Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selen, namelijk warmte, koude en (als lijdelijk beginsel) de stof, waarop eerstgemelde twee werken. Door den strijd tusschen warmte en koude ontstaan hemel en aarde en alle dingen. In den mensch is nog de onmiddellijk van God afkomstige ziel als een vorm van het lichaam. In sommige opzichten sluit hij zich bij de Stoicijnen aan, in andere kan men hem als een voorlooper van Spinoza beschouwen. Hij overleed in 1588 te Cosenza.

Telford, Thomas, een Engelsch ingenieur, geboren den 9den Augustus 1757 te Eskdale (Dumfriesshire), leerde het metselaarsbedrijf en begaf zich in 1781 naar Edinburgh en in 1782naarLonden,\vaar hij studeerde onder leiding van Chambers en Adams. Hier legde hij zich verder op den aanleg van dokken en scheepstimmerwerven toe, die in 1787 onder zijn leiding werden voltooid. Sedert 1793 bouwde hij ook bruggen. Van die, welke door hem ontworpen zijn, noemen wij die over de Severn bij Montfort en Bewdley, over de Dee bij Tongueland en die van gegoten ijzer van Buildwas. Bij het graven van het Ellesmere kanaal (met belangrijke waterleidingen) in 1793 construeerde hij voor het eerst gegoten ijzeren sluisdeuren en geheele sluizen van gegoten ijzer. In 1823 vol¬

tooide hij het ualedoniscn Kanaal, ook legae nij nei Macclesfieldkanaal, het Birmingham-, het Liverpoolen het Junctionkanaal aan . Van zijn havenwerken zijn die te Aberdeen en Dundee de belangrijkste.Voor het buitenland leverde hij het plan voor het Götakanaal in Zweden, om het Wenermeer in verbinding te brengen met de Oostzee. Het belangrijkste werk van Telford is echter de kettingbrug over de Menaistraat bij Bangor, in 1819—1826 gebouwd om het eiland Anglesea met het vasteland te verbinden. Hij overleed den 2den September 1834 te Westminster.

Telganger is ae naam van ecu jjatuu, u» geleerd heeft bij het gaan beurtelings de twee rechterpooten en de twee Ënkerpooten tegelijk te verzetten. Het wordt meestal door dames bereden.

Telharmonium is een door Cahill geconstrueerd werktuig om muziek te maken en telefonisch over te brengen. De tonen (2 X 144) worden opgewekt door wisselstroommachines, die door het neerdrukken van een of meer der 2 X 144 sleutels in de buitenleiding geschakeld worden. Op het ontvangstation vertakt zich deze buitenleiding over de verschillende concertruimten, waarin de muziek met behulp van telefonen ten gehoore gebracht wordt.

Teil, Wilhelm, de nationale held der Zwitsers, inzonderheid verheerlijkt door Schiller in het treurspel, dat zijn naam draagt, was, volgens de sage, afkomstig uit Bürglen in het kanton Uri en de schoonzoon van Walther Fürst uit Uri. Toen hij den 18aen November 1307 aan den op een paal geplaatsten hoed van den Oostenrijkschen landvoogd Geszier te Altorf niet de voorgeschreven hulde bewees, werd hem, den beroemden boogschutter, de straf opgelegd, een appel van het hoofd van zijn zoontje te schieten. Zoodra hij dit gedaan had en de landvoogd hem vroeg, waartoe de tweede pijl diende, welke hij bij zich had gestoken, antwoordde Teil dat zij bestemd geweest was voor den landvoogd, wanneer hij zijn kind getroffen had. Toen deed de landvoogd hem in boeien slaan en gaf bevel hem met een boot naar Küsznacht te brengen en aldaar in den kerker te werpen. Op het Vierwoudstreken Meer echter werd hij met zijn geleiders door een storm overvallen, en men ontdeed Teil van zijn boeien, opdat hij hetvaar-

Standbeeld van Wilhelm Teil te Altdorf.

tuig zou kunnen besturen, waarvan deze gebruik maakte om aan den voet van den Axenberg aan wal te springen op een rots, thans nog de „Tell's Platte" geheeten, waarna hij zich over het gebergte naar Küsznacht begaf en in een hollen weg den landvoogd met een pijl doodde. Van zijn verdere lotgevallen wordt alleen medegedeeld, dat hij in 1315 in den slag bij Morgarten tot de strijders behoorde en dat hij in 1354 in de Schachenbach omkwam bij een poging om een kind te redden. In 1895 werd te Altorf een standbeeld voor hem opgericht. Reeds in 1607 werd door

Guilhmann en m 1 loi door Freudenberger de geschiedenis van Teil een fabel genoemd. Door de onderzoekingen van Ilopp en anderen is overtuigend bewezen, dat de overlevering strijdt met de geschiedenis,zooals die uit de oorkonden blijkt en dat de daad van Teïl in geen enkel do¬

cument uit dien tijd of uit den daarop volgenden tijd vermeld!wordt. Eerst omstreeks 1470 treedt de Tellsage op en wel in 2 redacties, de eene treft men o. a. aan in een volkslied, dat ± 1477 ontstaan

is, m de kroniek van

Melchior Rusz (1482—1488) en in een tooneelstuk van 1511, de andere in het ± 1470 verschenen „Weiszes Buch" en in de kroniek van Etterlin (1507). De eerste redactie noemt Teil als den bevrijder van Zwitserland en den stichter van het Rütliverbond, de tweede geeft de geschiedenis van Teil als een toevallige episode en noemt Stauffacher als den hoofdpersoon van de samenzwering. Eerst Tschudi heeft de beide overleveringen vereenigd en ze in de 14110 eeuw geplaatst; in den loop der tijden werden nog verschillende elementen bij de sage gevoegd, totdat de werken van J. v. Müller en Schiller haar algemeen bekend maakten. De gedenkteekenen, welke aan de geschiedenis van Teil herinneren, zijn alle afkomstig uit veel later tijd. In Uri heeft men geen familie Teil kunnen opsporen. Stukken uit Altorf, waarmede men het bestaan van Teil wilde bewijzen, zijn onecht. De sage van het schieten naar den appel is een overoude Indo-Germaansche volkssage, welke men in een andere inkleeding ook aantreft in Noorwegen, Engeland, IJsland en Denemarken.

Talie, Reinier, of Regnerus Vitellius, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Zierikzee in 1568,

bezocht Duitschland, Italië en i<ranKrijK, wera rector der Latijnsche school in zijn geboorteplaats, vestigde zich in 1610 te Amsterdam en overleed aldaar in 1611. Hij leverde een Latijnsche vertaling van de Italiaansche beschrijving der Nederlanden^ van Guicciardini, die in 1625 en later bij herhaling is uitgegeven, alsmede een vertaling, getiteld: „De dolinghen in de Drievuldigheyd" (1620), van het boek, dat Servelus op den brandstapel bracht, en schreef, nog: „Nieuw Nederlandsch Caertboek enz." (1616, met 23 kaarten), „Der Contra-remonstranten kerf-

Sluiten