Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunst in ons land. Reeds in 1805 gaf hij zijn: „Gronden en doorsneden van eenige gebouwen enz." in het licht. Verder leverde hij: „Burgerlijke bouwkunde" (1814), „Vignola der ambachtslieden"(1825), „Over de afteekeningen der schaduwen van bouwkundige teekeningen"(1828), „Nieuwe verbeterde bouwkunde van E. Erzey over de trappen"(1829) en „Afbeeldingen van antieke en moderne bouwkundige ontwerpen"(15 afl. met 85 platen, 1827—1832). Hij was oprichter der Maatschappij tot aanmoediging der bouwkunde, die later herboren werd in de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst. Van de door hem ontworpen gebouwen noemen wij: de R.

ivamoueKe KerK op ae keizersgracht, het Leesmuseum, de voormalige magazijnen van SinJcel,het hoofdgebouw van het Entrepotdok en het gebouw Zeemanshoop, alle te Amsterdam, verder buitenverblijven te 's Gravenhage en Zeist en bij Haarlem. Hij overleed te Amsterdam den 208,en Februari 1858.

Straatman, Jan Willem, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te 's Gravenhage den 27sten December 1827, bezocht het gymnasium aldaar, vervolgens het seminarium der Doopsgezinden te Amsterdam en bekleedde de betrekking van DooDSge-

zind predikant te Groningen, alwaar hij in 1866 een eervol ontslag verzocht, omdat zijn moderne gevoelens niet in overeenstemming waren met die van de meerderheid der gemeenteleden. Hij schreef o. a.: „Kritische studiën over den eersten brief van Paulus aan de Korinthiërs"(2 dln., 1863—1865), „Kennis en Wetenschap. Het begin, midden en einde van alle menschelijke ontwikkeling en volmaking"(1864), „De stichting des Christendoms in haar hoofdtrekken geschetst"(1865), „De ware levensbeschouwing" (1866) en „Paulus, de Apostel van Jezus Christus" (1874), benevens een aantalopstellenin tijdschriften, vooral in de „Vragen des Tijds", tot wier redactie hij behoorde.

Straatreiniging1 heeft tot doel de straten te bevrijden van vuil. Het geschiedt tegenwoordig in groote steden door middel van hiertoe bestemde werktuigen. Zij bestaan meestal uit cylindervormige, draaibare bezems, bevestigd aan een toestel, dat door een paard getrokken wordt. Soms gebruikt men nog afzonderlijke machines om het meer vaste stof

aan de kanten van de straat te verzamelen. Het bijeenverzamelde stof wordt later opgenomen of ook wel door een afzonderlijke inrichting aan de machine verzameld. In het laatst van de vorige eeuw kwamen de machinale straatreinigers het eerst in Engeland in gebruik. Om het opwaaien van stof te voorkomen, bevochtigt men de straten vóór het vegen meestal door middel van sproeiwagens. Asfaltstraten moeten zeer zorgvuldig gereinigd worden, daar bij vochtig weder gemakkelijk een vette laag ontstaat, die voor voetgangers en paarden gevaarlijk wordt. Groote moeite en kosten veroorzaakt het wegruimen van sneeuw. Pogingen om de sneeuw door middel van stoom of door zoutoplossingen te doen smelten, hebben tot nu toe weinig resultaat gehad. Meestal beperkt men zich tot het wegscheppen van de sneeuw door machines of door werklieden. Zie ook Stadsreiniging en Rioleering.

Straatsburg, een voormalig rijksonmiddelbaar bisdom in het distrikt van den Boven-Rijn, ontstond reeds in den Merovingischen tijd en omvatte aanvankelijk den geheelen Elzas, benevens de Ortenau en een gedeelte van de Breisgau, doch later wer¬

den gedeelten van den Elzas ten gunste der bisschoppen van Spiers en Bazel daarvan afgescheiden, zoodat het een oppervlakte behield van 1322 v. km. De bisschop, onderworpen aan het aartsbisdom Mainz, was Duitsch rijksvorst, en behield die waardigheid, toen hij in 1638 de souvëreiniteit van Frankrijk moest erkennen voor de landen op den linker oever van den Rijn. Het in Frankrijk gelegen gebied werd bij de Revolutie van 1789 geseculariseerd, en het gedeelte in Zwaben in 1803 als vorstendom Ettenheim aan den keurvorst van Baden toegewezen. In 1802 werd de geheele Elzas onder den bisschop van Straatsburg en deze onder den aartsbisschop van Besan<;on gesteld. Sedert 1874 staat het onmiddellijk

onaer aen paus.

Straatsburg, de hoofdstad van het Duitsch e rijksland Elzas-Lotharingen en van het distrikt Beneden-Elzas, is een vesting van den eersten rang en ligt, 2 km. van den Rijn verwijderd, aan de bevaarbare 111, die hier de Breusch opneemt, alsmede aan het Rhöne-Rijnkanaal, aan het Marne-Rijnkanaal en aan een kruispunt van spoorwegen. De eigenlijke stad wordt door de beide armen van de 111 in 3 deelen verdeeld. Zij bezit 11 poorten en heeft door haar nauwe, onregelmatige straten een ouderwetsch voorkomen. Een nieuw stadsgedeelte is na de uitlegging

van de vestingwerken in het N. O. aangebouwd. Het stedelijk distrikt Straatsburg bestaat uit 8 kantons, 4 binnen de muren, en 4 later ingelijfde gedeelten buiten de muren. Van de openbare pleinen noemen wij: het Keizersplein, het Kléberplein met het standbeeld van Kléber, het Gutenbergplein met het standbeeld van Gutenberg, het Broglieplein en het Slotplein. Men vindt er nog beelden van den prefect Lezay-Marnesia, van Goethe, van Stöber, van Victcr Neszier, van generaal Desaix en de buste van Fischart op de Züricher fontein. In 1895 werd de fraaie volkstuin aangelegd.

Straatsburg bezit 8 Protestantsche en 7 RoomschKatholieke kerken. Tot deze laatste behoort de beroemde Dom, een meesterstuk van oud-Duitsche bouwkunst, 110 m. lang, 41 m. breed en iu het midden 30 m. hoog. Met de stichting van dit gebouw werd een aanvang gemaakt door bisschop Werner in 1015. In 1277 ten tijde van Konrad von Lichtenstein deed Erwin von Steinbach de faijade en de torens verrijzen, terwijl na zijn dood f13181 ziin zoon Johannes

het werk tot 1339 voortzette, hetwelk in 1439 door

Hans Huttz uit Keulen werd ten einde gebracht. Intusschen werd alleen de noordelijke toren (142 m. hoog) voltooid. Gedurende de belegering van 1870 zijn de kerk en de toren aanmerkelijk beschadigd, doch thans weder hersteld. In dit gebouw zijn bijna alle stijlen van de Middeleeuwen vereenigd.De krypt, het koor, de dwarsbeuk en een gedeelte van het benedenschip zijn Romaansch; deze bouwtrant gaat langzamerhand over tot den spitsboogstijl, die zich in den geve] volkomen ontwikkelt. Prachtig vooral is het hoofdportaal met talrijke standbeelden en met. een roosvormig venster, dat een omtrek heeft van 50 m. Beroemd zijn verder de fraaie beschilderde glazen uit de 14de en de 15de eeuw, de kansel (een meesterstuk van Joliann Hamtherer, 1486), het uitmuntend orgel van Silbermann en het beroemd sterrenkundig uurwerk van Schioilgué, van 1839—1842 gerestaureerd. Van de overige Katholieke kerken noemen wij de nieuwe kerk van het Hart van Jezus (1889—1893), van de Protestantsche: de Nieuwe

Sluiten