Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zich zelf staande recht kan slechts worden geldend gemaakt in eene zelfstandige actie en levert althans in het algemeen geen verweer op tegen eene vordering tot betaling van den koopprijs. Dit laatste kan slechts het geval zijn als de verschuldigde schadevergoeding voor dadelijke vereffening vatbaar is, in welk geval de zelfstandige vordering kan worden omgezet in een beroep op compensatie. — Rechtb Amsterdam 4 December 1908; W. 8843.

137. Krachtens dit artikel kan wegens niet-nakoming eener verbintenis schadevergoeding worden gevorderd, zonder dat daarbij tevens ontbinding der overeenkomst wordt gevraagd. In ieder geval is echter voor de ontvankelijkheid der vordering noodig, dat de schuldenaar in mora zij. — Rechtb. Roermond 25 Mei 1899; W. 7396.

Art. 1280.

138. Wanpraestatie heeft niet plaats bij hem, die niet betaalt en op grond, dat het gekochte nog altijd bezwaard is met eene hypothecaire inschrijving en op grond, dat beslag bij hem is gelegd — Rechtb. Groningen 18 Juli 1884; W. 5099.

139. Uit dit artikel volgt, dat, zoo er omstandigheden zijn, die bij het al of niet aannemen van schuld ten aanzien van den schuldenaar in aanmerking komen, deze ook van invloed moeten zijn op het vaststellen van den tijd, van waar hij gerekend kan worden in mora te zijn. — H. R. 8 November 1894; W. 6575; P. v. J. 1894, 103; W. v. N. R. 1308.

140. Uit dit artikel volgt, dat de rechter de toerekenbaarheid voor niet tijdige vervulling eener verbintenis onderstelt bij den aldus verbondene, door

aan dezen het bewijs op te leggen, maar dan ook toe te staan het bewijs van vertraging ten gevolge van een hem niet-toerekenbare oorzaak. — H. R. 28 December 1894; P. v. J. 1895, 15.

141. Op grond van dit artikel moet de uitdrukking „nalatigen" in art. 457 K. in dien zin worden opgevat, dat de ontvanger van eene lading zich in geval van vertraging bij de lossing van de betaling van overleggeld kan bevrijden, indien hij bewijst, dat die vertraging het gevolg is van een hem vreemde oorzaak. — H. R. 21 December 1894; W. 6604; P. v. J. 1895, 15; M. v. H. VII, 108; v. d. H., B. R. LX, 418.

Art. 1281.

142. S. B. W. van Limburg Stirum Overmacht in verband met tardieve levering bij vervoer van goederen. — Ac. Pr. Leiden 1891.

143. Een conservatoir beslag is overmacht ten aanzien van de nakoming van verbintenissen. — Rechtb. Rotterdam 14 Juni 1882; N. R. B. 1884; B. 124.

In denzelfden zin Hof 's-Gravenhage 7 October 1885; N. R. B. en Bij b. 1888; B. 267.

144. Werkstaking en influenza onder het werkvolk der fabriek, door welke machines geleverd moeten worden, zijn geen overmacht waardoor een vordering tot schadevergoeding wegens niet tijdige levering wordt uitgesloten. — Rechtb. Rotterdam 25 November 1891; W. 6168.

In denzelfden zin Kantong. Rotterdam I 14 November 1900; W. 7592 en 1 December 1900; W. 7505 alsmede gemelde Rechtb. 10 April 1901; W. 7636.

145. Stilstand van scheepvaart in den

Sluiten