Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i >T?T?TÏV A TO'nw.ir.T Tivrn

Op hoedanige wijze erfdienstbaarheden te niet gaan

a i n " r\

« i >. i ii\ i.

912. Een servituut, verleend met de

Bestemming om unweg ie veneeneii naar een waterweg, moet geacht worden te zijn vervallen, wanneer die waterweg is overkluisd en dientengevolge heeft opgehouden te bestaan. — Hof 's-Gravenhage 5 Mei 1908; W. 8710; P. v. J. 784.

Art. 752.

913. Een erf kan ten bate van het aangelegen erf bezwaard zijn met de erfdienstbaarheid om boomen in strijd met de bepaling van art. 713 B. W. geplant, te dulden. Uit art. 752 B. W. volgt, dat bij het bestaan van zoodanige erfdienstbaarheid na het vellen der staande boomen, op dezelfde plaats andere mogen worden geplant. — Hof Arnhem 16 Januari 1901; \V. 7561; Not. W. 85.

Art. 754.

914. Waar een servituut in 1817 onder vigueur van den Code Civil is gevestigd, moet de vraag öf en in hoeverre deze servituut door non usus kon te niet gaan, naar dien Code worden beantwoord, en dan moet worden aangenomen, dat die servituut bij ook maar gedeeltelijk gebruik voor het geheel bleef bestaan. — Hof 's-Gravenhage 18 Maart 1907; W. 8544; P. v. J. 1907, 676; W. v. N. R. 1962; W. v. Not. 103.

ZESDE TITEL.

Van het recht van opstal.

Art. 758.

915. D. Roëll. De bedongen retributie bij het recht van opstal. — Ac. Pr. Leiden 1888.

916. De uitdrukking „opstal''in authentieke akten van overdracht kan niet per se geacht worden een recht van opstal aan te duiden, al moge in het gewone spraakgebruik daardoor soms een „recht van opstal" worden aangeduid. — Rechtb. Amsterdam 17 Juni 1878; P. v. J. 1878, 46; Bev. door Hof aldaar 12 December 1879; P. v. J. 1880, 7.

917. Het zakelijk recht van opstal kon onder vigueur van den Code Civil worden verkregen, hoewel het daarin niet wordt genoemd, daar art. 543 C. C. niet limitatief is en niets belet het recht van opstal te begrijpen onder het daar vermeld droit de jouissance. — Hof Arnhem 2 November 1881; W. 4746. In tegenovergestelden zin Rechtb. Zutphen 25 Juli 1878; W. 4347; W. v. N. R. 489.

918. Er wordt geen recht van opstal gevestigd, wanneer een huurder van een perceel grond bij het aangaan der huur verlof krijgt om een huisje van hem, dat zich op bedoeld perceel bevindt, daar te houden. — Hof Arnhem 6 Februari 1901; W. 7626.

Art 766.

919. Erfpacht en opstal. Uitgifte voor het leven en voor onbepaalden tijd. — W. v. N. R. 687.

ZEVENDE TITEL Van het erfpachtrecht.

Art. 767.

920. Mr. A. P. Th. Eijssell. Erfpacht. Eene bijdrage tot herziening van het Burgerlijk Wetboek. — Them. 1893, LIV, 75.

921. Mr. D. Léon. Erfpachtsrechten gevestigd onder de werking der wet van 10 Januari 1824 (St. no. 14). — Them. 1889, 8.

Sluiten