Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niek is van hem afkomstig. In den laatsten tijd werd de mechanische technologie vooral door Hartig, Hoyer en Exner, de chemische technologie door Knapp, Heeren en 1 Vagner bevorderd.

Teek was in de Middeleeuwen een klein hertogdom in Zwaben, dat genoemd was naar een burcht van denzelfden naam. In het begin van de llde eeuw kwam het gebied aan Berchtold von Zahringen, wiens kleinzoon Albrecht zich sedert 1186 hertog van Teek noemde. In het laatst van de 14de eeuw kwam het hertogdom, gedeeltelijk door koop, gedeeltelijk door verovering, aan Württemberg. In 1493 verleende keizer Maximiliaan I aan de hertogen van Württemberg den titel hertog van Teek, dien zij tot 1806 behielden. In 1863 werd deze titel verleend aan een zijlijn van het regeerende huis in Württemberg.

Te Denm laudamus (U, o God, loven wij), gewoonlijk eenvoudig „Te Deum", is het begin van het zoogenaamde Ambrosiaansche loflied, dat bij plechtige gelegenheden en op hooge feestdagen in de Roomsch-Katholieke kerk gezongen wordt. Zijn koraalmelodie is zeer oud. Er bestaan ook een aantal omwerkingen uit lateren tijd; bekend zijn de 2 van Handel, bij gelegenheid van den Vrede van Utrecht (1713) en bij de overwinning bij Dettingen (1743) gezongen, het Te Deum van Haydn en dat van Berlioz. Behalve de heilige Ambrosius wordt ook bisschop Niceta van Remisiana als de vervaardiger van den text genoemd.

Tedsjen, een oase in de Trans-Kaspische provincie van het Aziatisch-Russische generaal-gouvernement Turkestan, alzoo geheeten naar den aldus genoemden benedenloop van de Heri-Roed, heeft een langte van 100 en een breedte van 50 km. en wordt bewoond door de Tekke-Toerkmenen, die zich met veeteelt bezighouden. De hoofdplaatsen Tese Bend en Karry Bend liggen aan de TransKaspische spoorlijn.

Teekenkrjjt of zwart krijt is een zachte, fijnkorrelige leisteensoort, welke veel koolstof bevat en alzoo zwart afverft, zoodat men er mede schrijven of teekenen kan op papier. Het heeft een blauwof grijsachtig zwarte kleur, is flauw glinsterend of dof en bezit een soortelijk gewicht van 2,1 tot 2,3. De beste soorten komen uit Spanje, Frankrijk en Italië, terwijl het ook in Duitschland voorkomt. De massa wordt tot stiften gezaagd en ook wel fijn gestampt, geslempt en met gomwater tot een deeg gekneed, waarvan men staafjes bereidt. De beste krijtstiften komen uit Parijs; daar zij door een sterk uitdrogen te hard worden, bewaart men ze op een vochtige plaats.

Teekenkunst noemt men de kunst om voorwerpen uit de werkelijkheid of uit de phantasie door middel van lijnen, die met een stift getrokken worden, weer te geven. Het teekenen geschiedt óf met de vrije hand (handteekenen, of teekenen uit de vrije hand) df met hulpmiddelen volgens bepaalde regels (rechtlijnig teekenen of lijnteekenen).

Het handteekenen houdt zich bezig met de afbeelding van vlakke figuren en met die van lichar men. Vlakke figuren worden geteekend in hun werkelijken vorm en grootte of gewijzigd; lichamen teekent men perspectivisch, d. w. z. zooals de toeschouwer ze van uit een bepaalde plaats ziet. Vlakke figuren dienen voornamelijk als ornament (ornamentteekenen) eu vinden vooral bij de kunstnij¬

verheid toepassing, bijv. bij tapijten, tafelkleeden, behangsels, gordijnen, weefsels, initialen, lijstwerk, vignetten enz. Tot de lichamen, die men als voorbeeld kiest, behooren plastische ornamenten, architectonische vormen, planten, dieren, menschen enz. Het handteekenen is de grondslag van de schilderkunst. Men onderscheidt hierbij de schets, dat is een vluchtig ontwerp, hetwelk dient om een hoofdgedachte vast te houden of beter te beoordeelen, de studie, dat is een teekening van enkele deelen van een compositie, die als voorbereiding voor een grooter werk dient, de uitgevoerde teekening, die alle bijzonderheden van de schilderij met inbegrip van de verlichting bevat, en het carton, dat is een groote teekening in omtrekken met een aanwijzing van de schaduw. Al deze teekeningen worden als hulpmiddelen voor het vervaardigen van schilderijen, muurschilderingen, glasschilderingen en andere soorten van schilderwerk gebruikt. Vooral tijdens de Renaissance werd veel werk van de teekeningen gemaakt; thans worden vele teekeningen van Da Vinei, Michelangelo, Raffaël, Dürer enz. even hoog geschat als hun schilderijen. Bijzondere soorten van teekeningen zijn de illustraties, die hoofdzakelijk tot verduidelijking of versiering van een gedrukten tekst dienen, en de caricatuur (zie aldaar)..

Het teekenen uit de vrije hand geschiedt meest met een zacht potlood. Soms brengt men met evenwijdige strepen schaduw aan; dit noemt men schraffeeren of arceeren. Soms worden de strepen door den doezelaar uitgewreven of de schaduwen door den met doezelkrijt bedekten doezelaar aangebracht. Dikwijls bedient men zich, in plaats van een potlood, van zwart krijt (krijtteekening), houtskool, rood krijt en blauw krijt. Ook gebruikt men, zooals bij de pastelteekening (zie Pastelschilderkunst) wel verschillend gekleurde stiften. Schaduwen worden, behalve door arceering of doezelen, ook wel met het penseel en sterk verdunde Oost-Indische inkt of sepia aangebracht, of door verschillende tinten aangegeven. Penteekeningen worden met pen en inkt vervaardigd. Bij het teekenen op het donker gekleurde leipapier gebruikt men wit krijt of zinkwit.

Het lijnteekenen veronderstelt kennis van de planimetrie en de beschrijvende meetkunde. Bij het onderwijs in het lijnteekenen gaat men van het eenvoudige tot het meer samengestelde over. Op den eersten trap worden de constructies van vlakke figuren geleerd, bijv. van veelhoeken, ellipsen, spiralen, cycloïden enz. Daarop volgen de projectieteekeningen (zie Projectie). De meest gebruikte evenwijdige projectie is de rechthoekige, orthogonale, orthografische projectie. Op deze projectieteekeningen berusten voor het grootste deel platte gronden, kartografische teekeningen, teekeningen van machines, bouwkundige teekeningen, teekeningen van vestingwerken enz. Het lwpiëeren van een teekening op dezelfde schaal als het origineel geschiedt bij het lijnteekenen op verschillende wijzen. In dé eerste plaats kan men de voornaamste punten door middel van kopiëernaalden op het onder het origineel liggende blad overbrengen en daarna verbinden; verder kan men het origineel op den achterkant met houtskool of grafiet zwart maken, op het nieuwe blad leggen en met een harde spitse stift onder een matige drukking doortrekken;

Sluiten