Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiek). Om schadelijke insecten te weren, gebruikt men daarbij arsenikzeep, kamferzeep, tinctuur van coloquinten en soortgelijke middelen.

Taxis. Zie Thurn en Taxis.

Taxil, Leo (eigenlijk Gabriel Jogand), een Fransch schrijver, geboren in het jaar 1854 te Marseille, was reeds in 1872 werkzaam als anticlericaal medewerker aan radicale dagbladen en richtte talrijke vereenigingen van vrijdenkers (281 met 17000 leden) op. Na den bul van den 20sten April 1884 van paus Leo XIII tegen de Vrijmetselarij bekende hij in den „Univers" berouwvol schuld en trad daarna in het belang van de R. Katholieke kerk tegen de vrijdenkers op. Hij schreef: „La Francma^onnerie dévoilée" (1887), ,,Le Vatican et les francs ma<jons" (1886) en „Confessions d'un exlibre penseur" (1887). In 1892 richtte hij het dagblad „La France chrétienne" op, terwijl hij in 1896 op een congres van bisschoppen te Trente wegens zijn verdiensten voor de Kerk werd gehuldigd. Maar in een lezing, den 19den April 1897 te Parijs gehouden, verklaarde hij, dat hij gedurende 12 jaren de godsdienstige wereld om den tuin geleid had! Hij overleed den 308tel1 Maart 1907 te Sceaux.

Taxodium Rich. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Cuipressineae. Het omvat hooge boomen met een ovale kroon, verspreide takken, met vliezige, lijnvormige, lichtgroene bladeren bezette twijgen, welke op gevinde bladeren gelijken en meestal in den herfst afvallen, eenhuizige bloemen en ronde, niet zeer groote vruchten. T. distichurn L. (de Californische ceder) wordt 30—40 m. hoog, heeft horizontaal geplaatste takken, twijgen, die des winters afvallen, en lijnvormige, van boven afgeronde, doch in eene punt eindigende bladeren. De wortels breiden zich gedeeltelijk uit boven de oppervlakte van den grond, en men vindt dezen boom in Amerika, van Delaware en Virginia tot aan ■pinrirla. Rn Mexico, voorts in Californië, vooral op

moerassige plaatsen; hij wordt bij ons als een der fraaiste boomen gekweekt. Hij wordt zeer oud; Decandolle schatte den ouderdom der cypres van Montezuma op ongeveer 6000 jaar. Men plant dezen boom langs kanalen ter bevestiging van den wal, en zijn hout is onder den naam van wit cederhout bekend. Bekende vormen zijn: T. d. pendulum, T. d. Knighti, T. d. intermedium en T. d. nanum. Verder moeten genoemd worden: T. heterophyllum uit China en T. Mexicanum uit gematigd Mexico. De vermeerdering heeft plaats uit geïmporteerde zaden en door enting op de T. distichum.

Taxus L. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Taxineae. Het omvat boomen of heesters met overblijvende, lijnvormige, bijkans altijd in 2 rijen geplaatste bladeren, tweehuizige bloemen tot oksel- of eindstandige katjes vereenigd en bekervormige, vleezige, scharlakenroode, nootvormige zaden, die door een vleezigen zaadmantel of napje zijn omgeven. De gewone taxusboom (T. baccata L.) wordt 12—15 m. hoog, maar blijft ook wel een veel lagere heester, met 5 cm. lange, aan den rand eenigszins omgeslagene, van boven donker- en van onder lichtgroene bladeren, licht-scharlakenroode napjes en paarse vruchten. Deze groeit in geheel Europa, Algerië, Armenië, op den Kaukasus, in het noorden van Perzië, op het Himalayagebergte en aan de noordwestkust van Amerika en wordt, naar men meent, 2000 jaar oud. De taxus levert goed

plantmateriaal voor priëelen en hagen en vervulde in de dagen van Lodewijk XIV een belangrijke rol. Het hout is vast en fijn en zeer geschikt ter vervaardiging van allerlei snijwerk. De vruchten zijn eetbaar, maar de bladeren vergiftig. Bij de Ouden was deze boom gewijd aan den dood; de fakkels der Furiën waren van taxus hout vervaardigd, en de priesters in het binnenste heiligdom van Eleusis droegen kransen van myrten- en taxustwijgen. Andere soorten worden bij ons als sierplanten gekweekt, zooals: T. canadensis en T. brevifolia uit Amerika. Aalsmeer is vooral beroemd om de prachtige vormboo-

Taxus baccata.

men uit Taxus „gesneden", die vooral naar Amerika verzonden worden. Daartoe kweekte men de Taxus onder voortdurend knippen en binden vele jaren achtereen langs ijzeren geraamten. De tuinvormen van de voornaamste soort, Baccata, zooals: T. b. jastigiala, T. b. f. aurea, T.b. columnaris, T. b. Cheshuntensis, T. b. intermedia, T. b. pyramidalis, T. b. Dovastoni, T. b. cuspidaUi en T. b. adpressa, veredelt men op dezelfde wijze als andere coniferen op „doorgewortelde" stammetjes van baccata.

Tay, een rivier in het Schotsche graafschap Perth, ontspringt onder den naam van Dochart in het gebergte ten noorden van het Loch Lomond, stroomt in noordoostelijke richting door het Loch Tay, bereikt bij Dunkeld het vruchtbare Strathmore en mondt door de Firth of Tay, na een loop van 189 km., uit in de Noordzee. Haar bovenloop heeft bevallige oevers en vormt bij Mones een fraaien waterval. De schepen kunnen langs deze rivier met den vloed Perth bereiken. De belangrijkste linkerzijrivieren zijn de Tummel en de Isla, de belangrijkste rechterzijrivier is de Earn. In 1877 is over de Firth of Tay bij Dundee een brug gespannen ter lengte van 3,2 km., die op Kerstmis van het jaar 1879 bij een geweldigen storm met den daarover rijdenden spoortrein gedurende den nacht in de

Sluiten