Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dig gevecht van den 9den October, zijn vereeniging met het hoofdleger tot stand. Bij Jena stond hij aan het hoofd der voorhoede van het korps van Hohenlohe, na den Vrede van Tilsit verkreeg hij als luitenant-generaal het commando over de Brandenburgsche brigade en bevorderde de reorganisatie van het leger. In 1813 zag hij zich benoemd tot militair gouverneur tusschen de Oder en de Weichsel en bestuurde de belegering van Stettin. Verder streed hij bij Groszbeeren en Dennewitz. Na den Volkerenslag bij Leipzig noodzaakte hij Torgau tot capitulatie (26 December) en veroverde Wittenberg stormenderhand, waarom hij den eeretitel von Wittenberg ontving. Ook Maagdenburg nam hij den 24sten Mei 1814 in bezit. In den veldtocht van het volgende jaar zag hij zich belast met het commando over het 6de armeekorps, maar toen hij in Frankrijk kwam, was de strijd reeds door den slag bij Waterloo beslist. Na den vrede werd hem het opperbevel over het 3de legercorps opgedragen. Hij overleed als commandant van Berlijn den 20sten Februari 1824.

Tauern. Zie Alpen.

Taufererdal is de naam van een N. lijk zijdal van het Poesterdal in Tirol. Het is 60 km. lang en wordt in het N. door de Zillertaler Alpen, in het W. door het Pfoenderser gebergte en in het O. door de Hooge Tauern begrensd. Het loopt van af de Birnlücke (2672 m.) eerst naar het Z. W. en daarna in Z. lijke richting en met tamelijke breedte afhellend tot Bruneck (826 m.). De voornaamste plaats in het dal is Sand (85B m.), dat ook, naar het hooger gelegen schilderachtige slot (954 m. ), Tanfers genoemd wordt, een geliefkoosde zomerverblijfplaats en uitgangspunt voor toeristen, met een Gotische kerk (1527) en een distriktsrechtbank. De plaats, die door een locaalspoorweg met Bruneck zal worden verbonden, telt (1900) 811 inwoners. Een druk bezocht punt met een mooi uitzicht in de nabijheid van Sand is de Speikboden (2523 m.). Het dal, waardoor een berijdbare straatweg loopt, vernauwt zich boven Sand en heet dan tot St. Peter Ahrendal en van daar tot het einde Prettau.

Taaier, Johannes, een Middeleeuwsch mysticus en prediker (doctor illuminatus), geboren omstreeks 1300 te Straatsburg, werd in 1318 Dominicaner monnik, was als volksprediker meest in zijn vaderstad werkzaam en gedurende de kerkelijke onlusten ook te Bazel. Hij kan beschouwd worden als een van de „Godsvrienden", een verbond, dat zich vooral aan den Rijn, in Zwitserland en in Zwaben uitbreidde en ten doel had in afzondering en armoede de grondbeginselen van de mystiek toe te passen en het godsdienstig leven te verdiepen. Zijn ideeën leert men het best uit zijn preeken (uitgegeven in 1892) kennen. Zijn leer staat even ver van de pantheïstische ideeën van Eckart, als van het werkelooze quietisme. Het boek: „Von der Nachahmung des armen Lebens Christi" is niet van hem afkomstig; ook is hij waarschijnlijk niet het voorbeeld voor de bekeeringsgeschiedenis uit het zoogenaamde „Meisterbuch". Hij overleed te Straatsburg den 16den Juni 1361.

Taumatroop. Zie Stroboskoop.

Taunton, een stad in het Engelsche graafschap Somerset, aan de bevaarbare Tone, bezit een aantal fraaie kerken, waaronder 2 uit den tijd van Hendrik VII, een oud kasteel, (thans museum

van het oudheidkundig genootschap), een Latijnsche school, onderscheiden liefdadige stichtingen, zijdefabrieken, handschoenenfabricage, ijzer- en messinggieterijen, rijtuigmakerijen, bierbrouwerijen, en een levendigen handel. De plaats telt (1901) 21087 inwoners. In de ll4e eeuw had de stad een munt. Hier hield de beruchte Jefjreys in 1685 zijn bloedraad.

Taunton, een stad in den Noord-Amerikaanschen staat Massachusetts, een van de beide hoofdsteden van het graafschap Bristol, ligt aan de rivier Bristol, die hier bevaarbaar wordt, en aan 2 spoorwegen, bezit een staatskrankzinnigengesticht en ■veel nijverheid. Er worden machines, locomotieven, tegels, spijkers, knoopen, katoenen stoffen, voorwerpen van koper, zink en messing enz. vervaardigd. Het aantal inwoners bedraagt 31036.

Taunus, een tot de leisteengebergten van den Rijn behoorend gebergte in het distrikt Wiesbaden, breidt zich met zijn loopers_ en voorgelegen heuvels uit tusschen den Main, den Rijn en de Lahn. Het gebergte is omstreeks 90 km. lang, met bosch bedekt, verheft zich in de nabijheid van Wetzlar uit het Lahndal, loopt als een middelmatig hooge bergrug langs de westzijde van de Wetterau, verder in zuidwestelijke richting langs Oberursel, Kronberg, Königstein en Eppstein naar Schlangenbad, vervolgt zijn weg onder den naam van Rheingaugebergte en neemt bij Rüdesheim en Lorch een einde. Aan de zuidzijde is dit gebergte vrij steil, meer nog aan de westzijde van Bingen tot Lahnstein, waar zijn met bouwvallen van burchten gekroonde toppen een schilderachtigen aanblik opleveren. Aan de noordzijde strekken zijn rotsachtige vertakkingen zich uit tot dicht bij de Lahn. De kam van het gebergte heeft een gemiddelde hoogte van 480 m.; sommige ronde of afgeknotte toppen verheffen zich 300—400 m. hooger. De hoogste van deze is de Groote Feldberg (880 m.). Ten zuidwesten van dezen verheft zich de Kleine Feldberg (827 m.), en ten zuiden van laatstgenoemde de Altkönig (798 m.). De hoogste top van het Rheinga'ugebergte, dat zich onmiddellijk bij de Taunus aansluit, is de Kalte Herberge (620 _m.) de zuidelijkste uitlooper van het Niederwald is 343 m. Het Taunusgebergte bestaat hoofdzakelijk uit leisteen, verder uit talklei, kwarts en grauwak. Mijnbouw komt hier niet voor, daar het gebergte zeer arm is aan delfstoffen, alleen komt in de nabijheid van de Lahn ijzer- en bruinsteen voor. Overal, waar de grond er geschiktheid voor heeft, is deze bebouwd, aan de zuidelijke hellingen heeft men heerlijke wijngaarden, ooft- en kastanje-, ja zelfs amandelboomen.Van zijn rivieren stroomt de Use naar deWetter, de Schwarze naar den Main en de Wisper naar den Rijn, terwijl de Aar, de Ems en de Weil naar de Lahn uitmonden. Men heeft er een aantal minerale bronnen; de voornaamste van deze bevinden zich te Wiesbaden, Schwalbach, Selters, Homburg, Schlangenbad, Soden en Ems. Het gebergte wordt omgeven en doorsneden door verschillende spoorwegen.

Taurel, André BenoiU Barreau, een Fransch graveur, geboren te Parijs den 6den September 1794, verwierf in 1818 den „grand prix de Rome" en begaf zich dientengevolge naar Italië, waar hij zijn oefeningen in de graveerkunst voortzette. Li 1819 trad hij in het huwelijk met een dochter van den

Sluiten