Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hof 's-Hertogenbosch 31 October 1899; W. 7424; W. v. N. R. 1598; met bevestiging Rechtb. aldaar 11 Maart 1898; W. 7226; W. v. N. R. 1483.

574. Waar een vennootschap ontbonden en dezelfde zaak onder eene nieuwe firma is voortgezet, moet de titel van overgang van elk der baten en lasten van de vroegere vennootschap wat de inschulden betreft als cessie worden beschouwd. — H. R. 4 Februari 1887, concl conf.; W. 5399; N. R. CXLV, § 21, 151.

575. Inbreng eener schuldvordering op naam in eene nieuw op te richten vennootschap is eene cessie in den zin van dit artikel. — Hof Arnhem 20 October 1895; W. 6722; P. v. J. 1896, 42.

576. Mededeeling per circulaire, dat eene vennootschap is ontbonden en dat een der vennooten al hare activa en passiva overneemt, kan niet gelden voor de beteekening van art. 668 al. 2 B. W. — Rechtb. Amsterdam 21 Juni 1907; W. 8558.

577. H. B. Gottmer. De toedeeling van eene schuldvordering aan een ander erfgenaam behoeft niet aan den schuldenaar te worden beteekend. — Mb. Dw. XI, 7.

578. De beteekening bij dit artikel gevorderd, is niet noodig, waar het recht op de schuldvordering ontleend wordt aan erfopvolging. — Hof 's-Hertogenbosch 18 Mei 1886; W. 5400; R. W. v.N.588; cassatie verworpen bij het volgende arrest. In denzelfden zin Rechtb. Middelburg 10 Juni 1886; W. 5267.

579. Hij, aan wien bij akte van scheiding en deeling is toebedeeld de geheele inschuld, die deel uitmaakt der tusschen zijn erflater en diens echtgenoot

bestaande huwelijksgemeenschap, kan tegen den debiteur als crediteur der geheele inschuld optreden, zonder dat de akte van deeling vooraf aan den debiteur is beteekend. — H. R. 14 Januari 1887, concl. conf.; W. 5388; W. v. N. R. 908; v. d. H, B. R. LIII, 42; N. R. CXLV, 64.

580. Van eene levering als bedoeld in art. 668 B. W. en mitsdien ook van de daar voorgeschreven beteekening aan den schuldenaar, kan geen sprake zijn bij het verkrijgen eener vordering bij boedelscheiding. — Rechtb. Amsterdam 10 Juni 1903; W. 8042.

581. J. W. Zijlstra. Overdracht of overneming van schuld. — Ac. Pr. Groningen 1893.

582. Mr. S. G. Canes. Overdracht van overeenkomst. — W. v. N. R. 1934 en 1935.

583. De wetgever heeft in art. 668 B. W. wel erkend de overdraagbaarheid van de uit eene overeenkomst voortvloeiende rechten, doch heeft nergens de overdraagbaarheid der daaruit voortvloeiende verplichtingen, de zoogenaamde schuldoverneming gesanctioneerd. — Rechtb. Dordrecht 10 April 1907; W. 8575; W. v. Not. 106.

584. Mr. N. K. F. Land. Overdracht van auteursrecht. — W. 6716.

585. Voor de levering van een verkocht auteursrecht is noodig eene authentieke of onderhandsche akte van overdracht. — Hof Amsterdam 28 Juni 1893; W. 6384.

586. H. J. van Ogtrop. Het reglement voor den effectenhandel met inleiding en aanteekeningen. — Ac. Pr. Amsterdam 1893.

Sluiten