Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tlVpn aa.nlpp' ToPn in Ano-ncfno 1 7Q1 Tiof DDrcfa "NTo.

O O J..UX ui,!, VVXOW nv-

geroproer op Haiti uitbarstte, bracht Toussaint

n>im I.A/V1. i-, —„.'4 1_ „ i J_ „ 1 1

^ijii iicci aaiioiunus ui veingiieiu ujj net vaste ianu

van Amerika en trad daarop bij de Negers in dienst.

•7„„J—, 1 1 L.i O 1. . 1? _•

zjuuuia iiuii i' uri luim ik'l opaanscne leger overging, om tegen de Fransche Republiek te strijden, zag hij zich bevorderd tot kolonel bij de Spaansche troepen, maar koos in 1794 met een gedeelte van

linf lno-ny An r^.Vlr»

nvu u.o ^ijno va-ii x-iauiuLijiv, w aai uc auuiiaie

Oonventift hpm tot. hricmrlp-crpnpran 1 in 17Q7 fnf

divisie-generaal en eindelijk tot opperbevelhebber

van aiiB [roepen op naiti oenoemae. mj nersteiae

wuc en iia ii l, maar maaKte net enana in louu onafhankelijk en liet zich benoemen tot voorzitter voor levenslang. Leclerc, die er in 1801 met een Fransch leger aan wal stapte, noodzaakte hem tot

capitulatie. rvaaat nij er eenigen tijd op een bui-

fomrorlllilf li Q A rrniiTAA., A l,ii i1 CAO 1 1,

^ HCAivl gOVYUUUU, WC1U 111J 111 XOV6 UI Iieuil-

teilis genomen Pn naar hpt fort Tnnv hii "Rpcnn^nrt

in Frankrijk gebracht, waar hij den 278ten Juli

1CAO 1 — J

j-u\jo uveneeu.

Toutée, Georges, een Fransch officier, geboren

iocc ci_:„ i. Ti. , • •• i

ui iouy te oamt-r argeau, ontving zijn opleiding aan de polytechnische school, kwam vervolgens bij het artilleriecorps en daarna aan de artillerieen ingenieursschool. In 1881 maakte hij de expeditie naar Tunis mede, waarna hij tot kapitein werd bevorderd, vertrok vervolgens met Paul Bert naar Tonkin en diende daarna in Afrika. Van 1894— 1895 deed hij een belangrijken onderzoekingstocht langs den Niger. In 1900 werd hij belast met de regeling van de Engelsch- Fransche grens tusschen Dahomey en den Niger. In 1901 werd hij luitenantkolonel en onderdirecteur van de krijgsschool, in 1905 werd hij kolonel. In 1906 benoemde Picquart, minister van Oorlog, hem tot chef van zijn Kabinet. Hij schreef „Du Dahomey au Sahara, la nature et les hommes" (1899) en „Dahomey, Niger, Touareg"

Touw noemt men in dpn rnimcfpn vin \ran

het woord alle uit vezelachtige of draadvormige stoffen door ineendraaien of samenvlechten verkregen voorwerpen, die door sterkte en buigbaarheid uitmunten en daarom zeer geschikt zijn

vooi net opnemen en overorengen van trekkracht

alsook voor het sa.menhimlpn van alWlpi mnnirar.

pen. Volgens deze bepaling behooren niet alleen

uimvi-ic bh üiibiübib touwen, maar ook snoeren, koorden, garens, snaren, veters enz. tot het touwwerk. In liet dagelijksch leven echter rekent men laatstgenoemde voorwerpen meestal niet hiertoe. Het aantal vezelachtige stoffen, waarvan touw vervaardigd wordt, is zeer groot. De meest voorkomende is: de gewone hennep, die hier te lande uit ons land zelf, Rusland of Italië wordt verkregen. Verder gebruikt men Manillahennep, dat licht, sterk en duurzaam touw levert, vlas, waarvan zeilbindgaren wordt vervaardigd, werk, paardehaar, kokosbast en metaaldraden, vooral gegalvaniseerd ijzerdraad, dat goedkoop en sterk touw levert. Het maken van touw noemt men touwslaan. De werkzaamheden, die hierbij voorkomen, zijn: liet spinnen van garen, het maken van strengen, d.i. het ineenwringen van 2—100 en meer der gesponnen draden tot een bundel van matige dikte, het samen slaan of luiken van 3, 4, of 6 strengen tot touwen (rondslaglouwen), het luiken van 3 of meer van deze touwen tot kabelslagtouwen en het teren.

XV

Meestal geschiedt het maken van touw uit de hand, in Frankrijk en Engeland worden voor het spinnen ook machines gebruikt, die echter hier te lande tot nog toe weinig ingang hebben gevonden. Voor het spinnen van handgaren wordt het touwslagerswiel gebruikt, dat uit een houten raam bestaat, waarin ongeveer 1,5 m. boven den grond 4-8 horizontale spillen evenwijdig in een cirkelboog zijn geplaatst, die door een rad van 1,5 m. middellijn in bewea-ine gebracht worden en aan hnn vrii nifpinrlp

haken dragen voor het bevestigen van het spin-

uiatBiiaai. net spinnewiel is gewoonlijk in een soort loods geplaatst, die onmiddellijk aan een 50—100 m. lanee baan (sninhaan. snimiaH liinhann't oon_

sluit, welke soms overdekt, doch meestal in de open lucht is.. De touwslas-ers slaan ppn hnpvppllioirl

eehekelden henneD om hun midden draaipn Hnor.

van een oogje, dat zij aan een dier haakjes vast-

V. J_ 1. .1 _ • 1 1 • 1 T 1

ncuii ucii} en terwijl net wiei aoor miüaei van een kruk aan de achterzijde wordt omgedraaid, gaan zii lanffs de liinhaa.n arhtprnit Vfl.n crpmplrlDn li a-n _

nep garen spinnende, dat zij hier en daar in haakjes leggen, van op stutten geplaatste dwarsbalken afhangende, om het la,nps den p-rnnrl «lpnen van

' O- O » IA/11.

het touw te voorkomen. De gesponnen draden worden van het wiel afgenomen, meestal aan elkander gelascht en op een haspel gewonden. Het slaan der strengen geschiedt volgens de oude methode (onpatentslag), die weinig en meestal alleen voor dun touw meer toeeenast wordt, of volgens rle nipnwp mpfli nrlo

Coatent\ die thans hiina. aVemppn in frphmit ia T-Tn*

eigenaardige van den patentslag is het gelijktijdig

lllfo/iliüron Trnn Uni 1. ,,1. 3 •

uiwwmmu van uct gaicn tn net uieeiiuraaien van de streng. Hiervoor wordt het garen op klossen gewonden, die on horizontalp sp.hiivpn in pan rr™^

' r v

rek opgehangen worden. Men neemt zooveel draden als voor het maken van een streng noodig zijn en

leidt deze ieder afzonderlijk d oor ppn ffil.t V9n PPn

ijzeren plaat, waarna zij zich in een buis vereenigen, die de draden sterk samendrukt. Daarna worden zij aan een inhaalwagen bevestigd. Deze is met een

uumiuBi veruonuen, weiKe m een draaiende beweging wordt gebracht, waardoor de draden tot strengen worden ineengedraaid. Uit strengen maakt

iiiBn uour saiuensiaan oi miKen ronüslagtouwen, die in lijnen en trossen worden onderscheiden. De laatste zijn dikker dan de eerste. Soms vereenigt men trossen en lijnen weer tot een soort touw, die kabelslag genoemd wordt. Het teren geschiedt op verschillende wijzen, n.L door het garen te teren of door het touw te teren.

Touwslaan. Zie Touw.

Tovote, Heinz, een Duitsch schrijver, geboren den 12ae» April 1864 te Hannover, bezocht de universiteit te Göttingen om in de oude letteren

en de wiishPP'PPrtP t.P stnrlpprpn rlnnV» lonrla ~i«U

-J p ~ «v-wvvivii, UVVH U1\jIL

weldra uitsluitend op letterkundige werkzaamheden

en cuuiiuniisciie stuuien toe. i\a een aantal reizen in Oostenriik-Hongariie en Italië vpstiVHB v,;;

zich in 1889 te Berlijn en gaf een aantal romans en

novenen m net ncnt, Qie wegens hun erotischen inhoud en pikante wijze van voorstelling veel lezers Vonden. Hiertoe hohnnren lil' rnmana* Tm T ioKr>c_

rausch" (1890), „Friihlingssturm" (1891), „Mutter" (1892), „Das Ende vom Liede" (1894), „Frau Aena" (19011 -Der let.zte Sr.hriHi" norm Sn«.,o_

mans" (1904), „Hilde Vangerow und ihre Schwes-

.i. n. T-I

tci en ae novenen: „rauoDst (lööy),

16

Sluiten