Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h bevestigde anker k aangetrokken. Daarbij slaat c, tegen de messingbrug d en veroorzaakt aldus een luiden toon; bij den teruggang van h naar c, ontstaat een andere toon, zoodat men den duur van de stroomsluiting (punt' of lijntje bij den Morse-toestel) kan hooren. Om den toon te versterken, plaatst men den klopper in een klankkamer. Als stroomsluiter dient in dit geval de kloppersleutel (figuur 5). Bij den druklettertelegraaf van Hughes, welke in zijn nieuwsten vorm (figuur 6) gedreven wordt door een electromotor, zijn seinsleutel en seinontvanger in één toestel vereenigd. Bij het telegrafeeren ontstaat het telegram, zoowel op het seingevend als op het seinontvangend station. De letters (typen) bevinden zich op de velg van een snel ronddraaiend rad (typenrad). Op het oogenblik, dat het type, dat moet afgedrukt worden, zich tegenover de papierstrook bevindt, wordt deze er tegenaan gedrukt en tegelijkertijd in de richting, waarin het typenrad zich beweegt en met dezelfde snelheid voortbewogen, zoodat de afdruk niet vlekt.

Bij de kabeltelegrafie wordt thans, inplaats van den spiegelgalvanometer, de siphon recorder van W. Thomson. (1867) vrij algemeen gebruikt (figuur 7). Hij bestaat uit een schrijftoestel A met een stel electromagneten, rechts van B gelegen; verder uit een monteering G, waarin zich de walsen, die het papier voortbewegen en die door den motor C gedreven worden, bevinden, en eindelijk uit den stroomonderbreker U, die den vibrator V in trillende beweging brengt. K. bevat een aniline- kleurstof, die door een in de figuur zichtbaxen hevel daaruit wordt opgezogen en door de trillingen van V wordt overgebracht op de papierstrook, die langs den langen hevelarm wordt voortbewogen. Het verkregen schrift is .zoogenaamd recorderschrift. Aan de grootte en de richting der afwijkingen van de verkregen kromme lijn, alsmede hieraan of deze volgetrokken dan wel gestippeld, en aan het aantal stippels, dat elkander in dat geval opvolgt, heeft men, evenals bij de Morseteekens, een bepaalde beteekenis gegeven.

In de meeste landen is de telegraafdienst met den postdienst verbonden. Deze vereeniging is voornamelijk als zuinigheidsmaatregel te beschouwen. De aanleg, het onderhoud, en de bedrijfsvoering van telegraafdiensten is alleen winstgevend op plaatsen met druk verkeer. Intusschen vraagt het toenemend handelsverkeer om telegrafen op zooveel mogelijk plaatsen; daardoor is echter het bedrijf niet langer winstgevend (het nadeelig saldo bedroeg in Nederland in 1908 1 607 541 gld.). Dit bedrijf omvat het aannemen, verzenden en het bestellen der telegrammen. Ingeval de plaats, waarheen getelegrafeerd moet worden, geen telegraafkantoor bezit, wordt het telegram overgeseind naar een nabijliggend kantoor en van daaruit per bode besteld. Verschillende kantoren zijn tot zoogenaamde kringen vereenigd. Het telegraafnet breidt zich voortdurend uit. De eerste lijn, die praktisch in gebruik is geweest, werd in 1844 door William Fardely uit Ripon (Yorkshire) langs den Taunusspoorweg aangelegd; zij was 8,8 km. lang en werkte met wijzertelegrafen. In Pruissen werd do telegraaf op den leten October 1849, in Oostenrijk den 15aen Februari 1850 en bij ons te lande den lstcn December 1852 voor het publiek opengesteld. De lengte van het telegraafnet der geheele wereld wordt op 8 millioen

km. geschat. De ontwikkeling van het telegrafisch verkeer in Nederland blijkt uit de volgende tabel:

T Aantal Aantal Aantal

kantoren km. draad telegrammen

1853 3 170 1369

1875 328 12365,4 2104121

1890 721 17996,2 4155381

1905 1187 30412,44 5932769

De regeling van den telegraafdienst geschiedde bij ons te lande door de wet van den 7den Maart 1852 (Staatsblad n°. 48) en gewijzigd bij de wet van den 8ien December 1869 (Staatsblad n°. 200), welke ingetrokken is verklaard bij de wet van den llden Januari 1904. Daar deze echter op eenige punten aanvulling en wijziging behoefde, werd daarin voorzien bij de wet van den 2den Januari 1905 (Staatsblad n°. 2); zij kan worden aargehaald als „Telegraaf en Telefoonwet 1904." Het hoofdbestuur der telegrafie is in Nederland ingevoerd door W. C. A. Staring (1852—1884), door den hoofddirecteur der posterijen J. P. Hofstede (1884—1893) en door de directeuren-generaal der posterijen en telegrafie J. P. Havelaar (1893—1902) en G. J. C. A. Pop van 1902 tot heden.

Het denkbeeld van een onderzeesche telegraaf werd het eerst geopperd door Wheatstone, die reeds in 1837 Engeland en Frankrijk telegrafisch verbinden wilde. Maar eerst nadat in 1846, op voorslag van Werner Siemens, het getah pertja als isolatiemateriaal gebruikt werd, slaagde Jacob Breit er in 1850 in, om een kabel tusschen Dover en Calais te leggen. In 1853 werd een kabel tusschen Engeland (Oxfordness) en Nederland (Scheveningen) in gebruik genomen. Op den 5den Augustus 1858 verbond de Amerikaan Cyrus Field Engeland met Amerika; den lsten September daaraanvolgend was echter de kabel reeds weder onbruikbaar. Daarna werd onder zijn leiding met het reuzenschip „Great Eastern" in 1865 andermaals een poging gedaan, die evenzeer mislukte, zooals ook een poging om Snez met Indië te verbinden reeds mislukt was. Eerst den 27sten Juli 1866 werd de gemeenschap tusschen de Oude en de Nieuwe Wereld gelegd door den nieuwen kabel van de „Anglo-American Telegrafie; de kabel van 1865 werd r.a opvissching en herstelling den 8sten September 1866 in gebruik genomen. Na dien tijd kwam de onderzeesche telegraph tot grooten bloei. Een reusachtig kabelnet, meestal behoorend aan particuliere maatschappijen, omspant de geheele aarde. Het aantal kabels bedraagt thans bijna 1500; hun gezamenlijke lengte is ongeveer 5 millioen km. Zie verder Draadboze Telegrafie. Internationale Telegraaf vereeniging en Telegraafkabel.

Telegraafagentnren. Zie Correspondentiebureaux.

Telegraafbureau*. Zie Correspondentiebureaux.

Telegraaf code (Engelsch: cable code) noemt men een verzameling van afkortingen en overeengekomen teekens, waarvan het gebruik de kosten der telegrammen, vooral van overzeesche, belangrijk vermindert. Volgens het internationaal telegrafieverdrag mogen codewoorden niet meer dan 10 letters bevatten en moeten zij behooren tot

Sluiten