Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANVULLINGEN EN VERBETERINGEN.

Na no. 2041 te lezen:

Het verbod om een huis aan een ander weder te verhuren is geenszins identiek met het verbod zijn huur aan een ander af te staan.

Waar in een huurcontract is bepaald: „de huurder zal de huur, hetzij voor het geheel of ten deele aan geen ander overdoen dan met schriftelijke toestemming van den verhuurder" kan de huurder zonder die toestemming zijne gestoffeerde kamers met pension aan een student verhuren. In eene universiteitsstad, waar het cubicula locanda veelvuldig voorkomt, kan men met recht van den verhuurder verlangen, dat hij den huurder de bevoegdheid daartoe willende ontnemen, zulks duidelijk uit het contract doe blijke. — Rechtb. Utrecht 22 Maart 1911; W. 9183.

Achter no. 2068 te voegen : In denzelfden zin Hof Amsterdam 10 Maart 1911; W. 9223.

Na no. 2173 te lezen:

Op de bepaling van het huurcontract, dat de huur door verhuurder zoowel als door huurder slechts schriftelijk mag worden opgezegd, kan niet degene van partijen door wien, maar aan wien

mondelinge opzegging geschiedde, een beroep doen. — Rechtb. Zutfen 9 Maart 1911; W. 9193.

Na no. 2221 te lezen:

Wanneer het verhuurde in verschillende perceelen wordt verkocht, zijn de koopers ieder voor zich eigenaren geworden van die perceelen, die vroeger in ééne hand waren en bestaat tusschen hen slechts de band, welke art. 1612 B. W. tusschen hen legt en hierin bestaande, dat hun aller betrekking tot den huurder bij eenzelfde contract is geregeld.

De bepaling van art. 1612 B. W. is gemaakt ten behoeve van den huurder en daarom is deze bevoegd met goedvinden van den betrokken eigenaar van dat voordeel afstand te doen. — Rechtb. 's-Gravenhage 27 Maart 1911; W. 9180; W. v. Not. 311.

Na no. 2266 te lezen:

De in art. 1625 B. W. den huurder opgelegde verplichting heeft niet uitsluitend ten doel om den verhuurder een onderpand te verzekeren, maar ook om een deugdelijke bebouwing en gebruik van het land mogelijk te maken. — Pres. lies. Utrecht 23 November 1910; W. 9180.

Sluiten