Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geëxploiteerd, aan de tramlijn van Semarang naar Cheribon en aan den grooten postweg. De Europeesche bevolking woont aan den grooten postweg ,aan het strand en aan een plein, waar zich ook het residentiekantoor en een voormalig fort, thans gevangenis, bevinden. Op den postweg komen een aantal breede wegen rechthoekig uit, die met tamarinde- en djoewarboomen beplant zijn. De Chineesche wijk ligt ten Z. van den postweg. De inlandsche bevolking houdt zich bezig met nijverheid. De monding van de Kali Goeng deed vroeger dienst als havenkanaal, dat echter verzandde en door een baggermolen moest worden opengehouden. Thans is de monding van de rivier naar het O. verlegd. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 32344, waarvan 614 Europeanen, 28 029 inlanders, 2660 Chineezen, 1034 Arabieren en 7 andere Vreemde Oosterlingen. De bevolking is in de laatste jaren zeer toegenomen. Tot 190Ó was Tegal de hoofdplaats van de toenmalige residentie Tegal. Dicht bij de desa Bandjaran, die eenige palen van Tegal verwijderd is, ligt de desa Pesarean met het graf van den soesoehoenan Tegal Aroem of Mangkoerat van Mataram. Naar men wil, woonden in de 10de eeuw reeds Chineezen te Tegal. In het begin van de 17de eeuw rustte de regent van Tegal op last van den vorst van Mataram eenige schepen uit om Batavia te veroveren.

Tegea, een vesting in het oude Arkadië met een eigen gbeied (Tegeatis), had vroeger afzonderlijke koningen en was later de aanzienlijkste stad van Arcadië. Gedurig voerde zij oorlog tegen andere steden, zooals met Sparta (560, 479—464), waarmee zij echter in den Peloponnesischen Oorlog verbonden was. Na den slag bij Leuctra zag zij zich genood-

Munten van Tegea.

zaakt, toe te treden tot het Achacïsch Verbond. Haar bouwvallen vindt men 8 km. ten Z.O. van Tripolitsa. Te Tegea bevond zich een tempel van Athene Alea, gebouwd door Skopas in het jaar 394 v. Chr. In 1879 werd deze tempel in het tegenwoordige Piali ontdekt, sedert 1900 houdt de Fransche archaeologische school zich met uitgravingen bezig. Het gebied van het oude Piali wordt thans door 4 dorpen ingenomen, waarvan een een museum van oudheden bezit.

Tegelen, een gemeente in de provincie Limburg, 971 H.A. groot met (1910) 6775 inwoners, wordt begrensd door de Nederlandsche gemeenten Venlo, Maasbree en Belfeld en de Pruisische gemeente Kaldenkirchen. De bodem bestaat in het W. uit klei, overigens uit zand. Da voornaamste bezigheden zijn landbouw en nijverheid. Tot de gemeente behooren de dorpen Tegelen en Steil, een aantal buurten en het gehucht Overtegelen. Voor 1795 behoorde deze gemeente tot het hertogdom Gulik, vervolgens tot het Fransche departement van de Roer, sedert 1816 tot Limburg.

Het dorp Tegelen, in een oorkonde van 1196 Tigele geheeten, ligt aan den weg van Venlo naar Maas¬

tricht. Men vindt er een Roomsch-Katholieke kerk, een nonnenklooster, eenige fabrieken, een spoorwegstation en een halte van de stoomtramlijn Venlo— Steil.

Tegengiften. Zie Antidota.

Teg-enhouder is de naam van een stuk staal, waarin van boven een uitholling is. In deze uitholling past de kop van een nagel, die geklonken moet worden en in dezen tegenhouder steun vindt.

Tegenstand of Weerstand. Zie Wrijving.

Tegenstroomprinciepe noemt men den regel, dat men bij verwarming van een hoeveelheid lucht of vloeistof met behulp van een andere van hoogere temperatuur beide in tegengestelde richting laat stroomen en wel zoodanig, dat de koudste deelen van de stof, die verwarmd moet worden, in aanraking komen met de warmste deelen van het verwarmende medium. Het beginsel vindt belangrijke toepassing bij den ketelbouw en bij den aanleg van verwarmingsinstallaties.

Tegenvoeters. Zie Antipoden.

Tegernsee, een meer in het Beiersche distrikt Opper-Beieren, in een bevallige bergstreek 726 m. boven de oppervlakte der zee, is 6 km. lang en 2 km. breed, heeft op enkele plaatsen een diepte van 72 m., ontvangt onderscheiden kleine rivieren en mondt door de Mangfall uit in de Inn. Het evenzoo genoemde dorp aan de oostzijde van het meer en aan den spoorweg naar Schaftlaeh, bezit een Katholieke kerk, een slot, eigendom van hertog Iiarl Theodor van Beieren, met prachtige tuinen en een verzameling schilderijen, een muziek- en een teekenschool, een rechtbank, een sanatorium, een stoombierbrouwerij en (1905) 1742 inwoners. Het slot Tegernsee was weleer een vorstelijke abdij der Benedictijnen, in 736 gesticht, maar in 1803 opgeheven. In de nabijheid ligt de Parapluieberg met een prachtig uitzicht. Aan het noordelijk uiteinde van het meer ligt de modelboerderij Kaïtenbrunn, ten Z. van het meer in het dal van de Weiszach de badplaats Kreuth.

Tegetthoff, Wilhelm, vrijheer von, een Oostenrijksch admiraal, geboren den 23sten December 1827 te Marburg in Stiermarken, ontving zijn opleiding op het marine-instituut te Venetië, trad in 1845 als kadet in dienst, nam van 1848—1849 deel aan de blokkade van Venetië, werd tot luitenant bevorderd in 1851, volbracht onderscheiden tochten op de Middellandsche Zee, werd in 1857 kapitein van een korvet en voerde op last van aartshertog Maximilimn het commando over een expeditie naar de kusten van de Roode Zee. In 1859 vergezelde hij den aartshertog op een reis naar Brazilië, werd in 1861 commandant van een linieschip en voerde in 1862 bevel over het Oostenrijksch eskader, dat na het vertrek van koning Otto, in de Grieksche wateren kruiste. Hij onderscheidde zich zeer den 9den Mei 1864 bij Helgoland in een zeegevecht tegen de Denen en werd daarop tot schout-bij-nacht benoemd. Hij handhaafde zijn roem in 1866 in den zeeslag bij Lissa (zie aldaar), waar hij een glansrijke overwinning behaalde op de Italianen. Hij werd nu benoemd tot viceadmiraal. In Juli 1867 bracht hij het stoffelijk overschot van keizer Maximiliaan uit Mexico naar Europa. In 1868 werd hij in plaats van hertog Leopold tot inspecteur-generaal en opperbevelhebber der marine, tot lid van den Geheimen Raad en van het Huis der Heeren benoemd, waar hij tot de partij

Sluiten