Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de vrije atmosfeer vi

0_l 1—2 2—3 3—4 4—5 5-6 km. hi 0,50° 0,45° 0,45° 0,52° 0,62° 0,66° kl

Nu was het reeds geruimen tijd bekend, dat som- sc tijds op berghellingen de temperatuur hooger was gi dan in de dalen, maar eerst door de waarnemin- v gen op bergstations, op den Eiffeltoren en bij lucht- d reizen leerde men dit eigenaardige verschijnsel, be- sj kend ais omgekeerde temperatuurtoestand, nauw- n keuriger kennen en bleek het, dat het verschijnsel li lang niet zeldzaam is. Op den Eiffeltoren werd het 1: des nachts herhaaldelijk waargenomen, in berg- o streken, des winters bij helder en windstil weer, b vaak ook overdag, vooral wanneer er sneeuw ligt. v Hann heeft aangetoond, dat al de Alpendalen, op cl welker richting de heerschende wind loodrecht a staat, des winters gedurig den omgekeerden tem- b peratuurtoestand vertoornen, vandaar dat er de menschen tegen de berghellingen en niet op den bodem der dalen wonen. De oorzaak van het ver- "V schijnsel is vooral daarin te zoeken, dat onder de g gegeven omstandigheden het warmteverlies door t uitstraling der onderste luchtlagen zóó snel gaat, 1 dat de hoogere lagen niet zóó spoedig kunnen vol- < gen, terwijl daarenboven de koude lucht in de dalen 1 als in een bekken blijft opgehoopt.Boven de Noord- 1 Duitsche laagvlakte treedt het verschijnsel het meest op ongeveer 800 m. hoogte op en komt voor- i al voor in anti- cyclonale gebieden.

Nog een ander, niet minder merkwaardig ver- | schijnsel, kwam bij het onderzoek der hoogere < luchtlagen in de laatste jaren aan den dag, n.1. dat op zekere hoogte boven de aardoppervlakte, op onze breedte aanvangende op gemiddeld 11 km., de temperatuur bij verdere stijging niet verder afneemt, maar zelfs een geringe toename vertoont. Deze ontdekking, bijna gelijktijdig bekend gemaakt in 1902 door Teisserenc de Borl en Assmann, vond aanvankelijk weinig geloof, en eerst nadat het feit door tal van waarnemingen op zeer verschillende plaatsen telkens opnieuw geconstateerd was, viel er niet langer aan te twijfelen. Die waarnemingen leerden, dat de overgang naar de laag zonder temperatuurverandering vrij plotseling geschiedt, alsook dat die laag op verschillende breedten op zeer ongelijke hoogte boven de aardoppervlakte ligt; in de Poolstreken begint zij reeds op 7 km., in Europa op 12, in de Tropen op 13, bij het Victoria Nyanzameer op 15—17 km. In sommige gevallen gaat de temperatuurdaling daar tot nog grootere hoogte voort, zoodat eenmaal op bijna 20 km. hoogte een temperatuur van -84° C. werd aangetroffen. Bij de opstijging van een peilballon in België op 5 November 1908 hield de temperatuurdaling op bij 13 km., waar zij -68°C. was, om daarna te stijgen tot 22 km., waar zij -62° bedroeg, waarna zij langzaam daalde tot het hoogst bereikte punt, n.1. -63,4° op 29 km.

De sterke afkoeling van opstijgende luchtstroomen in de onderste luchtlagen wordt tegengegaan door de condensatie van den waterdamp, welke de stijgende lucht bevat. Daar nu op groote hoogte bij de daar heerschende lage temperatuur de lucht slechts een uiterst gering gehalte aan waterdamp kan bezitten, zou elke verticale beweging dus met een vrij sterke temperatuurverandering gepaard moeten gaan; het ontbreken daarvan bewijst, dat er in de isotherme laag geen verticale beweging

van eenige beteekenis meer is. Dit bevordert sterk het ontstaan van een laagsgewijze structuur met kleine, sprongsgewijs optredende temperatuurverschillen. Teisserenc de Bort heeft daarom voor dit gedeelte van den dampkring den naam stratosfeer voorgesteld, in tegenstelling waarmede dan het daaronder gelegen deel der atmosfeer als troposfeer wordt aangeduid. De grens tusschen beide moet daar liggen, waar geen stijgende en dalende luchtstroomen meer mogelijk zijn, dat is boven de laag, waar de druk een kwart atmosfeer bedraagt, of volgens berekening op 10—11 km. hoogte. Zulke berekende hoogten zijn echter slechts te beschouwen als middelwaarden, want de werkelijke hoogte der stratosfeer moet veranderen bij overgang van aequator naar pool, van oceaan naar vasteland, en moet anders zijn boven depressies dan boven hoogdrukgebieden, zooals ook de ervaring heeft geleerd.

Herhaaldelijk is de vraag gesteld, of seculaire veranderingen in de temperatuur van een groot gedeelte der aardoppervlakte plaats vinden? Omtrent deze kwestie kan, wat den historischen tijd betreft, niets met zekerheid gezegd worden, daar de langdurigste reeks van waarnemingen der luchttemperatuur niet meer dan 200 jaren bevat (zie verder Klimaat blz. 429).

Temple was weleer een groot gebouw te Parijs, dat in de geschiedenis bekend werd, doordat het tot gevangenis diende voor Lodewijk XVI en zijn gezin. Het behoorde oorspronkelijk aan de Orde der Tempelheeren, doch Philips de Schoone deed het in 1312 tot een vorstelijk verblijf inrichten,

De Temple in 1792.

stond het later echter af aan de ridders van St. Jan. Gedurende de Revolutie diende het tot staatsge¬

vangenis. Onder Napoleon lil wera ae lempre gesloopt en de plaats in een plein veranderd met

markthallen.

Ook het vroegere gebouw van ae urae aer imipelheeren te Londen, dat in 1346 aan de rechtsgeofrYoefnQn wprrl dmsLfrt. dezen naam. Thans

iCClUCii ——o ~ — _ T

is het de belangrijkste van de zoogenaamde lnns

ot Uourt. _ ^ _ _

Temple, sir William, een Engelsch staatsman en schrijver, geboren te Londen in 1628, stu¬

deerde te (Jambnage, wera na ae xusuuuaue >a.«i

Sluiten