Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien van talies voor lichte takels. Door een andere groepeering van de katrollen ontstaat de machtstakel (fig. 3). De kracht, die moet aangewend worden, om den last te heien, is gelijk aan den last, gedeeld door tweemaal het aantal katrollen. De Spaansehe takel bestaat uit 2 vaste en 2 losse katrollen, door 2 touwen verbonden; de daarbij uitgeoefende kracht bedraagt slechts een zevende van den last, die aan de onderste katrol is opgehangen. Bij den differentiaaltakel (fig. 4), in 1861 door Weston uitgevonden, komt een vast blok, dat twee aan elkander verbonden schijven van verschillende middellijnen bevat, een los blok en een ketting zonder eind voor. Hij bezit het voordeel van groote overbrenging zonder dat daarmede het nadeel van groote wrijving gepaard gaat. Van de talrijke andere hefwerktuigen, die men met den naam takel aanduidt, noemen wij nog den schroef takel van Becker (fig. 6), waarbij de last op iedere hoogte door de schadelijke wrijving automatisch geremd wordt.

Fig. 5.

Schroeftakel van Becker.

Takelag-e of Tuig is de naam, dien men geeft aan het geheel der masten, raas, zeilen en touwen van een schip. De mast bestaat uit den ondermast, den mast en de bramstengen. De verbinding der stengen geschiedt op twee plaatsen, onder door zalings en boven door een ezelshoofd. De zalings van den ondermast is met planken belegd en draagt den naam van mars. Elk gedeelte van den mast wordt van voren door touwen en stagen, aan de zijden door het want en van achteren door pardoens gesteund. De vóór den boeg

uitstekende mast is de boegspriet, verlengd door den kluiverboom. De raas hangen aan de masten en heeten onder-, mars-, bram- en bovenbramra; zij worden door brassen bestuurd. Daaraan zijn de zeilen vastgemaakt, welke overeenkomstige namen dragen; zij worden door vallen geheschen, door schooten gespannen en door riftalies gereefd. Er zijn ook driekante zeilen, zooals aan de boegspriet en den kluiverboom, en kleine schepen voeren geene razeilen. Volgens het tuig onderscheidt men een raschip, een bark, een schoener, een brik, een kof enz.

Taklamakan wordt de Centraal-Aziatische zandwoestijn genoemd, die het binnenland van Chineesch O. Turkestan vormt en zich uitstrekt over bijna 11 lengte- en 3 breedtegraden. Haar grenzen worden ongeveer gevormd door de helling van het Kuënlungebergte in het Z. en den loop van den Tarim in het N. Onder de eigenlijke Taklamakan verstaat men het gedeelte tusschen de Jarkand- en de Khotan- Darja, waarin de eerste onderzoeker, Sven Hedin, na den ondergang van zijn karavaan, bijna om het leven kwam.

Takoe is een plaats in de Chineesche provincie Tsjili, gelegen aan de monding van de Peiho in de Gele zee, die van veel belang is als waterweg naar Tientsjin en Peking. De plaats is bekend door de forten, die ter bescherming van de riviermonding zijn aangelegd, in 1858 en 1860 door de Engelschen en de Franschen en in 1900 door de vereenigde troepen der W. Europeesclie mogendheden werden gebombardeerd.

Takoe-sjan is de naam van een 365 m. hoogen heuvel, N. O. lijk van Port Arthur op het uiteinde van het Chineesche schiereiland Liautoeng gelegen. Hij vormde bij de belegering en de verovering van genoemde plaats een belangrijk strategisch punt.

Taktische eenheid noemt men een afdeeling infanterie, cavalerie of artillerie, die taktische gevechtsopdrachten nog zelfstandig kan volvoeren en die met de stem gecommandeerd kan worden. Dientengevolge verstaat men er bij genoemde wapens resp. een compagnie, een escadron en een batterij onder. Bij de infanterie werd de taktische eenheid vroeger door een bataillon gevormd, maar de verbetering der vuurwapenen maakte het noodig om tot een kleinere eenheid over te gaan.

Tak van Poortvliet, Mr. JoannesPieter Roetert, een Nederlandsch staatsman, werd den 21'tea Juni 1839 te Engelen geboren. Hij studeerde te Leiden, waar hij in 1862 promoveerde op een dissertatie, getiteld: „Het recht van amendement in de constitutioneele monarchie", welk proefschrift zoodanig de aandacht van den toenmaligen minister Thorbecke trok, dat deze hem benoemde bij den Raad van State, waar hij van 1863 tot 1865 als commies werkzaam was, vervolgens van 1865—1890 als commies-griffier bij de Tweede Kamer. In 1870 gekozen tot lid van dit regeeringslichaam, had hij daarin zitting tot 1877, toen hij als minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid optrad in het ministerieKappeyne. Van 1879 tot 1884 en van 1888 tot 1891 was hij wederom lid der Tweede Kamer, van 1884 tot 1888 had hij zitting in de Eerste Kamer. In 1891 opnieuw belast met de ministersportefeuille, nu van Binnenlandsche Zaken, behield hij deze tot

Sluiten