Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Torendekschip noemt men een soort tc vrachtstoomschip, dat uitgevonden is door de firma g< Doxjord te Sunderland. Het is bestemd voor het ver- <1< voer van massaproducten, zooals graan, erts,_ steen- ui kool enz. en heeft bij een betrekkelijk kleinen inhoud li een groot laadvermogen. 1T

Toren des zwijgens (Dalhma) noemt men v de begraafplaatsen van de Parsen te Bombay. Het d zijn ronde, van boven open gebouwen, in welks bin- h nenruimte de lijken, den roofvogels ten prooi, neer- d gelegd worden. . ™

Torenhuizen noemt men buitengewoon hooge t< huizen, zooals die in den laatsten tijd in groote h steden, vooral in de Vereenigde Staten van Noord- t Amerika, veel gebouwd worden en die aldaar den d naam van sky-scrapers dragen. Het ontstaan van k zulke huizen 'is een gevolg van de enorme stijging k van de grondprijzen, die in sommige steden van C Amerika wel eens 10 000 gld. per vierk. meter be- a draagt. Oorspronkelijk bouwde men dikke steenen t muren, tegenwoordig gebruikt men daarvoor meest \ gewapend beton en dergelijke grondstoffen. Meestal \ hebben deze gebouwen beneden winkels, boven kantoren. Het Sungebouw te New-York is 133 m. hoog I en telt 32 verdiepingen, dat der levensverzekerings- ( maatschappij Manhattan aldaar is 116 m., het \ rij- ' metselaarsgebouw te Chicago is 96,6 m. hoog en 1 bezit 20 verdiepingen, het Worldgebouw te New- " York is 88,5 m. hoog en telt 20 verdiepingen, het 1 hotel Netherland is 71,6 m. hoog en telt 17 verdie- i pingen. In deze gebouwen heeft men zoowel hydrau- ' lische, als electrisclie liften; men onderscheidt personen- en goederenliften, snel-, boemel- en lokaalliften. De kosten van zulk een gebouw bedragen doorgaans eenige millioenen. Voor een van die huizen was 25 000 000 kg. graniet en 17 000 000 kg. ijzer noodig. In ons land hebben wij het Witte Huis te Rotterdam met 10 verdiepingen en 40 m. hoog, dat naar Amerikaansch voorbeeld is gebouwd, doch nog dikke steenen muren bezit. De kosten van dit gebouw bedroegen 650 000 gulden.

Torenklok (zie de platen) is de naam van een klokvormig toestel, dat, met behulp van een of andere inrichting in trilling gebracht, geluid voortbrengt. Zij wordt in den regel gegoten van brons (klokspijs), bestaande uit een mengsel van 80 dln. koper en 20 dln. zink. Dat een toevoeging van zilver den klank zou verbeteren, is onjuist gebleken. En daar men ook in de klokken uit de Middeleeuwen geen zilver heeft kunnen aantoonen, moet men aannemen, dat het zilver, dat door de geloovige menigte bij het gieten van een klok werd geofferd om haar klank te verbeteren, niet aan de klok ten goede kwam. De grootste middellijn heeft een klok aan haar nion d; de grootste dikte in den krans, dat is die strook, waartegen de klepel slaat. Van den krans tot de halve hoogte neemt de dikte langzamerhand af om verder in de geheele bovenste helft niet meer dan een derde van die van den krans te bedragen. De middellijn van het bovenste gedeelte der klok (muts) staat tot die van den mond als 1 : 2. Om de klok aan den h e 1 m te kunnen bevestigen,bevindt zich op de muts de zoogenaamde kroon. De helm bestaat uit een eikenhouten balk, aan beide uiteinden voorzien van ijzeren toppen, welke in messing pannen kunnen draaien. Aan den helm is verder een hefboom (bengel) verbonden, waarmede de klok, door middel van een aan den bengel bevestigd

touw, kan geluid worden. Het geluid zelf wordt opgewekt, doordat de k 1 e p e 1 welke beweegbaar in de klok is opgehangen, bij de schommelingen van deze tegen den krans slaat en aldus de klok in trilling brengt. Het gewicht van den klepel bedraagt in den regel ongeveer het veertigste gedeelte van dat van de klok. Men moet zich de zaak zóó voorstellen, dat klok en klepel, doordat de laatste in de klok hangt, twee slingers vormen van ongelijke lengte en dus van ongelijken slingertijd. Was ditniethet geval, dan zouden beide elkander nooit aanraken. De hoogte van den toon, welken de klok geeft, hangt af van haar middellijn. Het t i m b r e en de duur van den toon worden bepaald door de hoogte der klok en door haar gewicht. De ervaring leert bijv., dat een klok van 0,837 m. doorsnede en een gewicht van 300 kg. ongeveer den toon van dubbel gestreept c. geeft. Op grond van deze overwegingen en afgezien van andere invloeden, kan men voor iederen anderen toon de gevorderde grootte van de klok berekenen, waarvan men gebruik maakt bij het samenstellen van een zoogenaamd klokkenspel.

Bij het gieten van een torenklok begint men een put (d a m k u i 1) te graven, welke wijd genoeg is om den vorm van alle zijden toegankelijk te maken. Men metselt nu eerst de holle kern en geeft haar door het opbrengen van lagen leem en door afdraaien den vorm, welken het inwendige van de klok moet verkrijgen. Daarna wordt de kern door een matig vuurtje in haar inwendige, holle ruimte zorgvuldig gedroogd. Om het aankleven van nieuwe leem, waar-

■ uit het model zal gemaakt worden, te voorkomen,

■ bestrijkt men nu eerst de gedroogde kern met een

■ waterachtige brij van houtasch. Daarna worden op i de aldus toebereide kern nieuwe lagen van meer • zandhoudend leem gebracht en zoodoende het mo; del (hemd), dat met de metaaldikte en den uit, wendigen vorm van de klok overeenkomt, gevormd. J Is het hemd door langzame verwarming gedroogd, t dan bestrijkt men het buitenvlak met een mengsel

van talk en was, waarin de afzonderlijk van hout of ï gips gevormde versierselen, letters enz. geplakt f worden. Vervolgens wordt om het aldus gevormde - hemd de m a n t e 1 gelegd, bestaande uit leem en s waarvan de binnenvorm dus overeenkomt met den uitwendigen vorm van de klok. De muts van de klok r wordt door boetseeren gevormd. Is nu alles gedroogd n dan slaat men, na het verwijderen van den mantel,, ti het hemd van de kern af, brengt den mantel weder i- op zijn oorspronkelijke plaats terug en vult de holte :- van de kern met steenen en aarde. De voeg tusschen Ir de onderzijde van kern en mantel wordt met leem e gesloten, de damkuil verder met zand gevuld en de n holte tusschen de kern en den mantel daarna met het bt klokkenmetaal vol gegoten. In ons land is Heiligerlee n de eenige plaats, waar klokken gegoten worden, r- Reeds de Egyptenaren gebruikten bij hun eere;t dienst kleine klokjes, terwijl de hoogepriesters der i- Joden gouden klokjes aan hun ambtsgewaden droe>r gen. Bij de Grieken bedienden de priesters van 2. Persephone en Cybele. zich van klokjes en de Romeie- nen gebruikten ze in huis en ter aankondiging van )e openbare vergaderingen. De eigenlijke torenklok le dagteekent echter eerst uit den tijd van het Chriss- tendom. Met zekerheid weet men, dat de torener klokken in Frankrijk in de 7ae eeuw en in Duitschle land onder Karei den Groote bekend waren. In de ra Oostersche Kerk vonden de klokken in 865 ingang*.

Sluiten