Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T&rudant is de hoofdstad van de Marokkaansche provincie Sus, 52 km. 0. lijk van den Atlan- la tisclien Oceaan, aan den Z. voet van den Hoogen as Atlas en aan de Wadi Eloear gelegen. De plaats, bl die 180 m. boven den zeespiegel ligt, is omgeven, door een leemen muur. Zij bezit een sterke kasba, £> 3 moskeeën en bevat, behalve olijfboomgaarden tc en tuinen, slechts lage huizen en nauwe straten, bi De plaats, die een oppervlakte van 43 H. A., beslaat, tx telt ongeveer 8000 inwoners. De bevolking vervaar- L di"t voornamelijke koperen vaten van ongepolijst le Engelsch metaal, die naar Timboektoe uitgevoerd S] worden. In de 16ae eeuw beroemd door suikerplan- g tages en suikerhandel,verbouwt men er thans dadels, d

koren en wijn.Tarudant,welkshavenAgadmsis,iseen h

verzamelplaats'voor de karavanen naar Timboektoe. a Tarwe (zie de plaat Granen) omvat de graange- g wassen ,behoorende tot het plantengeslacht Triticum. g Dit geslacht behoort tot de familie der Grassen enis e gekenmerkt door 2-veelbloemige aartjes, die met den breeden kant naar de as der samengestelde aar r gekeerd zijn. De kelkkafjes zijn eirond of lancetvor- t mig, veelnervig en buikig opgeblazen. Het tongetje I is kort en de bladschijf loopt aan den voet in 1kleine \ oortjes uit, die aan den rand behaard zijn. Het ge- c slacht laat zich in 3 hoofdsoorten verdeelen: 1. 1. t monococcum L. of eenhoorn \ 2. T. sativum Lam., 6. T. polonicum of Poolsche tarwe. Bij de T. monococ- ; cum is het topaartje rudimentair gebleven en dik- ' wijls nauwelijks zichtbaar; de kelkkafjes zijn aan . den top van 2 scherpe tanden voorzien; het bovenste kroonkafje splijt bij rijpheid overlangs m twee stuk- . ken. Bij de T. sativum is het topaartje ontwikkeld; de kelkkafjes zijn korter dan de gezamenlijke kroonkafjes; het bovenste kroonkafje is even lang als het onderste. Deze soort laat zich verdeelen in 2 groepen en 5 ondersoorten. Bij de eene groep is de aaras> bros en blijven de korrels vast, doch onvergroeid in de kafjes opgesloten, zoodat ze bij het dorschen tot aartjes vereenigd blijven. Daartoe behooren. a. T. sat. Spelta of spelt, waarbij de aar zeer ijl is en de kelkkafjes aan den top eenigszins afgeknot en van i stompe tanden zijn voorzien; b. T. sat. dicoccum oi tweekoorn, waarbij de aar zeer gedrongen is en bij de kelkkofjes de middelnerf uitloopt in een snavelvormig omgebogen tand, terwijl een tweede, zijtand, zeer weinig ontwikkeld is. Bij de tweede groep is de aaras taai en laten de korrels bij het dorschen uit de aartjes los. Daartoe behooren: c. T. sat. tenax of taaie tarwe, waarvan de kelkkafjes slechts rndetophelft duidelijk gekield zijn en die zich laat splitsen in 2 rassen: T. sat. vulgare of gewone tarwe en T. sat. compactum of egeltarwe. Bij de laatste zijn de aren slechts 3—4 maal zoo lang als dik; bij de eerste langer in verhouding tot de dikte. De gewone tarwe is de meest algemeen verbouwde soort; de egeltarwe heeft slechts cultuurwaarde in streken met een ruw klimaat; ze is het best bestand tegen den wind. d. 1. sat. turgidum of Engelsche tarwe en e. T. sat. durum of harde tarwe. Bij beide zijn de kelkkafjes over de geheele ruglengte scherp gekield. Bij T. sat. turgidum zijn ze meer eirond en de bladeren fluweelachtig behaard; bij T. sat. durum zijn de kelkkafjes meer langwerpig en aan den top meer spits uitloopend. Een variëteit van de T. sat. turgidum is de wondertarwe, waarbij sommige aartjes weer tot samengestelde aren zijn ontwikkeld en de aar dus zijdelings vertakt lijkt.

Bij T.polonicum L. zijn de kelkkafjes evenlangof langer dan de gezamenlijke kroonkafjes van een aartje; het bovenste kroonkafje van de onderste bloem is half zoo lang als het onderste.

Het eenhoorn komt in wilden toestand voor in het Balkan-schiereiland, Zuid-Rusland en Klein-Azië tot in Mesopotamië. Het wordt nog het meest verbouwd in Spanje en gebruikt voor brood, gort, grutten en veevoeder. Het tweekoorn wordt verbouwd in Zuid-Duitschland, Zwitserland en Zuid-Europa. Het levert beste gort en is een geschikt paardevoeder. De spelt was bij de Egyptenaren der oudheid het hoofdgraan; ze werd ook verbouwd bij de Oude Grieken en de Romeinen, die tot de verspreiding der cultuur hebben bijgedragen. In de laatste tijden is de cultuur achteruitgegaan; ze heeft zich echter nog staande gehouden in Zuid-Duitschland, in de aangrenzende gebieden van Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk en sporadisch in Nederland. Ze is nog van beteekenis bij minder goede cultuurtoestanden; de spelt stelt minder hooge eischen aan de cultuur dan de gewone tarwe en lijdt minder aan ziekten en aan vogelschade. Door regen wordt de korrel in de aartjes licht bedorven, vooral als het gewas reeds gemaaid is; het is daarom van belang het gewas tot doodrijpheid op den wortel te laten staan. De korrels nemen 36—40 % van het volume en 60—6B % van het gewicht der aartjes in. Aan zaaizaad moet 4.5—5 H. L. per H-Aworden genomen. De opbrengst bedraagt 40 60 H. L. per H. A.

De egeltarwe wordt verbouwd in de Oostennjksche Alpenlanden, in Zwitserland, Zuid-Duitschland, Midden-Azië en Abessinië. De cultuur der Engelsche tarwe bepaalt zich in hoofdzaak tot het gebied der ; Middellandsche zee. Ze is minder wintervast dan de i gewone; bet meel is armer aan kleefstof, iets grauwer i en minder goed voor het bakken.

i De harde tarwe is eveneens beperkt tot de landen t rondom de Middellandsche zee en moet in Spanje de . hoofdgraanvrucht zijn. De Poolsche tarwe, die voor 3 de cultuur zeer weinig beteekenis heeft, zou nog veri bouwd worden in Spanje, op de Balearen, in Italië^en f in Abessinië.

e De cultuur der gewone tarwe is over alle werelddee- len verbreid. In het naar de polen gekeerde grensgebied harer cultuurzone treedt naast haar de rogge e meer overwegend op; in het naar den equator gee keerde grensgebied treden de maïs en de rijst met if haar in concurrentie. Tarwe werd reeds in praehistoi- rische tijden verbouwd. Bij de Oude Indiërs was ze n reeds in cultuur onder den naam van „Sumana", t. zooals ze heet in het Sanskriet. In de oude graven n van Egypte en in de paalwoningen van Zwitserland ï- is tarwe gevonden.

is De korrel der tarwe heeft volgens Emil Wolff de re volgende gemiddelde procentische samenstelling, w water 14.4, asch 1.7, eiwitachtige stoffen 13, verteerr. bare 11.7, vet 1.5, vert. 1.2, zetmeelachtige stoffen m 66.4, vert. 62.8, ruwvezel 3, vert. 1.5, stikstof 2.08, le phosphorzuur0.79,kali0.52 enkalkO.Oö. Hetwaterm gehalte wisselt naar klimaat en soort. Bij de Ene- gelsche tarwes bedraagt het tot 20 %, bij de Honer gaarsche slechts 13 %. Versche tarwe is waterrijker d. dan oude. De tarwe wordt bijna uitsluitend gebruikt ft- voor menschelijke voeding, hoofdzakelijk in den e- vorm van brood. De kleefstofrijke soorten dienen gs voor de bereiding van maccaroni. Een zeer gering deel wordt nog gebruikt voor de stijfselfabricage. De

Sluiten