Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

181. Indien twee colleges elkander het recht betwisten om de rente eener inschrijving op het Grootboek te ontvangen en zij beide den Staat tot betaling dier rente aanspreken, dan mogen de moratoire interessen niet ten laste van den Staat worden gebracht. — H. R. 26' April 1888; W. 5553; P. v. J. 1888, 58; N. R. CXLVIII, § 67, 404.

182. Na de dagvaarding kan de gedaagde niet meer volstaan met aanbieding der hoofdsom, zonder interest en kosten. — Rechtb. Amsterdam 30 October 1891; P. v. J. 1892, 14.

183. De gedaagde die in rechten op zijne vroegere betwisting der hoofdvordering tot betaling van een geldsom is teruggekomen, moet ook tot de betaling van de moratoire interessen daarvan worden veroordeeld, indien het aan zijn schuld te wijten is, dat het onderzoek, hetwelk hem van de betwisting der hoofdvordering heeft doen afzien, eerst in het geding heeft kunnen plaatshebben. — H. R. 26 November 1891; W. 6114.

184. Wettelijke interessen sedert den dag der dagvaarding, waarbij is gevorderd vergoeding van schade nader op te maken bij staat van de toe te wijzen schadesom, kan niet krachtens dit artikel gevorderd worden. — H. R. 27 April 1894; W. 6496; P. v. J. 1894, 45; N. R. CLXVI, 348.

185. Moratoire renten van een saldo van rekening zijn eerst verschuldigd van af het sluiten der rekening en niet van af den dag der dagvaarding. — Hof Amsterdam 15 November 1901; W. 7727; W. v. N. R. 1701.

186. Een geldsom moet ook dan geacht worden overeenkomstig dit artikel te zijn gevorderd, wanneer derzelver

betaling voor eenen buitenlandschen rechter is gevorderd. — Rechtb. Roermond 3 April 1902; W. 7801.

In denzelfden zin dezelfde Rechtb. 7 April 1904; W. 8078.

187. Met de vordering in rechten als bedoeld in dit artikel, is uitsluitend bedoeld eene vordering voor den Nederlandschen rechter. — Hof 's-Hertogenbosch 3 Februari 1903; W. 7874; W. v. N. R. 1745. In denzelfden zin Rechtb. Rotterdam 22 Februari 1905; W. 8342.

188. Renten van een als schadevergoeding toe te kennen bedrag zijn moratoire interessen en kunnen dus niet worden toegekend dan van af het oogenblik dat de vergoeding in rechten is gevorderd. — Rechtb. Amsterdam 14 December 1904; W. 8279.

189. Moratoire rente is ook dan verschuldigd, wanneer iemand, die zich verbond om zekere som tegen renten ter leen te verstrekken, nalatig is in het nakomen dier verbintenis. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 6 October 1905; W. v. N. R. 1869; Mb. Dw. XXI, 47.

190. Ingeval wordt gevorderd en toegewezen eene schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, zijn geen renten verschuldigd, zoolang de gedaagde niet in gebreke blijft om het bij vonnis vastgestelde bedrag te betalen. Van rentebetaling van af den dag der dagvaarding kan dus geen sprake zijn. — Rechtb. Utrecht 10 Januari 1906; W. 8414.

191. Wanneer tusschen partijen is overeengekomen, dat bij vertraging van betaling in stede van de wettelijke interessen 4 °/0 zal worden vergoed, kunnen ook bij opvordering in rechten geen hoogere moratoire interessen dan 4 °/0 worden gevorderd. — Hof 's-Hertogenbosch 1 Mei 1906; W. 8571.

Sluiten