Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's-Gravenhage 6 Februari 1893; W. 6384 en 3 Mei 1892; W. 6387.

816. Wanneer eene vordering wordt ingesteld, gebaseerd op de artt. 1401— 1403 B. W. moeten in de dagvaarding feiten worden gesteld, waaruit de aansprakelijkheid des gedaagden volgt. — Hof 's-Gravenhage 22 Juni 1905; W. 8275; P. v. J. 1906, 571.

817. Ook hij, die slechts een persoonlijk recht op genot eener zaak heeft, kan tegen derden, die hem onrechtmatig in dat genot storen, ex art. 1401 B. W. ageeren. — Rechtb. Tiel 26 Januari 1906; W. 8512.

818. Krachtens de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, geregeld in de artt. 1401 en vlg. B. W. kan, na de invoering der Ongevallenwet slechts in zoover schadevergoeding worden gevorderd, als de werkelijke schade grooter is dan de schadeloosstelling krachtens die wet toegekend. De opheffing der burgerrechtelijke verantwoordelijkheid des werkgevers voor de geldelijke schade voor bedrijfsongevallen, uitgesproken in art. 87 der Ongevallenwet is, behoudens de daargenoemde uitzonderingen, absoluut en geldt dus ook tegenover hen, die krachtens die wet geen vergoeding ontvangen. — Rechtb. Rotterdam 7 Maart 1906; W. 8480. Bevest. door Hof 's-Gravenhage 18 Februari 1907; W. 8581.

819. Wanneer iemand ter tijdige nakoming van eene geldelijke verplichting van een hypotheekbank toezegging heeft gekregen, dat zij hem op den bepaalden tijd het noodige geld zal verschaffen, — dan is het eene onrechtmatige daad krachtens art. 1401 B. W. tot schadevergoeding verplichtend, om door bedriegelijke middelen die bank er toe te brengen het geld niet te ver¬

schaffen. — Rechtb. Utrecht 11 Juli 1906; W. 8427; W. v. N R. 1927.

820. Al moet op gronden van billijkheid worden aangenomen, dat schuld aan zijde van den benadeelde grond kan opleveren, om de verplichting tot vergoeding der schade te beperken of op te heffen, zoo wordt daarom nog niet de schuld van hem, die de onrechtmatige daad heeft gepleegd, door de schuld van den benadeelde te niet gedaan; terwijl art. 1401 B. W., dat het beginsel van schadevergoeding wegens onrechtmatige daad bevat, de verplichting tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad niet beperkt tot het geval, dat die daad uitsluitend aan de schuld van dengene, die de daad pleegt, te wijten is. — Rechtb. Amsterdam 1 Mei 1908; W. 8869; W. v. Not. 215.

821. De eigenaar van in beslag genomen roerend goed heeft behalve de actie van art. 456 R.v. ook de actie van art. 1401 B. W. — Rechtb. Groningen 23 October 1885 ; W. 5299 ; W. v. N. R. 875 ; R. W. v. N. 576.

822. Het wegvoeren of doen wegvoeren van wettig in executoriaal beslag genomen goederen uit de macht van den daarover gestelden bewaarder is steeds eene onrechtmatige daad, welke rechten men ook op die goederen moge kunnen doen gelden. — Kantong. Apeldoorn 3 September 1886; Mb. Dw. II, 10.

823. Een beslag en verkoop veroorzaken uit den aard der zaak, zoo zij onrechtmatig geschied zijn, schade aan den geëxecuteerde, welke schade de executant moet vergoeden. — Rechtb. Leeuwarden 28 Juni 1883; W. 4961. Rechtb. 's-Hertogenbosch 22 Maart 1883 ; N. R. B. 1883, D. 24. Rechtb. 's-Gravenhage 5 Januari 1886; W. 5271; R. W.

Sluiten