Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een onzichtbare erfdienstbaarheid, die alleen door titel maar niet door bestemming kan worden verkregen. — Pres. Bes. Utrecht 24 Mei 1901; W. 7663; Not. W. 113.

Art. 747.

903. Joh. Tonckens. Artt. 747 en 748 B. W. — Ac. Pr. Groningen 1889.

904. De bestemming in dit artikel vermeld, kan noch de erfdienstbaarheid van door- en uitgang, als zijnde onzichtbaar, noch die van deur, als zijnde niet-voortdurend doen ontstaan. — Rechtb. Rotterdam 13 November 1893; W. 6458.

905. Door bestemming als in dit artikel bedoeld, kan een erfdienstbaarheid worden gevestigd, ook dan wanneer de eigenaar van het lijdend erf slechts was mede-eigenaar van het later heerschend erf. — Rechtb. Arnhem 18 Februari 1895; W. 6657.

906. Dit artikel is niet toepasselijk, wanneer het heerschend erf slechts ten deele en in onverdeeldheid aan den eigenaar van het lijdende erf toebehoorde. — Rechtb. Dordrecht 28 November 1906; W. 8496; W. v. N. R. 1961; W. v. Not. 88 (Vernietigd bij het volgende arrest).

907. Dit artikel moet in dien ruimen zin worden opgevat, dat daaronder ook valt het geval, dat de persoon, die alleen eigenaar is van wat — na scheiding der erven — het lijdende erf zoude worden, slechts voor de onverdeelde helft is eigenaar van wat — na scheiding — heerschend erf zou zijn. — Hof 's-Gravenhage 9 Maart 1908; W. 8687; W. v. N. R. 2022; W. v. Not. 157; P. v. J. 756.

908. Prof. mr. J. F. Houwing. Destination de père de familie (naar aanleiding van evengemelde uitspraken). — W. v. N. R. 2022, 2024, 2034 en 2036.

Art. 748.

909. Dit artikel vordert voor het blijven bestaan der erfdienstbaarheid zoodanig zichtbaar teeken, dat daaruit het bestaan dier erfdienstbaarheid ondubbelzinnig, noodwendig voortvloeit en blijkt; immers dan alleen mag daaruit worden afgeleid de kennelijke bedoeling van den eigenaar om daar die erfdienstbaarheid te doen blijven bestaan. Dit artikel verbindt dan ook alleen aan dit zichtbaar teeken en niet aan het genot of gebruik het rechtsgevolg van het blijven bestaan der erfdienstbaarheid. — Rechtb. Zutphen 30 November 1893; W. 6438. Bevestigd door Hof Arnhem 20 Juni 1894; W. 6575; W. v. N. R. 1316.

Art. 749.

910. Eén der eigenaren pro indiviso van een erf kan ten laste daarvan een uit haren aard ondeelbare erfdienstbaarheid noch vestigen noch erkennen. — Hof 's-Hertogenbosch 27 December 1892 ; W. 6293; R. W. v. N. 761.

911. Art. 749 B. W. maakt wel het verkrijgen eener erfdienstbaarheid door een der mede-eigenaren van een erf, buiten weten der anderen mogelijk, doch die verkrijging kan uit den aard der zaak alleen geschieden door een titel of door verjaring, niet op de wijze omschreven in art. 747 B. W., tenzij de mede-eigenaren van het eene, tevens zijn mede-eigenaren van het andere erf. — Rechtb. Dordrecht 28 November 1906; W. 8496; W. v. Not 88; W. v. N. R. 1961.

Sluiten