Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verminderd wegens ondermaat. — Rechtb. Almelo 8 Januari 1896; P. v. J. 1896, 20.

1662. Dit artikel heeft alleen betrekking op onroerend goed. De kooper, die reden meent te hebben om over onvoldoende levering te klagen, is niet gerechtigd den prijs eigendunkelijk te verminderen en het aldus verminderd bedrag den verkooper aan te bieden — Rechtb. Arnhem 28 Mei 1896; W. v. N. R. 1383.

Art. 1525.

1663. Waar de eischer niet gevorderd heeft vermindering van den prijs of vernietiging van den koop, maar levering van het door hem gekochte, is op die actie slechts de gewone verjaring van toepassing. — Rechtb. Amsterdam 21 Januari 1881; W. 4686.

Art. 1527.

1664. Mr. H. S. Iets over de verplichting van den verkooper tot vrijwaring. — W. v. N. R. 1231.

1665. G. Vlug. Vrijwaring bij verkoop. — W. v. Not. 164.

1666. De verkooper is niet verplicht den kooper te vrijwaren voor de gevolgen van diens beschikking over het verkochte vóór dat de opdracht of levering heeft plaats gehad. — Rechtb. Amsterdam 13 Mei 1890; W. 5878; P. v. J. 1890, 98.

1667. De vrijwaring van dit artikel is een geheel andere dan de processuëele vrijwaring, waarover in art. 68 en volg. R.v. wordt gehandeld. Deze — de eenvoudige vrijwaring (art. 72 R.v.) —• heeft tot strekking den eischer te vrijwaren voor de gevolgen eerier veroor¬

deeling. Gene bestaat ingevolge art. 1540 jcto 1543 B. W , daarin dat de verkooper van een goed, behept met verborgen gebreken op den eisch van den kooper verplicht is tegen teruggave van dat goed door den kooper, den koopprijs aan hem terug te betalen of een gedeelte van den koopprijs terug te geven. — Kantong. Dokkum 27 Februari 1895; W. 6701; P. v. J. 1895, 33.

Art. 1528.

1668. Art. 1528 verplicht den verkooper niet enkel den kooper te waarborgen voor uitwinning, maar ook wegens lasten, die men beweert op het verkochte goed te hebben. — H. R. 8 Februari 1883, concl. conf.; W. 4875.

1669. De gedaagde, die zich in het proces als verkooper van de perceelen in geschil heeft gedragen, moet de gevolgen dier vrijwillige daad dragen; derhalve behoort zijn verzoek, om zijn mede-gedaagde, die de eigenlijke verkooper zon zijn, in vrijwaring op te roepen, te worden afgewezen. — Rechtb. Assen 30 October 1882; W. 4941.

1670. Onder de uitwinning, welke de verkooper praesteeren moet, is niet alleen te verstaan de eigenlijke gezegde uitwinning van den geheelen eigendom, maar ook elke op een recht gegronde verhindering van den kooper in de uitoefening zijner eigendomsrechten. — Hof Arnhem 21 Maart 1883; W. 4890.

1671. De verkooper is niet verplicht den kooper te vrijwaren, indien deze het gevaar van uitwinning heeft gekend. Vrijwaring kan niet gevorderd worden in een possessoir geding, indien de kooper het beweerd bezit na den koop meer dan een jaar heeft laten voortduren. — Rechtb. Arnhem 5 April 1883; W. 4932.

Sluiten