho Brahe, Hevelius, Flamsteed, Tobias Mayer, Lalande, Piazzi, Lacaille en Bradley. De „Bonner Durchmusterung" van Argelander (1859—1862) bevat 324 198 sterren van den N. hemel tot 2° Z. Br. en is door Schönfeldt tot 23° Z. Br. voortgezet. In de 19de eeuw is een groot aantal sterrenlijsten door vele sterrenwachten geleverd. De meest volledige sterrenlijst is die, welke langs photografischen weg verkregen wordt en alle sterren tot de llde grootte bevat. Lijsten van dubbelsterren hebben hoofdzakelijk W. Herschel, W. Struve en J. Herschel geleverd, van veranderlijke sterren Schönfeld en Chandler, van nevelvlekken en sterrenhoopen J. Herschel en Dreyer.

Sterrenmuur (Stellaria L.) is de naam van een plantengeslacht der caryophyllaceeën, en omvat kleine, eenjarige of blijvende, los opstijgende of dicht op elkander staande, somtijds klimmende, kale of behaarde kruiden met trosvormige, bladerlooze of van bladeren voorziene scymen, minder vaak met afzonderlijke bloemen. Men kentongeveer80soorten, waarvan onderscheiden kosmopolietische zijn, groo-

tendeels echter op de N. helft der aarde voorkomen. De grootbloemige sterrenmuur (Stellaria Holostea L.) komt voor in geheel Europa, is blijvend, heeft een vierkanten stengel en zittende, lancetvormige, aan den rand scherpe bladeren en werd vroeger in de geneeskunde gebruikt; eveneens de gewone muur (Stellaria media vill), welke zeer algemeen is en ook als vogelvoeder wordt gebruikt.

Sterrenregen. Zie Meteoorsteen.

Sterrenstroomen is de naam, dien men, in overeenstemming met de theorievan den sterrenkundige prof. Kapteyn (zie aldaar), geeft aan de twee stroomen, volgens welke zich alle sterren zouden bewegen. De beweging van de sterren, waarvan men de baan kent, stemt volkomen met die van een der beide stroomen overeen. Volgens Kapteyn zullen aEe sterren in dit systeem passen.

Sterren, Vaste (Stellae fixae, zie de kaarten bij het artikel Sterrenkaart) is de naam voor die sterren, welke — in tegenstelling met de planeten of dwaalsterren — haar plaats ten opzichte van elkander slechts weinig of niet veranderen. Tot de vaste sterren behooren het grootste aantal der sterren, welke aan den nachtelijken hemel, die gedurende duizendtallen van jaren in hoofdzaak onveranderd blijft, zichtbaar zijn. Zij vertoonen zich voor het bloote oog en in de sterkste kijkers zonder meetbare afmetingen. Eigenaardig is voor de meeste heldere vaste sterren, in tegenstelling met de planeten, het eigenaardige flikkeren, dat een gevolg is van de veranderingen in dichtheid van onzen dampkring onder den invloed van veranderingen in temperatuur, vochtigheidstoestand en windrichting. In de tropen, waar de factoren meer constant zijn, vertoont dit verschijnsel zich minder sterk.

Voor de afstandsbepaling der vaste sterren zie Parallax. Deze afstand wordt uitgedrukt in lichtjaren, waarbij één lichtjaar den afstand voorstelt, welke door het licht in één jaar wordt afgelegd. Alle sterren vertoonen ten gevolge van de draaiing der aarde om haar as en om de zon een schijnbare dagelijksche en jaarlijksche beweging; verder veranderen zij van plaats door praecessie, nutatie en aberratie. Behalve deze veranderingen van plaats, welke alle sterren bezitten, beweegt een groot aantal vaste sterren in werkelijkheid zich in de wereldruimte voort; zij vertoonen een eigen beweging. Tegenwoordig is het aantal vaste sterren, waarvan de eigen beweging met zekerheid is aangetoond, zeer groot. Zooals uit de volgende tabel blijkt, bezitten de sterren met een grootere parallax ook een sterkere eigen beweging.

Vaste sterren met een parallax tot 0,20" zijn:

Naam der ster.

a Centauri 1 0,72" 4,5 3,62"

Lalande 21185 .... 6,8 0,48 6,8 4,75

61 Cygni 5,1 0,44 7,4 5,17

Sirius 1 0,37 8,8 5,32

Arg.-Öltzen 18609 . 8,2 0,35 9,3 2,30

Groombridge 34 .. 7,9 0,31 10,5 2,83

Lacaille 9352 7,5 0,28 11,6 6,97

Procyon 1 0,27 12,1 1,26

Sluiten