Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt gezouten of gerookt in den handel gebracht. In Nieuw-Zeeland wordt hij „Barracuda" of „Snoek" genoemd en in groote hoeveelheden geëxporteerd naar Batavia en Mauritius.

Thyrsites preliosus, de Escholar van Havana,wordt in West-Indië, den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche Zee gevonden, Thyrsiles prometheus bij Madeira, Bermuda, St. Helena en Polynesië.

Andere geslachten tot deze familie behoorende zijn: Nesiarchus, een tamelijk groote visch, ongeveer 1 m. lang, waarvan slechts enkele exemplaren bij Madeira gevangen werden; Aphanopus, waarvan maar één soort bekend is: Aphanopus carbo, een koolzwart gekleurde diepzeevisch van ongeveer 1.50 m. lengte, ook hoogst zelden gevangen in de nabijheid van Madeira; Nealotus, waarvan slechts 1 exemplaar ter lengte van 25 c.m. bij Madeira gevangen werd en Epinnula, welke in Havana de „Domine" genoemd wordt.

Tricocceae is de naam eener orde van planten, welke tot de groepen der Tweezaadlobbigen en Veelbloembladigen behooren. Zij onderscheidt zich door eenslachtige bloemen, die dikwijls naakt zijn, waarbij men gewoonlijk mannelijke bloemen en een

vrouwelijke bloem m een omwindsel besloten vindt, terwijl men voorts ook wel een bloemdek of ook kelk- en bloembladeren aantreft, voorts door een

bovenstandig, driehokkig vruchtbeginsel en een twee- of driebokkige vrucht, wier hokken in rijpen toestand zich doorgaans van de middenzuil losmaken en zaden bevatten met een rechte kern en oliehoudend kiemwit. Tot deze orde behooren de familiën der Euphorbiaceën en Empetreen.

Tricot noemt men in het algemeen elk uit wol, katoen, ziide en een andere grondstof

vervaardigd weefsel, dat tengevolge van zijn groote rekbaarheid en elasticiteit zeer geschikt is voor kleedingstukken, die om het lichaam moeten sluiten, zooals onderkleeren, sportcostumes enz. Inzonderheid geeft men den naam tricot aan de engsluitende kleeding van danseressen, acrobaten enz. Een tricotweefsel bestaat uit samenhangende lussen van één enkelen draad, evenals breiwerk. De tricotage is dan ook een soort breiwerk. In het algemeen echter geschiedt het breien uit de hand met behulp van breinaalden terwijl het vervaardigen van tricot met machines geschiedt. Het machinale breien is hetzelfde als de tricotage. Zie verder Breimachines.

Triduum noemt men in het algemeen een tijdperk van 3 dagen. In de Roomsch-Katholieke kerk geeft men dezen naam aan een reeks geestelijke oefeningen, die 3 dagen duren.

Tridymiet is een mineraal, dat evenals kwarts bestaat uit kiezelzuuranhydried (Si 02), maar dat, in tegenstelling daarmede, kleine, tafelvormige hexagonale kristallen vormt, welke gewoonlijk tot twee- en drielingen zijn vergroeid die optische anomalieën vertoonen. Het tridymiet is kleurloos of wit,glasglanzend; zijn hardheid bedraagt 7,zijn soortelijk gewicht 2,3. Het komt in kleine kristalletjes voor op kloven en in holten van trachietische en

andesietische gesteenten, bijv. in Mexico en in het Zevengebergte.

Triëeren. Zie Triremen.

Trier, in het Latijn Augusta Trevirorum, in het Fransch Tréves, de hoofdstad van het voormalig aartsbisdom en van het tegenwoordig dlstrikt van dien naam in de Pruisische Rijnprovincie, is een van de oudste steden van Duitschland. De stad ligt op den rechter oever van de Moezel, waarover een antieke brug ligt, en is het vereenigingspunt van een aantal spoorwegen. Zij is door fraaie plantsoenen omgeven en bezit 6 openbare pleinen. De Hauptmarkt is gedeeltelijk door oude huizen omgeven. Het bezit een markthuis uit het j aar 958 en de Peters fontein, op de Domfreihof bevindt zich een standbeeld van Wilhelm I, op de Kornmarkt de Georgesfontein. Trier bezit 11 Katholieke kerken, een Protestantsche kerk en een synagoge. Hiertoe behooren de basilica, die door Constantijn den Groote werd gebouwd, en sedert 1856 als Protestantsclie kerk wordt gebruikt, de in 1196 voltooide dom, waarvan de kern oorspronkelijk een Romeinsche prachtlial was, met fraaie praalgraven en belangrijke reliquieën, waartoe o.a. de bekende Heilige Rok behoort, de kerk van

Unze Lieve Vrouw (liü<-ll4ö gebouwd), de kerk van de Heilige Drievuldigheid, de Matthiaskerk, de Paulinuskerk en de Pauluskerk. Tot de gedenkteekenen uit den tijd van de Romeinen behooren: de Porta nigra, een oude Romeinsche poort uit de 3de eeuw n. Chr., het Romeinsche keizerpaleis, de Romeinsche baden en de overblijfselen van een Romeinsch amphitheater. Van de overige bouwwerken noemen wij: het voormalig aartsbisschoppelijk paleis, thans een kazerne, de Frankentoren, het Driekonineenhuis, het Koophuis, vroeger

het stadhuis, en het Roode Huis. Van de nieuwere gebouwen is het nieuwe regeeringsgebouw van het meeste belang. In 1897 werd er een standbeeld voor keurvorst Balduin opgericht. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 46 709. Trier bezit 2 gymnasiën, 1 reaalgymnasium, een priesterseminarium, een bisschoppelijk convict, een meisjesschool, een kweekschool voor onderwijzeressen, een praeparandeninrichting, een doofstommeninstituut, een school voor wijn- en ooftbouw, een conservatorium, een stedelijke bibliotheek, een provinciaal en plaatselijk geschiedkundig museum, een krankzinnigengesticht, een armenhuis, een gevangenis enz. Er zijn ijzergieterijen, machinefabrieken, ververijen, fabrieken voor leerwerk, tabak, sigaren, laken, meubels enz., bierbrouwerijen, steenhouwerijen, kweekerijen enz. De handel in wijn, vee en hout is van veel belang. Jaarlijks worden er wijnmarkten gehouden. Trier is de zetel van een Katholieken bisschop.

De stad herinnert door haar naam aan den stam der Treviren. Zij werd in de 3de eeuw de zetel van Romeinsche keizers en onder Constantijn I de metropolis van een der vier praefecturen van het rijk. In het midden der 5de eeuw kwam zij onder de heerschappij der Franken, maar werd in 451 door de Hunnen verwoest. Sedert 870 behoorde de stad tot

De Porta Nigra te Trier.

Sluiten