Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Rechtb Amsterdam 22 September 1887; W. 5551.

2568. De vordering tot ontbinding eener overeenkomst van aanbesteding en aanneming, die gesteld wordt opgezegd te zijn nadat het werk is begonnen, moet niet ontvankelijk worden verklaard. Ook de accessoire vordering tot vergoeding van kosten, schade en interessen moet dan worden ontzegd, immers zij komt niet op hetzelfde neer als de gemaakte kosten, arbeid en winstderving, waarvan dit artikel spreekt. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 21 Juni 1895; W. 6705.

2569. Dit artikel geeft den aanbesteder wel het recht, om, zoo hij zulks wenschelijk acht, hoewel het werk reeds begonnen is, onder de bij dit artikel gestelde voorwaarde, de aanneming op te zeggen, doch dat exceptioneel recht van den aanbesteder, waarvan hij geen gebruik behoeft te maken, zoo hij zulks niet wenscht, laat zijn recht om ontbinding der overeenkomst te vragen, als de aannemer zijne verplichting niet nakomt, onverlet.

— Rechtb. Amsterdam 12 Mei 1899; W. 7378; P. v. J. 1899, 77.

2570. Wanneer een aannemer vergoeding vordert, niet na oplevering van het geheele werk, maar nadat hem door den aanbesteder de aanneming conform art. 1647 B. W. is opgezegd, dan heeft hij geene vordering tot betaling der aannemingssom, maar slechts tot betaling der vergoeding, omschreven in gemeld artikel. — Kantong. Middelburg 11 April 1904; Mb. Dw. XX, 36.

2571. Wanneer de aanbesteder eenmaal de overeenkomst heeft opgezegd, dan kan de aannemer nog wel op den voet van art. 1647 B. W. schadevergoeding vorderen, echter niet meer betaling van de aannemingssom, dat wil

zeggen nakoming der overeenkomst. — Kantong. Rotterdam I 1 Maart 1905; Mb. Dw. XXI, 40.

2572. Art. 1647 B. W. geeft bij opzegging der' overeenkomst van aanbesteding en aanneming, den aannemer alleen het recht op schadeloosstelling wegens alle door hem gemaakte kosten, arbeid en winstderving; na zoodanige opzegging is de aannemer dan ook nietontvankelijk in eene vordering tot nakoming der overeenkomst of tot vergoeding van alle kosten, schade en interessen ex artt. 1279 en 1282 B. W.

— Hof Amsterdam 15 April 1910; W. 9070.

2573. De aannemer heeft recht op schadevergoeding, ook als de aanbesteder de aanneming opzegt vóór dat het werk is begonnen. — Rechtb. Amsterdam 13 September 1888; P. v. J. 1888, 136.

2574. De clausule bij een contract van aanbesteding, waarbij den aanbesteder de bevoegdheid wordt gegeven, om bij niet genoegzamen voortgang van het werk door den aannemer, zonder gerechtelijke aanmaning, zelf, voor kosten van den aannemer het werk te voltooien, heeft niet dezelfde rechtsgevolgen als het bepaalde bij dit artikel. — Hof Amsterdam 3 Mei 1889; W. 5726; P. v. J. 1889, 74.

2575. Indien vaststaat, dat tusschen partijen is overeengekomen omtrent eene wijziging van het werk, die eene belangrijke bezuiniging voor den aanbesteder medebracht, en tengevolge waarvan de aannemingssom verlaagd werd, kan deze met een beroep op dit artikel niet beweren, of bewerken, dat de geheele besparing te zijnen bate moet komen.

— Rechtb. Amsterdam 18 Maart 1892; P. v. J. 1892, 92.

Sluiten