Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een goed huisvader het hem toevertrouwd kapitaal te beheeren; hij is derhalve niet gerechtigd dit kapitaal in een eigen zaak van twijfelachtigen aard te beleggen en is dan ook voor de gevolgen daarvan aansprakelijk. — Hof's-Gravenhage 24 April 1902; W. 7834; Not. W. 172; P. v. J. 1902, 170.

1523. Bij testament kan aan een bewindvoerder over een nalatenschap niet meer macht worden toegekend dan hem volgens de wet toekomt. — Rechtb. Middelburg 21 October 1903; W. 8039; W. v. N. R. 1787; Not. W. 234; P. v. J. 1904, 318.

1524. Een bij testament benoemde bewindvoerder is onbevoegd om ten aanzien der aan zijn bewind toevertrouwde goederen in rechten op te treden. — Hof Amsterdam 15 Januari 1904; W. 8044; W. v. N. R. 1799.

1525. Een overeenkomst tot ontijdige afgifte van onder bewind gestelde goederen heeft eene ongeoorloofde oorzaak en is dus nietig. — Hof 's-Hertogenbosch 28 Maart 1905; W. 8239; W.v. N.1867.

Art. 1067.

1526. Indien een erflater tot zijn bewindvoerder benoemt een bepaald aangewezen notaris „en zijn opvolger wordt met die woorden slechts één persoon bedoeld, en wel alleen hij, die bij het overlijden des erflaters, reeds notarisopvolger in het notariaat van den met name genoemden eerst aangewezene zou zijn. — Hof Arnhem 8 December 1880. Anders Rechtb. Arnhem 8 November 1880; W. 4618; N. R. B. 1881, A. 68.

1527. Indien een door den erflater benoemden bewindvoerder over eenige bij uiterste wilsbeschikking vermelde fondsen, na aanvaarding dier benoeming

later daarvoor bedankt, kan de rechter daarvoor in zijn plaats een ander benoemen. — Amsterdam 3 November 1882; W. 4858; W. v. N. R. 742; R. W. v. N. 461.

1528. Ook in het niet door de wet genoemd geval, dat niemand is aangewezen tot beheer van de goederen eener stichting, kan door de Rechtbank in dat beheer worden voorzien. — Rechtb. Haarlem 20 Januari 1885; W. 5200; R. W. v. N. 544.

1529. Dit artikel is slechts van toepassing, indien er sprake is van bewindvoerders over goederen gedurende het leven van erfgenamen of legatarissen of gedurende een bepaalden tijd, niet waar een bij testament ingesteld fonds in perpetuum zekere bestemming heeft. Daarenboven laat dit artikel de tusschenkomst van den rechter niet toe, als de erflater aan de administrateuren de macht gegeven heeft hunne opvolgers te benoemen. — Hof Amsterdam 23 September 1887; met bevestiging Rechtb. aldaar 13 Augustus 1887; W. 5502; W. v. N. R. 961; T. v. N. YI, 59; R. W. v. N. 610.

1530. De Rechtbank is niet bevoegd krachtens dit artikel om ter vervanging van een bij testament aangestelden bewindvoerder over een bij dat testament met vruchtgebruik bezwaard legaat en voor den tijd van dat vruchtgebruik, een anderen bewindvoerder te benoemen. — Rechtb. Alkmaar 2 Juli 1891; W. 6071; W. v. N. R. 1139; R. W. v. N. 718. Anders Hof Amsterdam 8 Juli 1891; W. 6089; W. v. N. R. 1145; T. v. N. IX, 247; P. v. J. 1891, 76; R. W.v. N. 713, 725.

1531. Waar de bewindvoerder bij testament aangesteld over een met vruchtgebruik bezwaard goed, aan onder de

Sluiten