Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Het bevelen, behoudens wettelijke bepalingen, van het aanleggen of verbeteren van provinciale wegen, gebouwen, werken en inrichtingen, (t. a. p. art. 134).

c. Het beoordeelen en beslissen, of de provincie rechtsgedingen voeren zal (t. a. p. art. 135).

d. Het toezicht houden op alle waterstaatswerken, waterschappen, veenschappen en veenpolders, voor zoover de wet het toezichl over bepaalde werken niet aan anderen opgedragen heeft (art. 190, t. a. p. artt. 13J, 138, zie deel II, bladz. 79, waar ook over de reglementen van waterschappen, enz. gesproken wordt).

e. Het maken van provinciale reglementen en verordeningen, welke zij voor het provinciaal belang noodig oordeelen. De provinciale reglementen en verordeningen kunnen geene bepalingen omtrent onderwerpen van algemeen rijksbelang inhouden. Zoodra bovendien omtrent het in een provinciaal reglement, enz. geregelde onderwerp door eene wet of een algemeenen maatregel van bestuur voorschriften gegeven worden, houden van rechtswege de provinciale bepalingen op te gelden. Alle provinciale reglementen en verordeningen behoeven 'skonings goedkeuring. Binnen twee maanden na den dag der vaststelling door de Staten beslist de koning, of hij aan het reglement, de verordening in haar. geheel, al- of niet zijne goedkeuring hechten kan. Hij kan binnen den zooeven aangegeven tijd zijne beslissing door een met redenen omkleed besluit verdagen. Is de beslissing vóór de eerstvolgende zitting der Staten na afloop der bewuste twee maanden nog niet gevallen, dan ontvangen de Staten in die zitting van 's koningswege eene bekendmaking der redenen, welke tot uitstel gèleid hebben. Onthoudt de koning zijne goedkeuring aan een reglement of verordening, dan doet hij zulks bij een met redenen omkleed besluit, den Raad van State gehoord. Door den koning goedgekeurde reglementen en verordeningen worden in het „Provinciaal blad" geplaatst, algemeen verkrijgbaar gesteld en treden — mits geen ander tijdstip aangegeven is — in werking op den achtsten dag na de dagteekening van het „Provinciaal blad", waarin zij geplaatst waren. Binnen veertien dagen na 's konings goed-

Sluiten