Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groep uitgestorven schaaldieren, die alleen in de oudste geologische formaties voorkomen. Zij bezaten een lichaam, dat door 2 overlangsche groeven in 3 deelen was verdeeld en uit een aantal ringen bestond. Sommige soorten konden zich op de wijze van de egels ineenrollen. Aan den kop bevonden zich meestal 2 groote oogen. Dikwijls waren de kop en de romp van lange stekels voorzien. Eerst in den laatsten tijd heeft men door nauwkeurige onderzoekingen sporen van pooten en tasters gevonden, waarschijnlijk behoorden deze dieren tot de kreeften en wel tot de blaapootigen.

Trilogie noemden de Grieken een samenvoeging van drie tragediën, waarmede op de Dionysosof Bacchusfeesten de dramatische dichters naar den uitgeloofden prijs dongen. Meestal was er nog een vierde stuk, namelijk een satyrspel, bijgevoegd, en dit geheel droeg dan den naam van tetralogie. In het bijzonder verstaat men onder trilogie een drietal drama's, die tot denzelfden mythenkring behoorden en een samenhangend geheel vormden. Van Aeschylos bezitten wij de volledige trilogie, de „Orestie", uit de „Agamemnon", de „Choëphoren" en de „Eumeniden" bestaande, terwijl het daarbij behoorende satyrspel „Proteus" verloren is gegaan. Van de nieuweren hebben o. a. Hebbel en Swinburne (lezen vorm gekozen. Ook Wagners „Ring des Nibelungen" kan men als een trilogie beschouwen.

Trilwormen (Turbellaria) is de naam van een orde van platwormen, die in gematigde luchtstreken en in de tropen in zoet of brak water op vochtige plaatsen op het land wonen. Zij hebben meest een bladvormige, ovale gedaante en bezitten over het geheele lichaam trilhaartjes. Een gedeelte van den slokdarm kan vooruitgeschoven worden, om een prooi te vangen. Zij voeden zich met kleine ongewervelde diertjes, wormen en kreeften. Over het geheel zijn zij klein; in de tropen komen eenige grootere soorten voor. Zij worden verdeeld in rechtdarmige trilwormen (rhabdocoela) en in vertaktdarmige trilwormen (dmdrocoela).

Trimeter, de gewone versmaat van het antieke treurspel, bestaat uit drie dubbele jamben (dipodiën) met een caesuur na de vijfde, zelden na de zevende lettergreep. Een lange versvoet kan door 2 korte vervangen worden. In den eersten, derden en viifden voet fbïi den aanvang van eiken dubbelvoet)

kan de jambus ook een spondaeus zijn. Deze versmaat onderscheidt 'zich door een statigen gang. De blijspeldichters behandelen haar met groote vrijheid, bepaaldelijk door den spondaeus te vervangen door den anapaestus. Men vindt den trimeter ook in de „Helena" van Goethe, in sommige tooneelen van de „Jungfrau" van Schiller en elders.

Trimetylaethyleen, Amyleen of Pentyleen (C6H10) is een koolwaterstof van de vetzuurreeks, waarvan 5 isomeren mogelijk zijn. Het wordt bereid uit gistingsavlalkohol door destillatie met chloorzink en vormt een kleurlooze, onaangenaam riekende vloeistof, die bij 36° C' kookt en met een lichtgevende vlam verbrandt. Het werd als anaesthetisch middel aanbevolen.

Trimethylamine. Zie Methylaminen.

Trimethylbenzol. Zie Mesilyleen.

Trimethyldioxypurine is een andere naam voor Caffeïne. Zie aldaar.

Trimethyleen (C3H6) ontstaat bij de inwerking van zink op trimethyleenbromied. Het is gas¬

vormig en vormt met andere cycloparafinen (penta-, hexamethyleen enz.) den overgang van de vetlichamen tot de aromatische stoffen.

Trlmurti noemt men in het nieuwere Brahmanisme de poging de drie hoofdgoden, Brahma, C!iv:a en Vishnoc, te vereenigen, dus de Indische drieëen1-eid. Ofschoon de Trimurti bij alle sekten een dogma is, is deze idéé nooit populair geweest. In de rotsen te Elephanta is een beroemd Trimurtibeeld uitgehouwen en wel in den vorm van één lichaam met 3 hoofden.

Trinacrla is een naam, aan Sicilië gegeven wegens de driehoekige gedaante van dat eiland.

Trincomalee of Trinkonomali, de versterkte hoofdstaa van het oostelijk distrikt op het BritschOost-Inaisch eiland Cevlon, ligt op een smal schiereiland aan de Golf van Trincomalee. Men vindt er 2 Protestantsche en een Roomsch Katholieke kerk, een aantal Hindoetempels en moskeeën en (1901) 13000 inwoners. In de nabijheid vindt men ruïnes van Magraammoem en Anaradsjpoera en groote waterwerken. Deze stad was vroeger in het bezit der Nederlanders, maar werd hun in 1782 door de Engelschen ontrukt, die haar echter datzelfde jaar moesten overgeven aan de Franschen. Van dezen keerde zij tot de Nederlanders terug, die haar echter in 1796 nogmaals en nu voor goed aan de Engelschen verloren.

Trinidad, een Britsch West-Indisch eiland, ligt tusschen 10°3'—10°50' N. Br. en 60°55|—62° W. L., voor de monding van de Orinoco, van welks delta het door de Bocca de Serpente of BoccadelSoldado gescheiden is, terwijl de Golf van Paria en de Drakenbaai het van Venezuela scheiden. Het is

4544 v. km. groot en telt (1901) 25B 148 inwoners. De bodem is bergachtig, in het N. bereikt de Cerro de Aripo een hoogte van 945 m.; tusschen de bergen vindt men heuvels en vlakten. Aan de kust treft men een aantal lagunen aan. De rivieren zijn bijna alle voor booten bevaarbaar. Volgens zijn geologischen bouw is Trinidad een voortzetting van het Caribisch gebergte in Venezuela. Het eiland bezit asfalt- en aardpeklagen, slijkvulkanen, petroleumbronnen en warme bronnen. Bekend is het asfaltmeer (Pitch Lake) bij Brea. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 25,6° C., van Januari tot Mei heerscht er een betrekkelijk droog jaargetijde. In October komen veel stormen voor. De plantengroei sluit zich meer bij die van Venezuela, dan bij die van de Kleine Antillen aan. De bevolking is uit blanken, afstammelinlingen van vroegere negerslaven en Indische koelies samengesteld. In 1903 waren er 250 openbare scholen, die door 40 956 kinderen bezocht werden. Inrichtingen voor hooger onderwijs zijn het Queens Royal College en het Roman Catholic College. De bodem is zeer vruchtbaar; de voornaamste cultuurprodukten zijn suiker, koffie, cacao en katoen. Ook kokospalmen en rijst worden verbouwd. De veeteelt is van weinig belang, de handel zeer levendig. In 1905 bedroeg de invoer £ 3303 611, de uitvoer £ 3 168 706. De lengte der spoorlijnen bedraagt 130, der telegraaflijnen 266, der telefoonlijnen 1568 km. In 1905 omvatte het scheepverkeer 1 963 121 ton. De regeering berust bij een gouverneur, een minister en een raadgevend lichaam. De inkomsten bedroegen in 1905 £ 808 845, de uitgaven 818 701, de koloniale schuld £ 1 092 593. De hoofdstad, Port of Spain, is door een spoorweg met San Fernando verbondenj

Sluiten