Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2124. Art. 1605 B. W. bevat een bijzonder voorschrift, waarbij wordt afgeweken van de gewone regelen van bewijs. Het artikel is daarom ook toepasselijk, wanneer het bestaan der betrokken huurovereenkomst slechts bij onsplitsbare bekentenis, waarin alleen het bedrag der huur wordt betwist, is erkend. — H. R. 31 October 1895, concl. contr.; W. 6735; P. v. J. 1895,97; N. R. CLXXT, 136; v. d. H., B. R. LXI, 265.

2125. Door splitsing der bekentenis door den gedaagde afgelegd, wordt bij eene toepassing van dit artikel geen inbreuk gemaakt op de bepaling van art. 1961 B. W., dewijl art. 1605 een bijzonder voorschrift bevat, waarbij wordt afgeweken van de algemeene regelen van het bewijs. — Rechtb. 's-Gravenhage 7 Maart 1899; W. 7270.

2126. Als er geschil is over den huurprijs bij een mondeling aangegane huur, kan dat bewijs slechts worden geleverd door de middelen, bij dit artikel genoemd. — Rechtb. Leeuwarden 27 Juni 1895; W. 6711; P. v. J. 1895, 77.

2127. Als er in hoofdzaak geschil bestaat, niet over den prijs der huur, maar over de vraag, of de verhuurder al dan niet aan zijne verplichting tot betaling der huur heeft voldaan, kan de eed, in dit artikel bedoeld, niet worden opgelegd. — Kantong. Middelburg 11 October 1897; Mb. Dw. XIII, 9.

2128. Indien het bestaan eener mondelinge huur voldoende is bewezen, moet de huurder de betaling van den huurprijs bewijzen. Als de huurprijs in geld erkend, maar die in natura betwist is, dan moet, als de huurder geene begrooting door deskundigen heeft verzocht, de verhuurder over dien huurprijs in natura

op zijn eed geloofd worden. Zoolang het tegendeel niet blijkt, loopt de huur van land over volle jaren, zoodat in Maart aanvaard voerland op hetzelfde tijdstip in een der volgende jaren ontruimd moet worden.— Kantong. Weert 7 Maart 1884; P.v.J. 1884, 50, Bijbl.

2129. In art. 1605 B. W. wordt met „prijs der verhuring" bedoeld een prijs in geld. — Hof 's-Hertogenbosch 5 Januari 1909; W. 8831; W. v. Not. 193; W. v. N. R. 2091 (met verniet. Rechtb. Breda 26 Mei 1908; W. 8945).

2130. De taxatie van deskundigen in het geval van art. 1605 B. W. is bindend voor den rechter. De huurder is zelfs dan niet gehouden meer te betalen dan dit getaxeerd bedrag, ook als hij meer had aangeboden en dit aanbod door den verhuurder is verworpen. — Hof 's-Gravenhage 21 Mei 1879; N. R. B. 1880, A. 70.

2131. Buiten het geval van geschil over den prijs eener zonder geschrift aangegane verhuring, kan eene bereidverklaring van den verhuurder tot het afleggen van den eed niet worden aangenomen. — Hof Amsterdam 8 October 1885; W. 5287; R.W.v.N. 569.

2132. Dit artikel heeft volgens het opschrift der afdeeling, waarin het is geplaatst, alleen betrekking op huizen en landerijen en moet daartoe worden beperkt; het mag niet, als houdende eene uitzondering op het gewoon bewijsrecht, worden toegepast op huur en verhuur van andere voorwerpen dan huizen en landerijen. — Kantong. Groningen 24 April 1899; P. v. J. 1899, 71.

2133. Dit artikel, bevattende eene bijzondere afwijking van het gewone bewijsrecht, mag niet buiten zijne wette-

Sluiten