Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1501.

1499. Bij de erkenning door den kooper, dat, zoolang hij met den verkooper heeft gehandeld, de prijzen nooit vooraf bepaald werden, moet worden aangenomen dat daarmede werd bedoeld, dat de marktprijs zou worden betaald. — Rechtb. Amsterdam 19 Mei 1882; N. R. B. 1883, B. 246. Hof aldaar 22 Juni 1883; P. v. J. 1883, 37 Bijbl.

1500. Hoewel bepaling van den prijs tot de vereischten van een koopcontract behoort, kan die prijsbepaling ook stilzwijgend plaats hebben. Indien het geldt goederen, die een marktprijs hebben, kan worden aangenomen, als daaromtrent niets bepaald is, dat partijen zich aan dien prijs gehouden hebben. — Rechtb. Amsterdam 14 November 1882; N. R. B. 1883, B. 244; P. v. J. 1883, 3.

1501. Onder de uitdrukking „kostende prijs" kan, waar het geldt een accijnsplichtig goed als wijn, niet anders worden verstaan dan de prijs, voorstellende de waarde van het goed als handelsartikel, dus ten aanzien van wijn, het bedrag van accijns nietmedegerekend.— Rechtb. Amsterdam 11 Maart 1892; W. 6225; P. v. J. 1892, 100.

1502. Waar iemand volgens bestelling van een ander, een voorwerp heeft vervaardigd en afgeleverd, doch vooraf geen prijs is bepaald, daar is geen overeenkomst van koop en verkoop tot stand gekomen. In dat geval bestaat een andere overeenkomst, waarbij geacht moet worden bepaald te zijn, dat voor het voorwerp een billijke prijs zal betaald worden. Die prijs mag niet door een der partijen eenzijdig worden bepaald, maar moet bij verschil tusschen partijen door den rechter, zoo noodig na voorlichting van deskundigen, worden vastgesteld.

— Hof van 's-Gravenhage 10 October 1892; W. 6302; P. v. J. 1893, 1.

1503. Mr. D. J. den Beer Poortugael. Indien iemand van een handelaar iets koopt, zonder uitdrukkelijk omtrent den prijs over een te komen, dan rust op hem later, den van hem gevorderden prijs te hoog achtende, de bewijslast, dat inderdaad de vordering van den verkooper te hoog is. — Them. LVII, 219.

1504. Wanneer bij een tandarts een gebit wordt besteld zonder bepaling van prijs, dan moet worden aangenomen, dat de prijsbepaling aan de goede trouw van den arts is overgelaten en dat de cliënt zich daarbij heeft neer te leggen, tenzij de berekende prijs buitensporig is. — Kantong. Helder 13 April 1904; Mb. Dw. XXI, 41.

1505. De vervaardiger van een voorwerp, waarvan de prijs tusschen partijen niet bevorens is bepaald, heeft na aflevering van het voorwerp, dat door den besteller behouden werd, eene vordering tot betaling van den prijs. De besteller moet worden geacht den prijs te hebben overgelaten aan de goede trouw van den vervaardiger. — Rechtb. Rotterdam 9 Januari 1892; W. 6179; P. v. J. 1892, 38.

1506. Koop en verkoop is onbestaanbaar zonder prijsbepaling der contractanten of overlating daarvan aan een derde. — Rechtb. Amsterdam 28 April 1893; W. 6349; P. v. J. 1893, 49.

1507. Het voorschrift van art. 1501 B. W., dat voor de rechtsgeldigheid van een koopcontract de koopprijs moet bepaald zijn, heeft deze beteekenis, dat de koopprijs stellig en onafhankelijk van den wil van een der partijen moet zijn vastgesteld. Wel kan de bepaling

Sluiten