Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitbreiding van het R. Katholieke geloof, maar kon den Duitschen geest niet verdrijven. De oorzaak hiervan lag vooral in de universiteit, waar vele geleerden werkzaam waren. De Fransche Revolutie bracht een nieuw bestuur, er kwam een maire aan het hoofd der zaken, bijgestaan door 17 raadsleden en 36 notabelen, allen rechtstreeks door het volk gekozen. Na den val van het koningschap woedde ook daar het Schrikbewind, er werd een revolutionnaire rechtbank, met den Duitschen emigrant Eulogius Schneider als voorzitter, opgericht. Napoleon I herstelde de universiteit, en nu eerst werd Straatsburg een Fransche stad. De poging van Lodewijk Napoleon (30 October 1836), zich hier tot keizer te doen uitroepen, mislukte. De stad werd den 14den Augustus 1870 berend door generaal von Werder, den bevelhebber der Badensche divisie. De hardnekkige verdediging van den commandant, generaal Uhrich, gaven aanleiding tot een bombardement (24—27 Augustus), dat de kostbare stedelijke bibliotheek vernietigde en den Dom beschadigde. Daar echter het bombardement vruchteloos bleef, ging de Duitsche bevelhebber over tot een nauwere insluiting. Den 12den September was de derde parallel voltooid, bres geschoten in den hoofdwal en alles gereed tot een bestorming, toen de vesting den 27sten September capituleerde. De bezetting (nog 17 000 man) werd krijgsgevangen en 1200 kanonnen vielen in handen der overwinnaars. Wegens de vijandige gezindheid van het stedelijk bestuur jegens de Duitschers werd den 7den April 1873 de burgemeester Laulh ontslagen en de gemeenteraad eerst gedurende twee maanden en vervolgens gedurende een jaar geschorst. Met de waarneming van de zaken van de gemeente werd de directeur van politie Back belast. In 1886 werd weder een gemeenteraad benoemd, die Back tot burgemeester benoemde.

Straatverlichting- had door middel van lantarens reeds in de Oudheid te Rome, te Antiochië enz. plaats, althans in de voornaamste straten en op de pleinen. Te Parijs werd in 1524,1525 en 1553 den inwoners voorgeschreven, des avonds van 9 uur af veiligheidshalve licht voor de glazen te plaatsen. In November 1558 brandde men er voor het eerst lantarens, op palen geplaatst of aan woningen vastgemaakt, en in 1667 was de stad op die wijze geheel en al verlicht. Dit voorbeeld werd gevolgd door Londen in 1668, door Amsterdam in 1669, door Berlijn in 1679, door Weenen in 1687, door Leipzig in 1702, door Dresden in 1705, door Frankfort aan den Main in 1707, door Bazel in 1721 en in den loop der 18de eeuw door verreweg de meeste steden van eenig belang. De straatverlichting werd aanmerkelijk verbeterd, eerst door het gebruik van petroleum, later door de uitvinding van het steenkoolgas. In 1814 kreeg Londen, in 1826 Berlijn gasverlichting. In 1877 nam men te Parijs een proef met electrisch licht, in 1882 werd dit te Berlijn definitief ingevoerd. Na dien tijd nam het electrisch licht meer en meer toe.Meestal gebruikt men electrisch booglicht van een sterkte van 300—500 kaarsen.

Strabisme. Zie Scheelzien.

Strabo, een Grieksch aardrijkskundige, geboren ± 60 v. Chr. te Amasia in het landschap Pontos, ondernam groote reizen van de Zwarte Zee tot in Aethiopië en van Armenië tot in Sardinië en bezocht in 29 v. Chr. Italië, waar hij geruimen tijd te Rome vertoefde. Eenige jaren daarna doorkruiste hij Egypte

en vertoefde na dien tijd meest te Rome. Een groot geschiedkundig werk van hem in 47 dln. is behalve weinig fragmenten verloren gegaan.Zijn „Geographica"(in 17 boeken) is met het aardrijkskundig werk van Ptolemaeos de voornaamste bron der oude geografie, hij bewerkte zijn boek gedeeltelijk naar een aantal bronnen, o. a. naar Erathosthenes en Apollodorus, gedeeltelijk naar zijn eigen ervaringen. Tot de beste uitgaven behooren die van Kramer (3 dln., 1844—1858), van Muller (2 dln., 1858) en van Meineke (3 dln., 1852—1853).

Strack, Johann Heinrich, een Duitsch bouwkundige, geboren te Bückeburg den 24sten Juli 1805, bezocht het atelier van Schinkel, volbracht in 1834 een reis met Meycrheim en gaf daarop de „Architektonischen Denkmaler der Altmark Brandenburg" met een tekst van Iiugler in het licht. In 1838 werd hij bouwmeester en was nu tot 1843 werkzaam als leeraar in de bouwkunde aan de artillerie- en genieschool, sedert 1839 aan de Academie voor schoone kunsten en vervolgens aan de Academie voor bouwkunst te Berlijn. Hij bezocht Engeland, Frankrijk en Denemarken en werd in 1845 belast met den bouw van het slot Babelsberg bij Potsdam. In 1852 werd hij lid van den senaat der Academie van Schoone Kunsten. In den winter van 1853—1854 vergezelde hij den kroonprins Friedrich Wilhelm op een tocht door Italië en Sicilië en verbouwde voor laatstgenoemde van 1856—1858 het oude paleis van koning Friedrich Wilhelm III te Berlijn. In 1862 vertoefde hij op last der Pruisische regeering maanden lang te Athene, waar hij den lang gezochten schouwburg van Dionysos aan de helling van de Akropolis ontdekte. In de jaren 1866—1876 bouwde hij het museum te Berlijn, alsmede het overwinningsmonument op het Koningsplein. Verder bouwde hij kerken, villa's enz. Hij overleed te Berlijn den 12den Juni 1880.

Strack, Hermann, een Duitsch godgeleerde, geboren den 6den Mei 1848 te Berlijn, werd in 1872 leeraar te Berlijn, werkte van 1873—1876 met ondersteuning van de Pmisische regeering te St. Petersburg en werd in 1877 buitengewoon hoogleeraar in de theologie te Berlijn. Van zijn werken noemen wij: „Prolegomena critica in Vetus Testamentum hebraicum"(1873), „Katalog der hebraischen Bibelhandschriften in St. Petersburg"(met Harkavy, 1875), „Die Sprüche der Vater"(3de druk, 1901), „Hebraische Grammatik"(9de druk, 1907), „Herr Adolf Stöcker"(2de druk, 1886), „Einleitung in das Alte Testament"(6de druk, 1906), „Hebraisches Vocabularium"(9de druk, 1907), „Das Blut im Glauben und Aberglauben der Menschheit"(8ste druk, 1901), „Grammatik des Biblisch-Aramaischen"(4de druk, 1905), „Biblisches Lesebuch"(met Völker, 14de druk, 1907) en „Die Genesis übersetzt und erklart"(2d« druk, 1905).Verder gaf hij den „Kurzgefaszten Komentar zu den Heiligen Schriften Alten und Neuen Testaments"(met Zöckler, sedert 1886), de „Porta linguarum orientalium"(1885—1901), het tijdschrift „Nathanael"(sedert 1885) en het „Jahrbuch ,der evangelischen Judenmission"(sedert 1906) uit.

Strade, J. de, eigenlijk Gairiel-Jules Delarue geheeten, een Fransch wijsgeer en dichter, geboren te Vouillé in 1821, studeerde in verschillende vakken, inzonderheid in de wijsbegeerte en trad op veertigjarigen leeftijd met zijn eerste werk „Le Dogme social" op, onder het pseudoniem J. de Strada, de Italiaansche vertaling van zijn naam. Daarop volgden: „Sé-

Sluiten