Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1732. Voor een tegenoverstelling van verborgen gebreken die niet, aan die welke wel, tot vernietiging van den koop aanleiding geven, bestaat geen grond. Een beroep bij dezelfde dagvaarding op contractueele en op wettelijke vrijwaring gaat niet op, omdat het beroep op de eene medebrengt de vordering tot vernietiging der overeenkomst, hetzij geheel of gedeeltelijk. — Kantong. Amsterdam no. 4, 19 April 1888; P. v. J. 1888, 63.

1733. Levering eener zaak met verborgen gebreken blijft levering; hij, die ze aanvankelijk ontvangen en gehouden heeft, kan later op grond van verzuim van levering niet tot ontbinding der overeenkomst ageeren. — Hof Amsterdam 27 December 1889; W. 5832; P. v. J. 1890, 20; Mb. Dw. VI, 3.

1734. Dit artikel in verband met art. 1544 heeft slechts het oog op werkelijke gebreken van het verkochte voorwerp aan diens individueelen aard en gesteldheid eigen, niet het gemis van zekere hoedanigheid, welke op de waarde van het goed of het genoegen, hetwelk het oplevert, wellicht eenigen invloed kan hebben, maar welk gemis met de eigen natuur van het verkochte in geen betrekking staat. — Rechtb. Haarlem 17 Maart 1896; W. 6787.

1735. De enkele omstandigheid, dat eene beweerde waarde eener verkochte zaak minder zou zijn dan de bedongen koopprijs is niet aan te merken als een gebrek, veel minder als een verborgen gebrek, waarvan alleen dan sprake kan zijn, als het gebrek kleeft aan de zaak zelve of daaraan is inhaerent. — Rechtb. 's-Gravenhage 2 Juni 1896; W. 6845.

1736. Wanneer iemand koopt het recht om zekere firma te voeren en zeer

kort daarop de verkooper, die denzelfden naam draagt als de door hem verkochte firma moet failleeren, dan moet worden aangenomen, dat tijdens het tot stand komen der koopovereenkomst aan die firma een verborgen koopvernietigend gebrek (d. w. z. totale insoliditeit) kleefde.

— Rechtb. Rotterdam 25 Mei 1903; P. v. J. 1903, 274.

1737. Het oud en versleten zijn eener automobiel, die als nieuw en zonder gebreken is verkocht, is hiervan eene ongewone hoedanigheid, die, indien zij voor den kooper niet zichtbaar was, als een verborgen gebrek is aan te merken.

— H. R. 27 April 1906, conl. conf.; W. 8372; P. v. J. 1906, 542; N. R. CCII, 670 (met bevest. Hof Amsterdam 3 November 1905; W. 8294; W. v. Not. 10.)

Art. 1541.

1738. Een gebrek kan slechts dan niet als verborgen worden aangemerkt, indien dit zóó uiterlijk waarneembaar was, dat de kooper zelf bij den verkoop het had kunnen bespeuren. — Kantong. Amsterdam no. 3, 4 Juli 1898, W. 7234.

1739. Een niet dadelijk in het oog vallend, maar met weinig moeite en zorg, ook door een niet-deskundige waargenomen en zoodoende ontdekt gebrek moet worden beschouwd als een zichtbaar en niet als een verborgen gebrek. Als zoodanig is te beschouwen volslagen blindheid van een paard, niet waarneembaar aan den uitwendigen toestand der oogen. — Rechtb. Arnhem 30 October 1902; W. 7852. Bevestigd door Hof aldaar 4 Februari 1903; W. 7904.

Art. 1543.

1740. Als de verkooper de identiteit van de verkochte hem door den kooper

Sluiten