Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

predikant te Hamva (comitaat Gömör), waar hij tot aan zijn dood werkzaam bleef. Zijn eerste geschrift was: „Népregék, Népmonclak" (volkssprookjes, volkssagen", 1846). In 1847 kende het Kisfaludygenootschap een prijs toe aan zijn komisch dichterlijk verhaal: „Szuhay Matyas" en benoemde hem tot lid. In 1847 verscheen ook de eerste uitgave van zijn gedichten. Na de revolutie van 1868 gaf hij aan de gedrukte stemming uiting door zijn „Gedichte" (1847), die met grooten bijval werden ontvangen en waarvoor hij zich in 1852 voor den krijgsraad verantwoorden moest. In 1858 werd hij lid der Academie en in 1868 verwierf hij met zijn gedichten den grooten academischen prijs (200 dukaten). Hij overleed den 308ten Juli 1868 te Hanva. Zijn verzamelde gedichten verschenen in 5 dln. (Boedapest, 1884).

Tomsk, een Russisch gouvernement in W.-Siberië, begrensd door de gouvernementen Semipalatinsk, Tobolsk en Jenisseisk en door Mongolië, telt op 857 682 v. km. (1897) 1 929 092 inwoners. In het Z. is het land bergachtig door het Altaï-gebergte, waaraan zich de Kiesnezkische Alatau met het Abakanisch gebergte en de Salaïrsche bergen aansluiten. Het W.lijk en N.lijk gedeelte wordt voornamelijk door de Baraba ingenomen; het N.O. gedeelte is een reusachtig, met dichte wouden bedekt moerasland. De Ob is de voornaamste rivier van deze streek; hij neemt hier den Tom, den Tsjoelym, den Ket, den Alej en den Waszjoegan op. Na den Ob komen de Jenissei en de Irtisj. Van de tallooze zoeten zoutwatermeren zijn de voornaamste: het Telezkermeer en het Tsjanimeer. Het klimaat is een vastelandsklimaat; in het voorjaar en in den herfst komen vreeselijke sneeuwstormen voor (boeran). De moerassige streken zijn zeer ongezond. De bevolking bestaat voor ruim 90 % uit Russen en verder uit Tataren, Kalniukken, Samojeden enz. Zij is meerendeels Russisch-orthodox. Het gouvernement bezit een hoogeschool, 4 middelbare, 3 ambachts- en 1300 lagere scholen. Het gedeelte van het land, dat voor landbouw geschikt is, brengt tarwe, haver, rogge, gerst en aardappelen voort. Van meer belang is echter de veeteelt. In 1894 bestond de veestapel uit ongeveer 1,5 millioen paarden en evenzooveel schapen, ruim 1 millioen runderen en bijna 300 000 varkens. De honig van wilde bijen wordt verzameld, terwijl de rivieren zeer rijk aan visch zijn. De hoogovens in het Altaïgebergte leverden vroeger: goud, zilver, lood, koper en gietijzer. In de laatste jaren is de productie daarvan echter zeer achteruit gegaan, zooals ook de jacht op pelsdieren. De nijverheid omvat in de eerste plaats de hoogovens; daarna branderijen, bierbrouwerijen, leerlooierijen, talksmelterijen, kaarsenfabrieken enz. De handel bedient zich van de rivieren en van den Trans-Siberischen spoorweg.

Tomsk, de hoofdstad van het gelijknamige Rus- 1 sische gouvernement, op 56°30' N. Br. en 84°57' O. : L. v. Gr. op den hoogen oever van den Tom gelegen, ] is door een vertakking met den Trans-Siberischen : spoorweg verbonden. Het bezit 20 Russische kerken, een monniken- en een nonnenklooster, een R. Ka- i tholieke en een Protestantsche kerk, een moskee, ] een synagoge, een hoogeschool met 3 faculteiten, i een gymnasium voor jongens en een voor meisjes, I een middelbare school, een seminarium, een school i voor vroedvrouwen en een opleidingsschool voor i militaire geneesheeren. Verder vindt men er een na- i

; tuurwetenschappelijk museum, een Natuurkundig; en Geneeskundig-Genootschap, een boekerij, een schouwburg, 4 bankinstellingen enz. Het is de zetel van een gouverneur en van een bisschop en telt (1900) 63 533 inwoners, die zich bezighouden met leerlooierij, wagenmakerij, brandewijnstokerij, met kaarsen- en zeepfabricage en tevens een belangrijken transitohandel van en naar Siberië drijven. De stad werd in 1604 door de Russen gesticht.

Tomyris is de naam van een Sarmatische koningin in het oude Skythië, die in 529 v. Chr. den Perzischen koning Cyrus versloeg.

Ton is in de zeevaart een maat van bevrachting. Zij wordt gebruikt als inhoudsmaat en is dan gelijk aan 1000 kg. Zie ook Registerton.

Ton wordt ook gebruikt als geldmaat, in welk geval zij gelijk is aan 100 000 gld.

Ton is de naam voor tonvormige bakens, waarmede het vaarwater wordt afgebakend.Voor het onderhoud daarvan moeten de schippers tonnegeld betalen. Zie verder Betonning en Bebakening.

Tonallet is oorspronkelijk alleen de naam van het gesteente, waaruit de ten Z. van de Tonalepas gelegen berggroep Monte Adamello bestaat. Het bestaat uit sneeuwwit plagioklaas, grauwwit kwarts, zwartbruine glimmer en zwartgroene hoornblendè en is dus een soort kwartsglimmerdioriet, vermengd met hoornblende. Later noemde men ook soortgelijke gesteenten, die op andere plaatsen voorkomen, tonaliet.

Tondano, een afdeeling van de residentie Menado, bestaat uit de distrikten Tondano Toveliang, Tondano Tovelimambot, Kakas Remboken, Tomohon Sarongsong, Langoan en Pasan Ratahan Po_nosakan. De hoofdplaats is Tondano, in de nabijheid van het meer van Tondano op een hoogte van 600 m. gelegen. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 10 592, waarvan 35 Europeanen, 10 329 inlanders, 226 Chineezen en 2 Arabieren. Landbouw en vis| scherij in het meer van Tondano vormen de hoofdmiddelen van bestaan. Men treft er 3 gouvernementsscholen en 1 particuliere school aan.

Tondern, een stad in het Pruisische distrikt Sleeswijk, ligt aan de Widaue en is een kruispunt van 3 spoorwegen. De plaats bezit een Evangelische kerk een standbeeld van keizer Wilhelm, I, een hoogere burgerschool, een kweekschool voor onderwijzers, een praeparandeninrichting enz. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 4244. De plaats ontving in 1243 stedelijke rechten. In 1639 vond men bij het dorp Galhus in de nabijheid een grooten gouden met figuren versierden horen, in 1734 een tweeden. Het runenschrift van den eenen horen behoort tot het Angel-Saksisch alfabet en is uit de 6de eeuw afkomstig.

Tong: is een zacht gewelfd, half elliptisch, door een slijmvlies overtrokken, week, zeer bewegelijk en spierachtig lichaam, dat den bodem der mondholte helpt vormen en in de holte der onderkaak gelegen is. In een toestand van rust is haar achterste gedeelte steeds in aanraking met het zachte gehemelte. Zij strekt zich achterwaarts uit tot aan het slokdarmhoofd, tot dicht boven het strotklepje, is aan het tongbeen vastgehecht door de tongbeentongspier (musculus hypoglossus) en ligt met het voorste gedeelte tegen de onderste snijtanden. Aan de tong onderscheidt men den wortel, de punt, de boven- of rugvlakte, de ondervlakte en de randen. De wortel

Sluiten