Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diepte stortte. Van 1882—1887 is door den ingenieur Barlow een nieuwe brug van 3214 m. lengte en 18,3 m. breedte gebouwd. Deze brug rust op ijzeren, met cement gevulde cylinders, bezit 85 bogen en verheft zich in het midden 23,5 m. boven den gemiddelden waterstand.

Taygetos of Taygeton, later PentedaHylon geheeten, is een gebergte in de Peloponnesus, vormde de grenzen van Lakonië en Messenië en eindigt in het voorgebergte Taenaron. In het N. bevindt zich een moeilijk begaanbare pas, de Langada, die Sparta met Kalamata verbindt.

Taylor, Zachary, generaal en twaalfde president der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, geboren den 24sten November 1784 te OrangeCounty in den staat Virginia, bracht zijn jeugd door in Kentucky, werd in 1808 luitenant bij een regiment infanterie, in 1812 majoor en in 1832 kolonel van het 6de regiment, aan welks hoofd hij deel nam aan den Blackhawk-oorlog. Ook streed hij in 1836 in Florida tegen de Indianen en behaalde op hen in 1837 een bloedige overwinning aan het Meer Okitsjobi. Nadat hij tot 1840 het opperbevel had gevoerd in Florida, verkreeg hij het commando in een groot militair departement en in 1845 over het naar Texas bestemde occupatieleger. Hij trok in den oorlog tegen Mexico over den Rio Grande, veroverde, na een reeks van kleine gevechten Montereye, behaalde in 1847 een beslissende overwinning en bracht daarop ook een nederlaag toe aan een ander korps Mexicanen bij Tula. Daardoor verkreeg hij zulk een populariteit, dat de Whigpartij hem candidaat stelde voor het presidentschap en hij in 1848 met een aanzienlijke meerderheid gekozen werd. Hij aanvaardde zijn ambt den 4den Maart 1849, maar de vermoeienissen van den oorlog hadden zijn gestel ondermijnd, zoodat hij reeds den 9den Juli 1850 overleed.

Taylor, Isidore Justin Severin, baron, een Fransch schrijver en kunstkenner van Engelsche afkomst, geboren den 15den Augustus 1789 te Brussel, bezocht het atelier van Suvé, was op 18jarigen leeftijd medewerker aan verschillende geïllustreerde bladen en reisde in 1811 in Vlaanderen, Duitschland en Italië. Na zijn terugkeer trad hij in krijgsdienst, onderscheidde zich bij de belegering van Parijs en Cadix en nam in 1824 als eskadronchef zijn ontslag. In 1830 onderhandelde hij op last der regeering met den onderkoning van Egypte over het verkrijgen van de obelisk van Luxor en werd daarop commissaris van het Thé&tre Francais, in 1838 inpecteur-generaal van schoone kunsten en in 1847 lid van het Instituut. Hij schreef o. a.: „Voyages pittoresques et romantiques de 1'ancienne France" (1820—1863), „Pélérinage a Jérusalem", „Les Pyrénées", „Voyage pittoresque en Espagne, en Portugal et sur les cötes d' Afrique de Tanger a Tétouan" (1826—1832), ,,L' Egypte" en „La Syrië". In 1839 verkreeg hij het commandeurskruis van het Legioen van Eer, verliet den staatsdienst en stichtte in 1840 de „Association des artistes dramatiques", in 1844 de „Association des artistes peintres, sculpteurs, architectes, graveurs et dessinateurs", in 1849 die der „Inventeurs et artistes industriels" en in 1858 de „Association des membres de 1'enseignement". Vooral ook maakte hij zich verdienstelijk jegens de musea van oudheden en van schilderijen te Parijs, werd in 1869

lid van den Senaat en in 1877 groot-officier van het Legioen van Eer. Hij overleed te Parijs den 8sten September 1879.

Taylor, Tom, een Engelsch humorist en tooneeldichter, geboren in 1817 bij Sunderland, studeerde te Glasgow en te Cambridge, werd advocaat, vervolgens professor in de Engelsche letterkunde aan het university college te Londen, trad in 1850 in staatsdienst, werd in 1854 eerste secretaris van het departement voor hygiëne, ontving na 21-jarigen diensttijd pensioen en overleed te Londen den 12den Juli 1880. Hij leverde kunstkritieken in de „Times", opstellen in de „Punch" en meer dan honderd tooneelstukken, van welke wij noemen: „The fool's revenge", „The ticket-of leave man", „Clancarty", ,,'T wixt axe and crown", „Joan of Are" en „Anne Boleyn". Ook gaf hij een aantal biografieën van Engelsche kunstenaars uit.

Taylor, Bayard, een Noord-Amerikaansch reiziger, schrijver en dichter, geboren den lltfel1 Januari 1825 te Kenneth Square in Pennsylvanië, werd op 17-jarigen leeftijd boekdrukkersleerling te Westchester, wijdde zich tevens aan de beoefening der fraaie letteren en volbracht van 1844—1846 een voetreis door Europa, welke hij in zijn „Views afoot" (1846) beschreef. Daarop woonde hij te NewYork als mederedacteur van de „New-York Tribune" en volbracht in 1849, nadat hij zijn „Rhymes of travel" in het licht gezonden had, een reis naar Californië, die hij in „El dorado" (1849) beschreef. Zijn „Poems and ballads" verschenen in 1851, evenals zijn „Book of romances, lyrics and songs". In laatstgenoemd jaar ondernam hij een reis naar het Oosten en naar het binnenland van Afrika, begaf zich in October 1852 van Engeland over Spanje naar Bombay, vandaar naar China, waar hij aan het Amerikaansch gezantschap werd toegevoegd, vergezelde commodore Perry naar Japan, en keerde tegen het einde van 1853 terug naar New-York. Zijn ervaringen deelde hij mede in de „Tribune", later verzameld in de boeken: „A journey to central Africa" (1854), „The lands of the Saracen" (1855) en „In India, China and Japan" (1856). Van 1856—1858 bezocht hij Lapland en Noorwegen, daarna Griekenland en Kreta, Polen en Rusland. Daarna schreef hij: „Northern travel" (1857), „Greece and Russia" (1859) en „Home and abroad" (1860). Van 1862—1863 was hij gezantschapsecretaris te Petersburg, waarop hij naar Amerika terugkeerde en onderscheiden novellen schreef, zooals: „Hanna Thurston" (1863), „John Godfrey's fortunes" (1864) en „The story of Kennett" (1866). Een zomeruitstapje door het Rotsgebergte beschreef hij in zijn „Colorado" (1867). Van zijn dichterlijke voortbrengselen vermelden wij: „Poems of the Oriënt" (1854), „Poems of home and travel" (1855), „The poet's journal" (1862), „The ballad of Abr. Lincoln" (1869), en een meesterlijke vertaling van den „Faust" van Goethe. Verder leverde hij den roman: „Joseph and his friend" (1871), de novellenverzameling: „Beauty and the beast" (1872) en het dramatisch gedicht: „The masqué of the gods" (1872). Na dien tijd deed hij nog reizen naar Kasjmir en Tibet, naar Egypte en IJsland, door hem beschreven in „Central Asia" (1874) en „Aegypt and Iceland" (1874). Buitendien schreef hij nog: „Prince Deukalion" (1878), „Studies in German literature" (1878), „Critical essays and notes"

XV

4

Sluiten