Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarom het hem onmogelijk zou zijn geweest binnen den gestelden termijn de verbintenis na te komen. — Rechtb. Rotterdam 5 Januari 1903; P. v. J. 1903, 300; Not. W. 192; W. v. N. R. 1748^

47. Waar sommatie en dagvaarding, in plaats van tot betalen, slechts hebben geleid tot eene schulderkentenis in rechte, kan de gedaagde niet gezegd worden de noodzakelijkheid om hem tot veroordeeling der aangeboden som te veroordeelen, te hebben opgeheven. Dit artikel is niet geschonden door, met het oog op het nimmer aanbieden van eenige betaling door gedaagde, ofschoon zijne judiciëele houding erkentenis van schuld tot zeker bedrag mede bracht, te beslissen, dat een sommatie tot betaling van dit bedrag moest geacht worden begrepen te zijn in de sommatie tot betaling van iets meer. — H. R. 24 Mei 1895; W. 6673; P. v. J, 1895, 53; N. R. CLXX, 85; v. d. H., B. R. LXI, 166.

48. Een tijdsbepaling bij de koopovereenkomst voor de levering gesteld, heeft in den regel enkel de strekking om den tijd aan te wijzen vóór welken de uitvoering van de verbintenis niet gevorderd kan worden, weshalve uit die tijdsbepaling zonder meer niet kan worden afgeleid, dat het in de bedoeling van partijen heeft gelegen om daarmede een fatalen termijn vast te stellen in dien zin, dat na de verstrijking daarvan de mora vanzelf zal intreden. Waar de bedoeling om een fatalen termijn te stellen niet kan worden aangenomen, blijft de verkooper ook na het verstrijken van den termijn tot levering bevoegd en verplicht, tot dat hij in gebreke gesteld is of dit wordt, doordien de uitvoering van het contract voor den kooper volstrekt van geen waarde meer kan zijn. — Hof Arnhem 2 Januari

1895; W. 6612; P. v. J. 1895, 93.

In denzelfden zin Hof Leeuwarden 20 Maart 1895; W. 6638; P. v. J. 1895, 49.

49. Uit de woorden van dit artikel volgt,dat alleen het stellen van een termijn binnen welken de schuldenaar aan zijne verplichtingen zal hebben te voldoen, niet steeds medebrengt, dat hij door het enkel verloop van dien termijn in gebreke is, maar dit is alleen het geval, wanneer de verbintenis van dien aard is of daarbij zoodanige bepalingen zijn gemaakt, dat de tijdsbepaling een zoodanig integreerend deel der verbintenis uitmaakt, dat zij zonder dien vastgestelden datum of niet of althans niet onder dezelfde voorwaarde zou zijn aangegaan. Dit nu kan gezegd worden ten aanzien der verplichting des koopers van steenkolen, om de gekochte hoeveelheid in ontvangst te nemen, voortspruitende uit den koop en verkoop van 2000 ton steenkolen met beding, dat de levering zal geschieden gedurende de eerste zes maanden van het jaar 1900 iedere 14 dagen 200 ton. — Hof Amsterdam 18 November 1904; M. v. H. XVI 273.

50. Uit eene enkele tijdsbepaling zonder eenige nadere aanduiding kan niet worden afgeleid, dat partijen de bedoeling zouden hebben gehad om met die tijdsbepaling een fatalen termijn te stellen, in dien zin, dat na het verstrijken daarvan de debiteur enkel door het verloop in gebreke zal zijn. — Kantong. Ter Neuzen 16 Maart 1905; Mb. Dw. XXI, 42. In denzelfden zin Rechtb. Almelo 18 April 1906; W. 8490; W. v. Not. 81; W. v. N. R. 1945.

51. Onze wet kent in art. 1274 B.W. eene ingebrekestelling door enkel tijdsverloop krachtens uitdrukkelijk beding,

Sluiten