Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouders en nog andere broeders naliet.

— W. y. N. E. 783.

1667. Duplex. Gevolg van verwerping door den testamentairen erfgenaam, tevens bloedverwant in den naasten graad. — W. v. N. R. 1023.

Naar aanleiding daarvan: van der Moer. Kan de verwerpende erfgenaam nog als erfgenaam bij versterf optreden ?

— W. v. N. R. 1029, 1030 en 1037.

Duplex. Idem. — W. v. N. R 1032.

Art. 1107.

1668. Het recht van een schuldeischer op de nalatenschap, die zijn schuldenaar verworpen heeft, kan zich nimmer verder uitstrekken dan het recht dat die schuldenaar zou gehad hebben, indien hij als erfgenaam was opgetreden en dan nog wel beperkt tot het beloop zijner schuldvordering. — Hof 's-Gravenhage 19 Maart 1888; W. 5543; R. W. v. N. 619; P. v. J. 1888, 43.

Art. 1110.

1669. Het tot zich nemen van enkele goederen, behoorende tot de huwelijksgemeenschap waarvan de nalatenschap een deel uitmaakt kan niet worden aangemerkt als het te zoek maken of verbergen van goederen, tot een nalatenschap behoorende, bedoeld in dit artikel.

— Rechtb. 's-Gravenhage 3 Maart 1896; P. v. J. 1896, 28

Art. 1111.

1670. De formaliteit bij art. 1103 voorgeschreven is van publieke orde. Kinderen, die de rechten hunner moeder vertegenwoordigen, kunnen niet met vrucht opkomen tegen een door deze gedane verwerping van een nalatenschap als zij niet bewijzen, dat die verwerping het gevolg was van bedrog of dwang.

- Rechtb Arnhem 4 Mei 1882; W. 4812.

ZESTIENDE TITEL.

Van boedelscheiding.

Eerste Afdeelïng.

Van boedelscheiding en hare gevolgen.

Art. 1112.

1671. J. Alberda. Iets over boedelscheiding. — Ac. Pr. Leiden 1883.

1672. Een actie tot boedelscheiding is niet ontvankelijk tusschen erfgenamen van echtelieden, die buiten alle gemeenschap waren gehuwd, terwijl winst en verlies zou zijn voor rekening van den man, zelfs al werd beweerd dat zij feitelijk een vermenging van goederen hebben doen ontstaan, die bij hun overlijden nog voortduurde. — Rechtb. Amsterdam 11 Januari 1881; N. R. B. 1881, A. 75; P. v. J. 1881, 32.

1673. De actie tot boedelscheiding, waarbij minderjarigen betrokken zijn, moet alleen tegen den voogd, niet ook tegen den toezienden voogd worden ingesteld. — Hof Arnhem 9 Februari 1881; W. 4642; N. R. B. 1881, A. 49. Rechtb. Utrecht 28 November 1900; W. 7558; W. v. N. R. 1623; Not. W. 82.

1674. Beperking van het recht der deelgenooten om hunne aandeelen aan anderen over te dragen, brengt niet stilzwijgend den afstand mede van het recht om scheiding en verdeeling te vorderen. — Rechtb. Middelburg 2 Mei 1883; W. 4916.

1675 Het is niet verboden om bij een eisch tot scheiding en deeling eener bestaan hebbende gemeenschap en nalatenschap, te gelijk beslissing van den rechter te vragen over een geschil, dat de eodividenten verdeeld houdt en bij

Sluiten