Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

theken aangeboden borderellen heeft plaats gehad, dus niet de kooper eener hypothecaire vordering, die de cessie ter zijde der inschrijving deed aanteekenen. — Hof Amsterdam 11 October 1889; W. 5809; W. v. N. R. 1060; R. W. v. N. 672.

2315. H. B. Gottmer. Naar aanleiding van gemelde bes. Hof Amsterdam. Behoort van den verkoop van hypothecaire schuldvorderingen door eene formeele inschrijving overeenkomstig dit artikel te blijken? Ja, met het oog op de naleving van het voorschrift der kennisgeving aan den gecedeerden schuldeischer volgens art. 1255. — W. v. N. R. 1061, 1066 en 1069.

C. P. Frijlinck. Overdracht en inpandgeving van hypothecaire schuldvorderingen. (S. beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend, omdat de gecedeerde schuldeischer het domicilie kan veranderen op de wijze van art. 1234). — W. v. N. R. 1063 en 1067.

2316. Een koop wordt niet nietig als de verkooper krachtens het beding van onherroepelijke volmacht een plaatselijk gebruik niet mocht zijn nagekomen; een dergelijk verzuim geeft alleen grond tot vergoeding van geleden nadeel, indien schade wordt aangetoond. — Rechtb. Alkmaar 17 Mei 1880; W. 4543.

2317. Onder de woorden „volgens plaatselijke gebruiken" in dit artikel, moeten alleen verstaan worden gebruiken die ter plaatse, alwaar de verkoop geschiedt, vóór en bij de daad van den verkoop zelve moeten worden in acht genomen; daaronder zijn niet begrepen bepalingen omtrent den tijd der aanvaarding van de te verkoopen goederen. — Rechtb. Rotterdam 30 Juli 1880; W. 4534. Hof 's-Gravenhage 20 April 1881;

W. 4660; N. N. 1881, 216; R. W. v.N. 421. Rechtb. Rotterdam 28 April 1890; W. 5886; R. W. v. N. 685.

2318. Onder plaatselijk gebruik in dit artikel moet worden verstaan het gebruik ter plaatse van den verkoop en niet ter plaatse, waar het goed gelegen is. •—• Hiertoe behoort niet eenig voorschrift omtrent de plaats, waar verkocht moet worden. — Hof Leeuwarden 27 Juni 1900; W. 7524; W. v. N. R. 1630; Not. W. 70.

2319. De Kantonrechter, wiens tegenwoordigheid is verzocht bij eene openbare verkooping, te houden tengevolge van door den hypothecairen schuldeischer bedongen onherroepelijke volmacht, heeft geen recht om behalve de hem vertoonde deurwaardersakte, waarbij de tweede hypothecaire schuldeischer van denverkoop verwittigd werd, het bewijs van de inschrijving der tweede hypotheek te vorderen en daarvan zijne tegenwoordigheid bij de verkooping afhankelijk te maken. — Rechtb. Amsterdam 17 Maart 1890; R W. v. N. 686.

2320. Indien de ingeschreven schuldeischer geen aanmerking heeft gemaakt op het tijdstip van verwittiging van den dag van verkooping, is de rechter niet geroepen de opvolging van dit artikel ambtshalve te handhaven. — Hof Leeuwarden 4 Februari 1891; W. 6034; R. W. v. N. 717; T. v. N. IX, 94.

2321. X. Y. Z. Welke beteekenis heeft het woord „meerendeel" in art. 1255 B. W. voorkomende?

Art. 1255 doelt met het woord meerendeel op de waarde, niet op de uitgestrektheid der verbonden goederen. (Met deze meening vereenigt zich de Redactie). — W. v. N. R. 1300.

Sluiten